Grammar Unit 3 Present continuous vs present simple
Present continuous vs Present simple
Unit 3
1 / 13
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 2
Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 30 min
Éléments de cette leçon
Present continuous vs Present simple
Unit 3
Slide 1 - Diapositive
Leerdoel
Ik weet het verschil tussen de present simple en de present continuous.
Ik kan een vraag vormen met de present continuous.
Slide 2 - Diapositive
Present continuous
De present continuous is de tegenwoordige tijd. Je gebruikt deze werkwoordstijd om aan te geven dat: - iets nu aan de gang is. - iemand iets nu aan het doen is.
Deze werkwoordstijd is anders dan de present simple uit leerjaar 1.
Slide 3 - Diapositive
Present continuous
Hoe vorm je de present continuous?
- begin met een vorm van to be: am / are / is.
- het tweede werkwoord krijgt + ing
Soms wijzigt het werkwoord als je +ing toevoegt.
Slide 4 - Diapositive
Vorm van to be
Vorm van to be: am / are / is
I am
You are He / She / It is We are You are They are
Slide 5 - Diapositive
+ ing
Soms wijzigt het werkwoord als je + ing toevoegt:
- eindigt het werkwoord op een -e ? zoals create / bake? Dan haal je de -e weg en zet je +ing hiervoor in de plaats.
creating / baking
Slide 6 - Diapositive
+ ing
Heeft het werkwoord één lettergreep, een korte klinker en eindigt het op een medeklinker?
Dan verdubbel je de medeklinker als je er +ing achter zet.
chat > chatting.
Slide 7 - Diapositive
Verklikwoorden
Om erachter te komen of je de present continuous moet gebruiken, kun je kijken of je verklikwoorden ziet staan.
now, right now, at the moment.
nu, nu, op het moment.
Deze woorden geven aan dat iets nu gebeurt.
Slide 8 - Diapositive
Simple vs continuous
De present continuous gebruik je: als iets nu bezig is.
De present simple gebruik je: - als iets een gewoonte is (vaak, nooit, regelmatig, soms etc). - als iets een feit is.
Slide 9 - Diapositive
He _____(do) his homework in his room.
Slide 10 - Question ouverte
I ______(like) the colours blue and yellow.
Slide 11 - Question ouverte
Ik weet het verschil tussen de present continuous en de present simple.