spieren fase 3/ 4 met opdracht spierziekten

Spieren fase 3/ 4
PdJ
1 / 26
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 240 min

Items in this lesson

Spieren fase 3/ 4
PdJ

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

basis
  • Wat de bouw en functie van de spieren is
  • Welke verschillende spiergroepen er zijn

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al van de spieren?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Spier - musculus
  • Maakt beweging mogelijk
  • Samentrekken van een spier
    = spiercontractie.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Drie groepen spierweefsel
  • Skeletspierweefsel: willekeurige
    spieren, dwarsgestreept spierweefsel
  • Glad spierweefsel: onwillekeurige
    spieren
  • Hartspierweefsel: onwillekeurig,
    dwarsgestreept en onvermoeibaar.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Welke spier bestaat uit glad spierweefsel?
A
Bovenbeenspier
B
Hartspier
C
Kauwspier
D
Spierweefsel in de darmen

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Skeletspieren
Aanhechting aan skelet:
  • Indirect met pezen, kraakbeen,
    ligamenten, organen of huid.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Werking skeletspieren
Tegengestelde werking:
agonist en antagonist.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Aansturing skeletspieren door zenuwen 
  • Grote hersenen → zenuwuitloper → ruggenmerg
  • Motorische zenuwcel → motorische eindplaat.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Typen spiervezels

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Hypertrofie en atrofie
  • Hypertrofie: cellen nemen in grootte toe (training)
  • Atrofie: afname van cellen (inactiviteit)
  • Spiercontractie = samentrekken, spier wordt korter.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Hoe heten spieren die tegengesteld aan elkaar werken?
A
Agonist en antagonist
B
Antigeen en antistof
C
Atrofie en hypertrofie
D
Aselect en preselect

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat zie je aan
deze spieren?
A
Atrofie
B
Dystrofie
C
Hypertrofie
D
Lipoatrofie

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Welke spier scheidt de borst- en de buikholte van elkaar?
A
Monnikskapspier
B
Kleermakersspier
C
Middenrif
D
Hamstring

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Welke spier hoort bij de schoudergordel?
A
Deltaspier
B
Kleermakersspier
C
Monnikskapspier
D
Scholspier

Slide 15 - Quiz

Deltaspier - bovenarm
Kleermakersspier - binnenkant bovenbeen.
Scholspier: achterkant onderbeen
Waar zit de kleermakersspier?
A
Bekkenbodem
B
Binnenkant bovenbeen
C
Buitenkant onderarm
D
Schoudergordel

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Welke spieren bewegen de knie?
A
Biceps
B
Diafragma
C
Hamstrings
D
Triceps

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Onwillekeurig
Willekeurig
Dwarsgestreept
Glad
Hart
Darm
Skeletspier

Slide 18 - Drag question

This item has no instructions

verdieping spieren
werking actine
werking myosine
contractie
 relaxatie

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

energie
het samentrekken van de spier vraagt energie: ATP. Er komen in de spiervezels veel mitochondrieen voor en het spierweefsel is goed doorbloed. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

calcium
bij de totstandkoming van bindingen tussen actine en myosine zijn Calcium- ionen nodig. rond de myofibrillen zit een specifiek soort endoplasmatisch reticulum dat voor ziet in de benodigde calcium

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

motorische eenheid
impulsen vanuit de zenuwbanen geven contracties. als er voldoende contracties zijn op dezelfde plek zal de spier samen trekken
in de fijne motoriek: kleine en grove motoriek grote motorische eenheden.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Video

This item has no instructions

opdracht
ALS
Duchenne spier dystrofie
Myasthenia gravis (MG)
Syndroom van Guillain-Barré
ziekte van Pompe

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

methodiek
wat is de ziekte, wat zijn de symptomen, wat zijn de oorzaken,
onderzoeken, behandeling en complicaties.
levensverwachting

verpleegkundige zorg gerelateerd aan ziektebeeld

Slide 26 - Slide

This item has no instructions