Zodat de elektriciteitscentrale minder hoeft op te wekken
Slide 3 - Quiz
A
B
C
D
Aardedraad
Nuldraad
Fasedraad
Schakeldraad
Slide 4 - Drag question
Links staan onderdelen van de meterkast. Rechts staan beschrijvingen wat deze onderdelen doen.
Sleep het woord naar de goede beschrijving
onderdeel
functie
Meet hoeveel elektriciteit je thuis gebruikt
Schakelt de stroom uit als er een 'lek' is in je huis
Schakelt uit als er teveel apparaten tegelijk aan staan
Aardlekschakelaar
kilowattuur-meter
zekering
Slide 5 - Drag question
Hoeveel volt staat er normaal gesproken op een stopcontact in Nederland
A
110 V
B
230 V
C
380 V
D
12 V
Slide 6 - Quiz
Welke draad heeft normaal gesproken de kleur blauw
A
Fasedraad
B
Nuldraad
C
Aardedraad
D
Schakeldraad
Slide 7 - Quiz
Wat doet een aardlekschakelaar?
A
Voorkomt overbelasting
B
Meet het energieverbruik van een huis
C
Schakelt de stroom uit bij een lekstroom naar de aarde
D
Verlaagt de spanning in huis
Slide 8 - Quiz
Wat is het doel van randaarde in een stopcontact?
A
Het vermindert energieverbruik
B
Het voorkomt kortsluiting
C
Het leidt gevaarlijke lekstroom weg om elektrocutie te voorkomen
D
Het stabiliseert de spanning in huis
Slide 9 - Quiz
Wat gebeurt er als een groep in de meterkast overbelast raakt?
A
De stroomsterkte neemt af en apparaten werken trager
B
De spanning stijgt en apparaten gaan sneller kapot
C
De energiemeter stopt met werken
D
De zekering schakelt de stroom uit om schade te voorkomen
Slide 10 - Quiz
Welke energiebron is geen duurzame energiebron?
A
Windenergie
B
Zonne-energie
C
Aardgas
D
Waterkracht
Slide 11 - Quiz
Waarom wordt kernenergie niet altijd als een duurzame energiebron beschouwd?
A
et veroorzaakt CO₂-uitstoot
B
Er ontstaat radioactief afval
C
Kernenergie raakt snel op
D
Kerncentrales werken op zonne-energie
Slide 12 - Quiz
Wat is de eenheid van energie
A
V (Volt)
B
kWh (kiloWattuur)
C
J (Joule)
D
W (Watt)
Slide 13 - Quiz
Waarom wordt kernenergie niet altijd als een duurzame energiebron beschouwd?
A
et veroorzaakt CO₂-uitstoot
B
Er ontstaat radioactief afval
C
Kernenergie raakt snel op
D
Kerncentrales werken op zonne-energie
Slide 14 - Quiz
Sleep de onderdelen naar de juiste plaats in de meterkast.
Zekering
Aardlekschakelaar
kWh-meter
groepenkast
Slide 15 - Drag question
Elektriciteitcentrale
Transformators
380kV
10kV
230 V
Slide 16 - Slide
230 V
10kV
380 kV
Slide 17 - Drag question
Een zaklantaarn brandt op een spanning van 9 V. Door de lamp gaat 0,4 A. Bereken het vermogen en de weerstand van het lampje.
Slide 18 - Open question
Daniël heeft apparaten en lampen aanstaan met een totaal vermogen van 0,6 kW. Gemiddeld gebruikt hij ze elke dag 2 uur lang. Bereken het energiegebruik van Daniël voor een heel jaar.
Slide 19 - Open question
De batterijen in de zaklamp hebben een capaciteit van 3000 mAh. De ledlamp kan 15 uur branden op volle batterijen. Bereken de stroomsterkte die de batterijen leveren.
Slide 20 - Open question
Het rendement van de ledlamp is 50%. De lamp brandt 15 uur op volle batterijen. Bereken hoelang een gloeilamp met dezelfde lichtopbrengst kan branden op volle batterijen. Gebruik de tabel 'Rendementen bij energieomzettingen’ in Binas vmbo-kgt.
Slide 21 - Open question
Waarom moet je in de badkamer extra voorzichtig zijn met elektriciteit?
Slide 22 - Open question
Je hebt een zaklamp gekocht met led-lampen. Een led-lamp heeft een hoger rendement dan een gloeilampje. Hoe merk je het hogere rendement van leds?
Slide 23 - Open question
Bereken de stroomsterkte door het element van 1000 W, als het is ingeschakeld. gebruik de gegevens van de afbeelding!
Slide 24 - Open question
Waarom mag de spanning bij speelgoed niet hoger zijn dan 24 V?
A
bij een hogere spanning rijdt het speelgoed te hard
B
bij een hogere spanning wordt de stroom door het lichaam gevaarlijk groot
C
bij een grotere spanning schakelt de beveiliging alles uit
Slide 25 - Quiz
Wat geeft de capaciteit van een batterij aan?
A
hoeveel spanning een batterij heeft
B
hoeveel elektrische lading je in de batterij kunt opslaan.
C
hoeveel volt een batterij levert
Slide 26 - Quiz
1 kWh kost 0,29 eurocent. Bereken de elektriciteitskosten als je 438 kW verbruikt.
A
€1510,34
B
€438,29
C
€127,02
D
€55,27
Slide 27 - Quiz
Wat doet de randaarde als een apparaat onder stroom komt te staan?
A
de randaarde zorgt ervoor dat de aardlekschakelaar uit gaat
B
de randaarde laat een zekering kapot gaan
C
de randaarde voert de stroom snel weg naar de aarde
D
de randaarde voert de stroom naar de rand van het apparaat