Zoek een plaatje op met meerdere personen / personnages. Maak een beschrijving van minimaal 5 Franse zinnen over 1 persoon uit het plaatje. Na afloop gaan we raden wie je hebt beschreven.
Slide 32 - Open question
Ma grand-mère est une ____ dame. (oude)
Adjectif
A
vieux
B
vieil
C
vieille
D
vieilles
Slide 33 - Quiz
Le jardin est très ......
Adjectif
A
beau
B
belle
C
beaux
D
belles
Slide 34 - Quiz
La .... voisine a préparé une pizza.
Adjectif
A
nouveau
B
nouvelle
C
nouveaux
D
nouvelles
Slide 35 - Quiz
Adjectif
Welke bijvoeglijke voornaamwoorden komen vóór het zelfstandig naamwoord?
Slide 36 - Open question
Adjectif
Traduis: Jasmine en Claire zijn creatieve meisjes.
Slide 37 - Open question
Adjectif
Traduis: Het is een goed idee.
Slide 38 - Open question
Adjectif
Traduis: Het is een mooie man.
Slide 39 - Open question
Grammaire 'Adjectif' (p.101-104)
"Je kunt een persoon en/of voorwerp beschrijven door middel van bijvoeglijk naamwoorden."
Exercice 18 (p.106)
1. Vul 'spiekbriefje' aan.
2. Complete zinnen + antw.
Qu'est-ce que la prof raconte? > Elle raconte .......