H7 B2 (3 BK)

Voedselproductie
1 / 18
suivant
Slide 1: Diapositive
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3

Cette leçon contient 18 diapositives, avec diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Voedselproductie

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Planning
Leerdoelen
Uitleg
Aan de slag
Afsluiting

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoelen
Aan het einde van de les ….

Kun je manieren noemen om een grotere productie van voedsel te verkrijgen.
Kun je beschrijven hoe veredeling en DNA-technieken worden gebruikt om de voedselproductie te vergroten.

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Landbouw
Landbouw: akkerbouw (verbouwen van groenten op akker), tuinbouw (fruit en kassen) en veeteelt (dieren).
Voedingsgewassen: planten die verbouwd worden bij de akkerbouw.

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Monocultuur
Monocultuur: grote akker met één soort gewas.

Voordelen: Het bewerken van de bodem gaat gemakkelijk met grote machines, goedkoop, brengen veel op.
Nadelen: bodem raakt snel uitgeput. Veel kans op plagen. Veel chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt.

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ziekte en plagen
Door bescherming tegen ziekten en plagen kan de voedselproductie worden verhoogd.
Plaag: als veel dieren een voedingsgewas bedreigen.
Bestrijdingsmiddelen: middelen die de plaag of ziekten bestrijden. Worden ook pesticiden of gewasbeschermingsmiddelen genoemd.

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bemesting
Voedselproductie verhogen door mineralen toe te voegen:
Kunstmest: precies de mineralen toevoegen die de planten nodig hebben.
Stalmest: poep van dieren uit de stal (koeien, varkens, kippen). Wordt over het land verspreid.

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bemesting
Ammoniak: in stalmest zit veel ammoniak.
Verzuring: ammoniak wat in via de grond in het water terecht komt, zoals sloten naast de akker. Slecht voor planten en dieren.

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bodembewerking
Voedselproductie verhogen:
Bodemverbetering: het losser maken van de bodem zodat de reducenten (bacteriën en schimmels) beter hun werk kunnen doen, omdat ze zuurstof krijgen. En plantenwortels beter groeien.

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Verandering erfelijke eigenschappen
De planten kunnen resistent gemaakt worden tegen ziekten en plagen. De planten kunnen zo worden gekweekt dat ze het meest opleveren.
Dit kan door:
Veredeling
Kunstmatige inseminatie (ki)
In-vitrofertilisatie (ivf)

Slide 10 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Veredeling
Veredeling: er ontstaan voedingsgewassen met een combinatie van gunstige eigenschappen

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Veeteelt
Kunstmatige inseminatie (ki): sperma van een stier met gunstige eigenschappen wordt ingebracht in de baarmoeder van de koeien.
 

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Veeteelt
In-vitrofertilisatie (ivf): uit bevruchte eicellen van ouderdieren met gunstige eigenschappen groeien klompjes cellen. Die worden ingebracht in de baarmoeder van draagkoeien.

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 14 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Opdrachten blz 150                             Zorg dat je 15 bloemen maakt
1 bloem: 5
2 bloemen:1,2,3,4,6
3 bloemen : 7,8
Samenvatting 7.2 basis/kader
Landbouw: akkerbouw (verbouwen van groenten op akker), tuinbouw (fruit en kassen) en veeteelt (dieren).
Voedingsgewassen: planten die verbouwd worden bij de akkerbouw.
Monocultuur: grote akker met één soort gewas.
Plaag: als veel dieren een voedingsgewas bedreigen.
Bestrijdingsmiddelen: middelen die de plaag of ziekten bestrijden. Worden ook pesticiden of gewasbeschermingsmiddelen genoemd.
 Kunstmest: precies de mineralen toevoegen die de planten nodig hebben.
 Stalmest: poep van dieren uit de stal (koeien, varkens, kippen). Wordt over het land verspreid.
Ammoniak: in stalmest zit veel ammoniak.
Verzuring: ammoniak wat in via de grond in het water terecht komt, zoals sloten naast de akker. Slecht voor planten en dieren.
Bodemverbetering: het losser maken van de bodem zodat de reducenten (bacteriën en schimmels) beter hun werk kunnen doen. En plantenwortels beter groeien.
Veredeling: er ontstaan voedingsgewassen met een combinatie van gunstige eigenschappen.
Kunstmatige inseminatie (ki): sperma van een stier met gunstige eigenschappen wordt ingebracht in de baarmoeder van de koeien.
In-vitrofertilisatie (ivf): uit bevruchte eicellen van ouderdieren met gunstige eigenschappen groeien klompjes cellen. Die worden ingebracht in de baarmoeder van draagkoeien.

Slide 16 - Diapositive

14 bloemen

Opdrachten blz                             Zorg dat je 15 bloemen maakt
1 bloem: 5
2 bloemen:1,2,3,4,6
3 bloemen : 7,8
Verzuring: ammoniak wat in via de grond in het water terecht komt, zoals sloten naast de akker. Slecht voor planten en dieren.
Bodemverbetering: het losser maken van de bodem zodat de reducenten (bacteriën en schimmels) beter hun werk kunnen doen. En plantenwortels beter groeien.
Veredeling: er ontstaan voedingsgewassen met een combinatie van gunstige eigenschappen.
Kunstmatige inseminatie (ki): sperma van een stier met gunstige eigenschappen wordt ingebracht in de baarmoeder van de koeien.
In-vitrofertilisatie (ivf): uit bevruchte eicellen van ouderdieren met gunstige eigenschappen groeien klompjes cellen. Die worden ingebracht in de baarmoeder van draagkoeien.

Slide 17 - Diapositive

14 bloemen

Afsluiting

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions