H5 Elektriciteit in huis

Quiz
Elektriciteit
in
Huis



1 / 28
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Quiz
Elektriciteit
in
Huis



Slide 1 - Slide

Wat is vermogen?
A
Hoe snel elektrische energie wordt omgezet in een andere vorm
B
Hoe lang een apparaat aan kan blijven staan
C
Hoeveel stroom er door een apparaat gaat
D
Hoe groot de batterijcapaciteit is

Slide 2 - Quiz

Waarom wordt elektriciteit getransporteerd met een hoge spanning??
A
Om minder energieverlies te hebben
B
Omdat lage spanning gevaarlijker is
C
Zodat huishoudelijke apparaten minder stroom verbruiken
D
Zodat de elektriciteitscentrale minder hoeft op te wekken

Slide 3 - Quiz

A
B
C
D
Aardedraad
Nuldraad
Fasedraad
Schakeldraad

Slide 4 - Drag question

Links staan onderdelen van de meterkast. Rechts staan beschrijvingen wat deze onderdelen doen.
Sleep het woord naar de goede beschrijving
onderdeel
functie
Meet hoeveel elektriciteit je thuis gebruikt
Schakelt de stroom uit als er een 'lek' is in je huis
Schakelt uit als er teveel apparaten tegelijk aan staan
Aardlekschakelaar
kilowattuur-meter
zekering

Slide 5 - Drag question

Hoeveel volt staat er normaal gesproken op een stopcontact in Nederland
A
110 V
B
230 V
C
380 V
D
12 V

Slide 6 - Quiz

Welke draad heeft normaal gesproken de kleur blauw
A
Fasedraad
B
Nuldraad
C
Aardedraad
D
Schakeldraad

Slide 7 - Quiz

Wat doet een aardlekschakelaar?
A
Voorkomt overbelasting
B
Meet het energieverbruik van een huis
C
Schakelt de stroom uit bij een lekstroom naar de aarde
D
Verlaagt de spanning in huis

Slide 8 - Quiz

Wat is het doel van randaarde in een stopcontact?
A
Het vermindert energieverbruik
B
Het voorkomt kortsluiting
C
Het leidt gevaarlijke lekstroom weg om elektrocutie te voorkomen
D
Het stabiliseert de spanning in huis

Slide 9 - Quiz

Wat gebeurt er als een groep in de meterkast overbelast raakt?
A
De stroomsterkte neemt af en apparaten werken trager
B
De spanning stijgt en apparaten gaan sneller kapot
C
De energiemeter stopt met werken
D
De zekering schakelt de stroom uit om schade te voorkomen

Slide 10 - Quiz

Welke energiebron is geen duurzame energiebron?
A
Windenergie
B
Zonne-energie
C
Aardgas
D
Waterkracht

Slide 11 - Quiz

Waarom wordt kernenergie niet altijd als een duurzame energiebron beschouwd?
A
et veroorzaakt CO₂-uitstoot
B
Er ontstaat radioactief afval
C
Kernenergie raakt snel op
D
Kerncentrales werken op zonne-energie

Slide 12 - Quiz

Wat is de eenheid van energie
A
V (Volt)
B
kWh (kiloWattuur)
C
J (Joule)
D
W (Watt)

Slide 13 - Quiz

Waarom wordt kernenergie niet altijd als een duurzame energiebron beschouwd?
A
et veroorzaakt CO₂-uitstoot
B
Er ontstaat radioactief afval
C
Kernenergie raakt snel op
D
Kerncentrales werken op zonne-energie

Slide 14 - Quiz

Sleep de onderdelen naar de juiste plaats in de meterkast.
Zekering
Aardlekschakelaar
kWh-meter
groepenkast

Slide 15 - Drag question

Elektriciteitcentrale

Transformators


380kV
10kV
230 V

Slide 16 - Slide

230 V
10kV
380 kV

Slide 17 - Drag question

Een zaklantaarn brandt op een spanning van 9 V. Door de lamp gaat 0,4 A.
Bereken het vermogen en de weerstand van het lampje.

Slide 18 - Open question

Daniël heeft apparaten en lampen aanstaan met een totaal vermogen van 0,6 kW.
Gemiddeld gebruikt hij ze elke dag 2 uur lang.
Bereken het energiegebruik van Daniël voor een heel jaar.

Slide 19 - Open question

De batterijen in de zaklamp hebben een capaciteit van 3000 mAh.
De ledlamp kan 15 uur branden op volle batterijen.
Bereken de stroomsterkte die de batterijen leveren.

Slide 20 - Open question

Het rendement van de ledlamp is 50%. De lamp brandt 15 uur op volle batterijen.
Bereken hoelang een gloeilamp met dezelfde lichtopbrengst kan branden op volle batterijen. Gebruik de tabel 'Rendementen bij energieomzettingen’ in Binas vmbo-kgt.

Slide 21 - Open question

Waarom moet je in de badkamer extra voorzichtig zijn met elektriciteit?

Slide 22 - Open question

Je hebt een zaklamp gekocht met led-lampen.
Een led-lamp heeft een hoger rendement dan een gloeilampje.
Hoe merk je het hogere rendement van leds?

Slide 23 - Open question

Bereken de stroomsterkte
door het element van 1000 W,
als het is ingeschakeld.
gebruik de gegevens van de afbeelding!

Slide 24 - Open question

Waarom mag de spanning bij speelgoed niet hoger zijn dan 24 V?
A
bij een hogere spanning rijdt het speelgoed te hard
B
bij een hogere spanning wordt de stroom door het lichaam gevaarlijk groot
C
bij een grotere spanning schakelt de beveiliging alles uit

Slide 25 - Quiz

Wat geeft de capaciteit van een batterij aan?
A
hoeveel spanning een batterij heeft
B
hoeveel elektrische lading je in de batterij kunt opslaan.
C
hoeveel volt een batterij levert

Slide 26 - Quiz

1 kWh kost 0,29 eurocent. Bereken de elektriciteitskosten als je 438 kW verbruikt.
A
€1510,34
B
€438,29
C
€127,02
D
€55,27

Slide 27 - Quiz

Wat doet de randaarde als een apparaat onder stroom komt te staan?
A
de randaarde zorgt ervoor dat de aardlekschakelaar uit gaat
B
de randaarde laat een zekering kapot gaan
C
de randaarde voert de stroom snel weg naar de aarde
D
de randaarde voert de stroom naar de rand van het apparaat

Slide 28 - Quiz