Cette leçon contient 52 diapositives, avec diapositives de texte et 1 vidéo.
La durée de la leçon est: 45 min
Éléments de cette leçon
Slide 1 - Diapositive
Slide 2 - Diapositive
Slide 3 - Diapositive
Slide 4 - Diapositive
Slide 5 - Diapositive
Slide 6 - Diapositive
Slide 7 - Diapositive
Slide 8 - Diapositive
Slide 9 - Diapositive
Slide 10 - Diapositive
Slide 11 - Diapositive
Slide 12 - Diapositive
Slide 13 - Diapositive
Slide 14 - Diapositive
Slide 15 - Diapositive
Slide 16 - Diapositive
Slide 17 - Diapositive
Slide 18 - Diapositive
Slide 19 - Diapositive
Slide 20 - Diapositive
Slide 21 - Diapositive
Slide 22 - Diapositive
Slide 23 - Diapositive
zorg- en ondersteuningsactiviteiten
Slide 24 - Diapositive
Zorgactiviteiten
Afgestemd op de zorgbehoefte en het zorgdoel
Veilig en passen bij de leeftijd, gezondheid en zelfzorgmogelijkheden
Passend bij de wensen en behoeften
Slide 25 - Diapositive
Vraag:
Wat is het verschil tussen een zorgactiviteit en een ondersteuningsactiviteit?
Slide 26 - Diapositive
Directe zorgactiviteiten
Indirecte zorgactiviteiten
Slide 27 - Diapositive
Indirecte zorgactiviteiten
Activiteit staat los van de individuele zorgvragers
denk aan deelnemen aan een teamvergadering
denk aan bijscholing en vakliteratuur lezen
denk aan voorraadbeheer (bv van medicatie of platgoed)
Slide 28 - Diapositive
Directe zorgactiviteiten
zorgactiviteiten gepland voor de individuele zorgvrager
terug te vinden in het zorgplan van de zorgvrager
omschreven bij de vier domeinen
Slide 29 - Diapositive
Slide 30 - Diapositive
Hoe formuleer je een activiteit?
Slide 31 - Diapositive
Voorbeelden van zorgactiviteiten
Ondersteuning bij het uitvoeren van bepaalde handelingen. Denk aan hulp bij het wassen.
Ondersteuning die met communicatie te maken heeft. Denk aan een gesprek voeren.
Ondersteuning die is gericht op het aannemen van een bepaalde houding bv een voorbeeldgedrag
Slide 32 - Diapositive
Oefening
Mevrouw Assanti heeft op haar scheenbeen een wond wat maar niet dicht wil, ze heeft er veel pijn aan.
Formuleer een SMART zorgdoel
Beschrijf 2 activiteiten die bij dit doel horen
Slide 33 - Diapositive
Oefening 2
Meneer Hoekstra durft niet goed te lopen, een rollator vind hij maar een onding maar helemaal de stoel uitkomen vind hij ook geen oplossing. Hij heeft besloten om het te gaan proberen met een rollator.
Formuleer een SMART zorgdoel
Beschrijf 2 activiteiten die bij dit doel horen
Slide 34 - Diapositive
Slide 35 - Diapositive
Objectief of
Subjectief
Slide 36 - Diapositive
Slide 37 - Diapositive
Observeren & Rapporteren
Kun je alles waarnemen?
Slide 38 - Diapositive
Verschil waarnemen en observeren
Waarnemen is iets bij toeval opmerken met een van je zintuigen. Horen, zien, voelen, ruiken.
Observeren is het bewust met een bepaald doel waarnemen van het gedrag van iemand.
Slide 39 - Diapositive
Objectief & Subjectief
Objectief is gebaseerd op feiten
subjectief is gebaseerd op eigen mening
Slide 40 - Diapositive
Slide 41 - Diapositive
Slide 42 - Diapositive
Hulpmiddel bij rapporteren
SOAP methode Kan helpen om rapportage concreet en duidelijk op te schrijven
Slide 43 - Diapositive
rapportage herkennen
De informatie die je door het observeren krijgt moet je zo objectief mogelijk beschrijven. Dat doe je door het verslag zo precies mogelijk te schrijven. Alles wat je hebt waargenomen met de ogen, oren en andere zintuigen.
Slide 44 - Diapositive
rapporteren volgens soep methode
Meneer gaf aan zich niet lekker te voelen tijdens de ADL. Bespreek: wat is de soep/soap methode? En waar staat elke letter voor?
S:
O:
A/E:
P:
Slide 45 - Diapositive
Slide 46 - Diapositive
SOAP Rapportage
S= Subjectief
O= Objectief
A= Analyse
P= Plan
Slide 47 - Diapositive
Goed of fout?
De wond zit op het been van de zorgvrager.
Mw. heeft vandaag 6 glazen fris gedronken.
Mw. gaf vandaag haar pijn een 8.
Het litteken van de heupoperatie zit op de heup.
Slide 48 - Diapositive
Schrijf een SOAP rapportage over komend video fragment