Formuleren, paragraaf 4 (voorbeelden gebruiken)

Formuleren - 2 havo
Aantrekkelijk formuleren
paragraaf 4
1 / 15
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 90 min

Éléments de cette leçon

Formuleren - 2 havo
Aantrekkelijk formuleren
paragraaf 4

Slide 1 - Diapositive

Lesdoelen - aantrekkelijk formuleren

  • Je kunt voorbeelden gebruiken om een tekst aantrekkelijker te maken.

Slide 2 - Diapositive

Voorkennis: 
Formuleren, paragraaf 2 en 3

Variatie in woordgebruik en zinsopbouw

Slide 3 - Diapositive

Voorkennis
Hoe varieer je in woordgebruik?
  • Gebruik synoniemen en verwijswoorden.
Hoe varieer je in  zinsopbouw?
  • Wissel tussen verschillende zinsvolgordes: OPA, APO, POA, PA.

Slide 4 - Diapositive

Formuleren, paragraaf 4
Voorbeelden gebruiken

Slide 5 - Diapositive

Waarom zou het belangrijk zijn om voorbeelden in een tekst te gebruiken?

Slide 6 - Question ouverte

Noem drie signaalwoorden die je kunt gebruiken bij een voorbeeld.

Slide 7 - Carte mentale

Voorbeelden gebruiken
  • Een tekst of presentatie wordt leuker en duidelijker als je zo nu en dan een voorbeeld gebruikt.

Je kunt met een voorbeeld:

  • een moeilijk woord uitleggen;
  • een situatie duidelijker maken.

Slide 8 - Diapositive

Voorbeelden gebruiken
  • Als je in voorbeelden cijfers noemt, maak ze dan zo aansprekend mogelijk. 

Voorbeeld: 
  • 300.000 kinderen, dat is 1 op de 12. In elke klas zijn dat dus twee of drie kinderen.

Slide 9 - Diapositive

Signaalwoorden
Je kunt een voorbeeld aankondigen met een signaalwoord: bijvoorbeeld, neem nou, zo, zoals, als, denk maar aan, een dubbele punt (:).

We gaan in Engeland veel leuke dingen doen, zoals slapen in een gastgezin en gezellig eten met vrienden

Slide 10 - Diapositive

Vul onderstaande zin aan met een bijpassend signaalwoord + drie voorbeelden.
Als je op vliegvakantie gaat, kun je naar verschillende Europese landen ....

Slide 11 - Question ouverte

Schrijf voorbeelden bij deze zin:

Tijdens de vakantie heeft Lot ontzettend leuke dingen gedaan.

Slide 12 - Question ouverte

Aan de slag
  • Je gaat online maken: Formuleren, paragraaf 4
  • Klaar? Doe rustig iets voor jezelf.

Slide 13 - Diapositive

Reflectie...
Hier heb ik nog extra uitleg over nodig:
Formuleren, p. 2 en 3 (variatie is woordgebruik en zinsopbouw)
Formuleren, p. 4 (voorbeelden gebruiken)
Formuleren, p. 2 en 3 en p. 4
Ik heb geen extra uitleg meer nodig

Slide 14 - Sondage

Einde les! 
Je mag je tas inpakken. Vergeet je stoel niet aan te schuiven. 

Slide 15 - Diapositive