Enkelvoudige en samengestelde interest

Enkelvoudige interest
1 / 28
suivant
Slide 1: Diapositive
Management en organisatieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

Cette leçon contient 28 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

Enkelvoudige interest

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Diapositive

Slide 10 - Diapositive

Samengestelde interest

Slide 11 - Diapositive

Slide 12 - Diapositive

Slide 13 - Diapositive

Slide 14 - Diapositive

Wat is de formule die je moet gebruiken uitgaande van enkelvoudige interest?

Slide 15 - Question ouverte

Bereken hoeveel rente Nikki over de 1e periode ontvangt

Slide 16 - Question ouverte

Bereken hoeveel rente Nikki over periode 2 (vanaf 1 januari 2016) ontvangt

Slide 17 - Question ouverte

Hoeveel geld haalt zij op 1 juli 2017 van haar rekening?

Slide 18 - Question ouverte

Slide 19 - Diapositive

Voor hoeveel geld kan Shirley een auto kopen uitgaande van samengestelde interest?

Slide 20 - Question ouverte

Aan de slag
Maken opgave 5.1 t/m 5.6

Slide 21 - Diapositive

Slide 22 - Diapositive

Voorbeeld opgave
Petra wil begin 2022 een wereldreis maken. Ze wil daarvoor begin 2022 kunnen beschikken over een bedrag van € 6.000,-. 
Om dat te bereiken stort Petra begin 2015 een bedrag op een spaarrekening. De bank vergoedt 4 % samengestelde interest per jaar. 
Bereken welk bedrag Petra begin 2015 op de spaarrekening moet storten om begin 2022 te kunnen beschikken over een bedrag van € 6.000,-.

Slide 23 - Diapositive

Hoeveel moet Petra op de spaarrekening zetten in 2015 om over 6.000 euro te kunnen beschikken in 2022

Slide 24 - Question ouverte

Slide 25 - Diapositive

Welke stappen moet je nemen om de opgave te kunnen oplossen?

Slide 26 - Question ouverte

Los met behulp van de stappen van de vorige vraag de opgave op. Rente is 3% en oorspronkelijk had ze 10.000 euro

Slide 27 - Question ouverte

Aan de slag!
Maken opgave 5.1 tot en met 5.8 af

Slide 28 - Diapositive