13.7 - Transplantaties en bloedtransfusies

13.7 Transplantaties en bloedtransfusies
1 / 27
suivant
Slide 1: Diapositive
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

Cette leçon contient 27 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 3 vidéos.

Éléments de cette leçon

13.7 Transplantaties en bloedtransfusies

Slide 1 - Diapositive

Even herhalen..
13.7 - Afweer

Slide 2 - Diapositive

Aan de buitenkant van een
ziekteverwekker vind je...
A
Antistoffen
B
Antigenen
C
Enzymen
D
Antilichamen

Slide 3 - Quiz

Als reactie op een ziekteverwekker maakt een witte bloedcel....
A
Antigenen
B
Antistoffen
C
Antibiotica

Slide 4 - Quiz

Bij passieve immunisatie wordt iemand ingeënt met een verzwakte ziekteverwekker
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

Van welk type bescherming is er sprake bij bescherming door maagzuur?
A
Algemene afweer
B
Specifieke afweer
C
Natuurlijke immuniteit
D
Actieve immunisatie

Slide 6 - Quiz

Bij bescherming door een vaccinatie is er GEEN sprake van bescherming door...
A
Specifieke afweer
B
Natuurlijke immuniteit
C
Kunstmatige immuniteit
D
Actieve immunisatie

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Diapositive

Leerdoelen: 

  • Je kunt de problemen beschrijven die het afweersysteem veroorzaakt bij transplantaties en auto-immuunziekten.
  • Je kunt de rol van bloedfactoren bij bloedtransfusies en de rol van de resusfactor bij zwangerschap beschrijven.

Schrijf de groene stukken op bij de samenvatting (blz. 154)

Slide 9 - Diapositive

Transplantaties
Bij een transplantatie wordt een weefsel of orgaan vervangen. 

Als dit weefsel of orgaan van een donor afkomstig is dan krijg je een afweerreactie

Eiwitten (antigenen) op de cellen van het getransplanteerde weefsel of orgaan worden herkend als lichaamsvreemd. Het lichaam gaat antistoffen maken tegen deze antigenen.

Transplantatie: Vervangen van een ziek orgaan of weefsel door een "donor" orgaan of weefsel. Een afstotingsreactie kan ontstaan als je afweersysteem reageert op de donor cellen. Het lichaam maakt dan antistoffen. 

Slide 10 - Diapositive

Auto-immuunziekte
Wanneer jou lichaam je eigen eiwitten niet kan herkennen. 
Afweer systeem valt je eigen lichaam aan. 

Gevolg: - er worden antistoffen gevormd tegen een
                  lichaamseigen eiwit
              - cellen met dit eiwit worden vernietigd (afstoten)
Auto-immuunziekte: Het lichaam herkent eigen eiwitten op cellen niet. Cellen worden vernietigd door het afweersysteem.

Slide 11 - Diapositive

Bloedgroepen
Aan de buitenkant van de rode bloedcel zitten bloedfactoren. 
Dit kunnen de volgende  factoren zijn. 
  • Bloedfactor A
  • Bloedfactor B

Welke bloedfactoren je wel/niet hebt bepaald welke bloedgroep je hebt. 

Slide 12 - Diapositive

Bloedgroepen: A, B, AB en 0

Slide 13 - Diapositive

In het bloedplasma zitten antistoffen tegen de bloedfactoren die bij deze persoon zelf niet op de rode bloedcellen voorkomen.

Slide 14 - Diapositive

Slide 15 - Vidéo

Bloedtransfusie
Bij bijvoorbeeld een ongeluk kun je bloed van een ander ontvangen: bloedtransfusie

Ook hier is er kans op een afstotingsreactie. 

Een patiënt moet bij voorkeur bloed ontvangen van een donor met dezelfde bloedgroep.

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Vidéo

Wanneer er bloed gegeven wordt aan iemand met antistoffen tegen de bloedfactoren van deze persoon, klonteren de rode bloedcellen samen.

Slide 19 - Diapositive

Dan hebben we ook nog de rhesusfactor...
Onze bloedcellen kunnen ook het resusantigeen hebben. Je bent dan Rh+.

Wanneer je geen resusantigenen hebt ben je Rh-.
De antistoffen tegen Rhesus zitten normaal niet al in je bloed.
Pas na contact met Rhesus + ga je antistoffen maken

Slide 20 - Diapositive

Rhesusfactor (Rh+ of Rh-)
Hoe helpt de injectie met antistoffen voorkomen dat een tweede zwangerschap schade aan het kind geeft?

Slide 21 - Diapositive

Resusfactor
Resusfactor: Mensen met de resusfactor op hun rode bloedcellen hebben resuspositief (Rh+) bloed. Mensen zonder deze factor hebben resusnegatief (Rh−) bloed. Zij maken antiresus (antistoffen) tegen de resusfactor.

Resuskind:
– Resusnegatieve moeder is zwanger van resuspositief kind.
– Rode bloedcellen van het kind komen in het bloed van de moeder.
– De moeder maakt antistoffen (antiresus).
– Bij de tweede zwangerschap komt antiresus in het bloed van de baby.
– Als de baby resuspositief is, ontstaan beschadigingen aan hersenen en nieren.

Slide 22 - Diapositive

Opdrachten

  1. Maak de opdrachten die horen bij 13.7
Maken opdracht 1 t/m 7


Slide 23 - Diapositive

Slide 24 - Vidéo

Bloedgroepbepaling

Bij een bloedgroepbepaling wordt serum gebruikt.

  • Serum met anti-A   ->  antistoffen tegen A
  • Serum met anti-B  ->   antistoffen tegen B
  • (Serum met antiresus)

Voorbeeld: 

Iemand heeft bloedgroep B. 
Deze persoon heeft dus bloedfactor B en antistoffen tegen A (anti-A). Met anti-A serum gebeurt er niets. Het anti-B serum (antistoffen tegen bloedfactor B) bindt aan de bloedcel. Bloed gaat klonteren. 



Serum
Vloeistof met antistoffen

Slide 25 - Diapositive

Leerdoelen: 

  • Je kunt de problemen beschrijven die het afweersysteem veroorzaakt bij transplantaties en auto-immuunziekten.
  • Je kunt de rol van bloedfactoren bij bloedtransfusies en de rol van de resusfactor bij zwangerschap beschrijven.

Slide 26 - Diapositive

Lastige onderdelen

Slide 27 - Carte mentale