Leesclub

Je mag in je leesclubgroepje zitten
Nodig: pen, schrift, leesboek
1 / 19
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

Cette leçon contient 19 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Je mag in je leesclubgroepje zitten
Nodig: pen, schrift, leesboek

Slide 1 - Diapositive

Leesclubgesprek
Na deze les weet je:
... wat leeservaringsgerichte vragen zijn
... hoe je a.d.h.v. literaire begrippen een boek kunt bespreken
... wat een thema is
... wat een genre is

Wat gaan we doen?
Aftekenen P3 -> leg je schrift en werkboekje (met naam en klas) op mijn bureau
Uitleg thema en genre 
Groepsopdracht leesclubvragen bedenken & oefenen
Groepsmindmap invullen
Terugblik





Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Thema - Genre
Thema: Overkoepelend onderwerp/thema 
(bijv. oorlog, liefde, relaties, opgroeien, identiteitsontwikkeling, alcoholisme, sport, psychische problemen, armoede, cultuurverschillen enz.)

Denk je dat de auteur een bepaalde boodschap wil meegeven? Zo ja, wat is die boodschap volgens jou? 

Genre: 'Soort' boek bijv. graphic novel, oorlogsboek, roadnovel, sprookje, thriller, dagboek, Marialegende, Young Adult, dystopie, autobiografie, fantasy enz.

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Lien

Vragen met literaire begrippen (analysevragen)
Bedenk met je leesclubgroepje en schrijf op:
  • 3 Literaire begrippen -> bedenk voor ieder begrip een kwalitatieve, diepgaande, originele vraag 
  • Voorbeeld minder goede vraag: Hoe ziet de hoofdpersoon eruit? óf Wat is het vertelperspectief?
  • Voorbeeld goede vraag is:  Wat betekent de titel en waarom zou de auteur hiervoor hebben gekozen? Vind je de titel goed gekozen of kun je zelf een betere, originelere titel verzinnen?
  • De mooiste vragen gaan we de volgende                                                                                                periode gebruiken bij de leesclubgesprekken









timer
3:00

Slide 6 - Diapositive

Voorbeelden analytische literaire begrippen
Personages: Welke ontwikkeling maakt de hoofdpersoon door? Wat is kenmerkend voor zijn/haar karakter? Is er sprake van een duidelijke hoofdpersoon en een antagonist (tegenstander)? Zo ja, hoe beïnvloeden ze elkaar?

Vertelperspectief: Waarom zou de schrijver voor dit vertelperspectief hebben gekozen?
Zou je het boek meer of minder waarderen wanneer het in een ander vertelperspectief was geschreven? 

Schrijfstijl: Hoe omschrijf je de schrijfstijl (woordgebruik, zinslengte, beeldspraak of dialogen) van de auteur? Vond je de schrijfstijl toegankelijk of juist uitdagend? Leg uit met voorbeelden.


Slide 7 - Diapositive

Voorbeelden analytische literaire begrippen
Motieven: Zijn er motieven (terugkerende gebeurtenissen, bepaalde herhalingen bv. een kleur, een getal, een woord) in het verhaal die het thema versterken? Wat voor effect heeft dit op jou? 

Setting (tijd en ruimte): Hoe beïnvloedt de tijdsperiode waarin het verhaal zich afspeelt de gebeurtenissen en keuzes van de personages? Zouden ze zich anders gedragen als het verhaal zich in een andere tijd afspeelde?

Spanningsopbouw: Hoe wordt de spanning in het boek opgebouwd (bijv. door open plekken, cliffhangers of onverwachte gebeurtenissen). Hoe zorgt dit ervoor dat jij blijft doorlezen?

