Klas 2 werkwoorden -re + bijv.nw


unité 4 Libre service      La santé

werkwoorden op -re + bijvoeglijk naamwoord
1 / 25
suivant
Slide 1: Diapositive
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 25 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 25 min

Éléments de cette leçon


unité 4 Libre service      La santé

werkwoorden op -re + bijvoeglijk naamwoord

Slide 1 - Diapositive

Leerdoel
Ik kan de werkwoorden op -re in de tegenwoordige tijd en in de voltooide tijd vervoegen. 

Slide 2 - Diapositive

Vertaal de woorden tussen haakjes. >Verkoop je< tomates?
A
Tu vends
B
Tu vend

Slide 3 - Quiz

Vertaal de woorden tussen haakjes. >Zij verliest< sa patience.
A
Elle perds
B
Elle perd

Slide 4 - Quiz

Vervoeg..

ils ... (perdre)

Slide 5 - Question ouverte

Vervoeg..

vous ... (attendre)

Slide 6 - Question ouverte

Vervoeg..

Sophie et Chloé ... (vendre)

Slide 7 - Question ouverte

descendre = naar beneden gaan,pc
Ils ..... ......... à pied
A
ont descendu
B
sont descendus
C
descendront
D
vont descendre

Slide 8 - Quiz

Welke vorm is goed?

attendre - p.c. - j'
A
je suis attendu
B
j'ai attendé
C
j'ai attendu
D
j'attends

Slide 9 - Quiz

Welke vorm is goed?

perdre- p.c. - tu
A
tu as perdé
B
tu es perdu
C
tu perds
D
tu as perdu

Slide 10 - Quiz

Leerdoel
je kan het bijvoeglijk naamwoord op de juiste manier gebruiken

Slide 11 - Diapositive

bijvoeglijk naamwoord
Je moet op 2 dingen letten:
1. plaats > voor of na het znw
2. vorm, afhankelijk van het znw. 

Slide 12 - Diapositive

Ook de vorm van het  bijvoeglijk naamwoord in het Frans hangt af van of een zelfstandig naamwoord mannelijk is of vrouwelijk of in het enkelvoud of meervoud staat.

De regel is als volgt:
1. Bij mannelijk enkelvoud gebeurt er niets.
2. Bij vrouwelijk enkelvoud voeg je een -e toe aan de mannelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord
3. Bij mannelijk meervoud voeg je een +s toe aan het bijvoeglijk naamwoord
4. Bij vrouwelijk meervoud voeg je een +e van vrouwelijk toe aan het bijvoeglijk naamwoord en een +s omdat het meervoud is

Slide 13 - Diapositive

1. mannelijk ev: -
2. vrouwelijk ev: + e
3. mannelijk mv: + s
4. vrouwelijk mv + es

par exemple: 

1. un grand jardin
2. une grande chambre
3. deux grands magasines
4. deux grandes chambres

Slide 14 - Diapositive

Sleep de vormen van de bijvoeglijk naamwoorden naar de juiste categorie
Mannelijk enkelvoud
Vrouwelijk enkelvoud
Mannelijk meervoud
Vrouwelijk meervoud
Grandes
Grand
Grands
Grande

Slide 15 - Question de remorquage

welke bijv.nw komen
voor het znw?

Slide 16 - Carte mentale

voorbeelden
De nieuwe dokter                       le nouveau médecin
het lange been                             la longue jambe
de kleine voeten                          les petites pieds

de onverdraaglijke pijn             le douleur insupportable
de verschrikkelijke koorts       la fièvre horrible
de bleke handen                           les mains pâles

Slide 17 - Diapositive

Wat is juist?
A
le dentiste sérieuse
B
le sérieux dentiste
C
le dentiste sérieux

Slide 18 - Quiz

Wat is juist?
A
la grande tête
B
la tête grande
C
la grand tête

Slide 19 - Quiz

Wat is juist?
A
les conseils bons
B
les bons conseils
C
les bonnes conseils

Slide 20 - Quiz

Vertaal:
het grote hoofd

Slide 21 - Question ouverte

Vertaal:
de zenuwachtige tandarts

Slide 22 - Question ouverte

Vertaal:
de kleine handen

Slide 23 - Question ouverte

Vertaal:
de vreselijke pijn

Slide 24 - Question ouverte

Ik snap het bijvoeglijk naamwoord in het Frans.
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Sondage