B2: Voelen, ruiken en proeven WTS

Herhalen Thema 5: B1
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Herhalen Thema 5: B1

Slide 1 - Diapositive

Een ........ is een orgaan dat reageert op bepaalde invloeden uit de omgeving
Een bepaalde invloed uit de omgeving noemen we een ........
Zintuigcellen zetten prikkels om in ......
Zintuig
prikkel
impulsen

Slide 2 - Question de remorquage

Is "proeven" een prikkel, een impuls, een waarneming of een zintuig?
A
Prikkel
B
Impuls
C
Waarneming
D
Zintuig

Slide 3 - Quiz

B2: Voelen, ruiken en proeven
Leerdoelen
  • Ik kan de bouw en functies van de huid beschrijven 
  • Ik kan benoemen hoe je verschillende geuren ruikt 
  • Ik kan benoemen hoe je verschillende smaken proeft

Slide 4 - Diapositive

De huid
De huid is een orgaan, het bestaat uit verschillende weefsels. Omdat de huid grenst met de omgeving, zitten er veel zintuigen in de huid.

De huid heeft verschillende lagen...
  • de opperhuid
  • de lederhuid
  • het onderhuidsbindweefsel

Slide 5 - Diapositive

Zintuigen in de huid
Tastzintuigen: reageren op lichte aanrakingen van de huid. Tastknopjes. Ruw, glad.
Drukzintuigen: dieper in de huid. Regelen bv. kracht waarmee je iets vastpakt. 
Warmtezintuigen: Reageren als je huid in aanraking komt met iets dat warmer is dan je huid.
Koudezintuigen: Reageren als je huid in aanraking komt met iets dat kouder is dan je huid. 
Pijnpunten: komen overal in je lichaam voor. 

Slide 6 - Diapositive

Temperatuur regeling

Wanneer je het warm hebt:

  • bloedvaten worden wijder
  • zweetklieren produceren meer zweet
  • De huid wordt rood

Slide 7 - Diapositive

Temperatuur regeling

Wanneer je het koud hebt:

  • bloedvaten worden nauwer
  • Kippenvel, rillen
  • De huid wordt bleek

Slide 8 - Diapositive

Sleep naar de juiste plek
Opperhuid
Lederhuid
Onderhuids bindweefsel

Slide 9 - Question de remorquage

De opperhuid bestaat uit de:
A
hoornlaag en kiemlaag
B
hoornlaag en lederhuid
C
lederhuid en kiemlaag
D
lederhuid en onderhuidsbindweefsel

Slide 10 - Quiz

1. Tastzintuig:
Een zintuig dat in de huid ligt en reageert op lichte aanraking
2. Drukzintuig:
Ligt dieper in de huid dan een tastzintuig. Reageert op druk
A
1: waar 2: nietwaar
B
1: nietwaar 2: waar
C
beide waar
D
beide nietwaar

Slide 11 - Quiz

opperhuid
in lederhuid
onderhuids bindweefsel
talgklier
haren
tastknopje
vet
pijnpunt
drukzintuig
bloedvat
haarspiertje
zweetklier

Slide 12 - Question de remorquage

De huidlaag
met daarin zintuigen en zweetklieren
A
Hoornlaag
B
Opperhuid
C
Lederhuid
D
Onderhuids bindweefsel

Slide 13 - Quiz

In de huid komen onder andere bloedvaten voor.
Bloedvaten spelen een directe rol bij de regeling van de lichaamstemperatuur.
In welk deel van de huid liggen deze bloedvaten?

A
alleen in de lederhuid
B
alleen in de opperhuid
C
zowel in de lederhuid als in de opperhuid
D
alleen in het onderhuidsbindweefsel

Slide 14 - Quiz

Ruiken:

Reukzintuigcellen liggen in het neusslijmvlies.

Er zijn verschillende typen:
allemaal gevoelig voor een andere geurstof

Slide 15 - Diapositive

Hoe ruik je?
Zet de stappen in de juiste volgorde 
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Met de lucht die je inademt, komen geurstoffen mee.
Die komen bij het reukzintuig
Je ruikt de geur
Het reukzintuig stuurt de berichten via de reukzenuw naar je hersenen
Het reukzintuig zet de prikkels om in berichten

Slide 16 - Question de remorquage

B2: Voelen, ruiken en proeven

Slide 17 - Diapositive


250 smaakpapillen
10.000 smaakknoppen
Elke smaakknop 25-40 smaakzintuigcellen:
Elke smaakzintuigcel neemt 1 hoofdsmaak waar:
zoet, zuur, umani, bitter en zout.

Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Vidéo

Van het ruiken van lekker voedsel gaat een hond kwijlen.
Wat is de prikkel? en wat maken de zintuigcellen van de hond aan bij het ruiken van lekker eten?
A
Prikkel: De geur Impuls
B
Prikkel: Kwijlen Reactie
C
Prikkel: Kwijlen Stroom
D
Prikkel: De geur Kwijl

Slide 20 - Quiz

Welke zintuigen gebruik je bij het proeven van voedsel?
A
smaakzintuig
B
smaakzintuig, geurzintuig
C
smaakzintuigen, geurzintuig, lichtzintuig,
D
Smaakzintuig, geurzintuig, lichtzintuig, warmtezintuig, koudezintuig, tastzintuig.

Slide 21 - Quiz

Sleep: Waar of niet waar?
WAAR
NIET WAAR
Smaakpapillen zijn prikkels voor de smaakzintuigen.
Smaakzintuigen liggen op je tong en je lippen.
Smaakstoffen sturen berichten naar je hersenen.
Met de smaakzintuigen op je tong kun je smaken waarnemen.

Slide 22 - Question de remorquage

Welke smaken kun je wel met smaakzintuigen op je tong herkennen en welke niet?
Wel 
Niet
aardbeien
bitter
zuur
cola
Frikandel speciaal
zoet

Slide 23 - Question de remorquage

B2: Voelen, ruiken en proeven
Lees B2 in je papieren boek (onderstreep of markeer wat belangrijk is)

Maak de opdrachten volgens de planning. Is een opdracht oranje of rood? Zet het juiste antwoord in je papieren boek. 

Slide 24 - Diapositive