Zie voor meer uitleg: Kern HB Literatuur 11 t/m 27 (p.160-255) en Kern OB p.196-205

Slide 8 - Diapositive

Leeservaringsgerichte vragen - Wat doet het boek met jou?
Bedenk met je leesclubgroepje en schrijf op:
  • 3 Leeservaringsgerichte vragen waardoor je écht samen over het boek nadenkt, maar óók over jezelf.
  • Een goede vraag is bijv.: Stel je mag één dag het leven leiden van een personage uit het boek, wie kies jij en waarom?
  • De mooiste,orgineelste vragen gaan we in P4 gebruiken bij de leesclubgesprekken









timer
3:00

Slide 9 - Diapositive

Leeservaringsgerichte vragen
Waarmee worstelt de hoofdpersoon? Welk advies zou jij hebben voor de hoofdpersoon?


Kun jij je identificeren met de hoofdpersoon? Leg uit en beargumenteer.

Welke (ongepaste) vraag zou jij aan een personage uit het boek willen stellen? Heb je een vermoeden wat het antwoord daarop zal zijn? Leg uit.

Stel dat jij halverwege dit boek invloed hebt op een andere afloop, hoe zou jij het willen laten eindigen? Heb je een voorkeur voor een duidelijk einde (goed of slecht) of voor een 'open' einde?

Zou je dit boek aan je klasgenoten willen aanraden? Waarom wel/niet? Beargumenteer jouw mening met met voorbeelden uit het boek.






Slide 10 - Diapositive

Leesclubgesprek (10 min)
  • Bespreek met je groepje eerst jullie zelfbedachte vragen
  • Zorg voor diepgang (beargumenteer met voorbeelden uit het boek)
  • Laat elkaar evenveel aan het woord, oordeel niet en vraag door (zie ook  bladwijzer)
  • Hulp nodig of uitgesproken? Pak een nieuw vragenkaartje.
timer
10:00

Slide 11 - Diapositive

Braindump (8 min)
  • Vul met je groepje de mindmap in
  • Verplichte onderdelen zijn:
  1.  titel  en genre
  2. naam auteur 
  3. thema 
  4. beargumenteerde mening (individueel invullen op de mindmap)
  • Tijd over? Kies één van de overgebleven lege vakjes en vul die in
  • Maak na de les een foto van de mindmap en zet die in je leesdossier

Slide 12 - Diapositive

Slide 13 - Diapositive

Onder welk genre valt Suske en Wiske?

Slide 14 - Diapositive

1. Onder welk genre valt 'Het achterhuis' van Anne Frank?
2. Wat is het thema van dit boek?

Slide 15 - Diapositive

Onder welk genre valt 'Dagboek van een muts'?

Slide 16 - Diapositive

Schrijf op een post-it (mag anoniem)
Inleveren eind van de les (samen met de vragenkaartjes)

1. Hoe bespreek jij het liefst een boek?

A. Leeservaringsgerichte vragen óf 
B. Analytische vragen m.b.v. de literaire begrippen

En waarom deze keuze? Beargumenteer kort.

Slide 17 - Diapositive

2. Wat leveren de leesclublessen jou op?
Meerdere antwoorden zijn mogelijk
  1. Door de gesprekken met mijn groepsgenoten begrijp ik het boek beter.
  2. Ik vind het leuk om mijn mening over het boek te vergelijken met andere meningen van mijn groepsgenoten.
  3. Ik lees liever alleen een zelfgekozen boek i.p.v dat we gezamenlijk een boek kiezen en lezen.
  4. De leesclubvragen helpen om over het boek te praten en laten me ook nadenken over mijzelf.
  5. Als ik iets niet van het boek snap, kan ik dat vragen aan mijn groepsgenoten.
  6. Ik heb niet zoveel/niets opgestoken van de leesclublessen
  7. Met elkaar een boek lezen is leuker dan alleen.
  8. Mis je een opmerking, schrijf die op een post-it.

Slide 18 - Diapositive

Toetsvoorbereiding taalbeschouwing
Begrippenlijst kennen en kunnen toepassen
Gemaakte huiswerk en theorie uit Kern én uit het werkboek Taalbeschouwing

Woordenboek is NIET toegestaan
Oefen de proeftoets op Magister

Slide 19 - Diapositive