Voorbereiding Toets week H9 H12

1 / 44
suivant
Slide 1: Diapositive
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

Cette leçon contient 44 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Tot in welke huidlaag moet een tatoeëer naald gaan, om de inkt in te brengen?
A
Opperhuid
B
Hoornlaag
C
Lederhuid
D
Kiemlaag

Slide 2 - Quiz

De huid zorgt ervoor dat er geen bacteriën binnen kunnen dringen.
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

De huid beschermt tegen UV straling
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Op welke manier beschermt de huid tegen UV straling?
A
Pigmentcellen aanmaken
B
De ondoordringbare hoornlaag
C
Onderhuidsbindweefsel (vetcellen)
D
De talg uit de talgklieren

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Diapositive

Ziekte verwekkers zijn:
A
Bacteriën en Schimmel
B
Virussen en Parasieten
C
Bacteriën en Virussen
D
Bacteriën, Schimmel, Virussen en Parasieten

Slide 10 - Quiz

Op welke twee manieren kunnen witte bloedcellen ziekte verwekkers onschadelijk maken?

Slide 11 - Question ouverte

Bloed laten stollen wordt geregeld door ...
A
rode bloedcellen
B
Bloedplaatjes
C
Witte bloedcellen
D
Bloedplasma

Slide 12 - Quiz

Virussen dringen een cel binnen. Hier gaat hij vermeerderen en maakt dan de cel kapot
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Diapositive

Natuurlijke actieve immuniteit is ...
A
Zelf ziek worden. witte bloedcellen maken antistoffen
B
Vaccinatie met het virus. witte bloedcellen maken antistoffen
C
Door borstvoeding. witte bloedcellen maken antistoffen
D
Door een serum worden antistoffen ingebracht.

Slide 15 - Quiz

Kunstmatige actieve immuniteit is ...
A
Zelf ziek worden. witte bloedcellen maken antistoffen
B
Vaccinatie met het virus. witte bloedcellen maken antistoffen
C
Door borstvoeding. witte bloedcellen maken antistoffen
D
Door een serum worden antistoffen ingebracht.

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Diapositive

Antibiotica kan gebruikt worden bij de bestrijding van ...
A
Bacteriën
B
Virussen
C
Schimmels
D
Parasieten

Slide 18 - Quiz

Als er veel mensen in één ruimte zitten is er meer kans op besmetting
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

Antibiotica mag je niet te vaak gebruiken, omdat...

Slide 20 - Question ouverte

Slide 21 - Diapositive

Slide 22 - Diapositive

Iemand die last heeft van Pollen, heeft hooikoorts. We spreken dan van een auto-immuunziekte
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Diapositive

HIV is te bestrijden met een antibiotica
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Diapositive

Slide 27 - Diapositive

Bloedgroep A (donor bloed) komt bij bloedgroep B (ontvanger). Wat gebeurt er?
A
Niets
B
Antistoffen kleven aan Bloedgroep A cellen
C
Antigenen gaan Bloedgroep A afweren
D
Antistoffen kleven aan Bloedgroep B cellen

Slide 28 - Quiz

Bloedgroep AB heeft ...
A
Geen antistoffen
B
Geen antigenen
C
Zowel antistoffen A en B als antigenen A en B

Slide 29 - Quiz

Slide 30 - Diapositive

Slide 31 - Diapositive

Slide 32 - Diapositive

Slide 33 - Diapositive

Slide 34 - Diapositive

Wat ontstond eerder? 3 of 4

Slide 35 - Diapositive

Wat is een mutatie?
A
Een aandoening die is ontstaan bij de vorming van geslachtscellen.
B
Een niet-erfelijke aandoening die wordt veroorzaakt door ziekteverwekkers.
C
Een aandoening die is ontstaan door een verandering in het DNA.
D
Een niet-erfelijke aandoening tijdens de vorming van cellen

Slide 36 - Quiz

Wat heeft meer invloed? Een mutatie in een geslachtscel of een mutatie in een lichaamscel?
A
Geslachtscel
B
Lichaamscel
C
Beide evenveel
D
Geen van beiden

Slide 37 - Quiz

Veranderingen in genotypen
  • Populatie= een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich met elkaar kunnen voortplanten.
  • Nieuwe genotypen ontstaan(voortplanting & mutaties)
  • Diversiteit in een populatie

Slide 38 - Diapositive

Een voorbeeld van Evolutie is
A
Verandering van kikker naar salamander
B
Verandering van kikkervisje naar kikker

Slide 39 - Quiz

Welke zin is juist?
A
In een stamboom zie je de genotypen
B
Virussen kunnen bestreden worden met antibiotica
C
Veredelen is een natuurlijkproces
D
Survival of the fittest is een voorbeeld van natuurlijke selectie

Slide 40 - Quiz

Een hondenfokker fokt zijn honden door middel van...
A
Recombinant DNA techniek
B
Kunstmatige Inseminatie
C
Veredeling
D
Natuurlijke selecite

Slide 41 - Quiz

Slide 42 - Vidéo

De snavel midden boven is van een
A
insecten eter
B
vlees eter
C
zaden eter
D
kroos eter

Slide 43 - Quiz

Ik weet nu al heel veel over deze onderwerpen. Ik ga voor de toets een voldoende halen

Slide 44 - Question ouverte