Cette leçon contient 29 diapositives, avec quiz interactifs.
Éléments de cette leçon
Microgolven gebruik je bij een...
A
tv
B
radio
C
rontgenfoto's
D
magnetron
Slide 1 - Quiz
IR-straling gebruik je bij een...
A
tv
B
nachtkijker
C
rontgenfoto's
D
magnetron
Slide 2 - Quiz
Bij een afstandbediening gebruikt men...
A
radiogolven
B
infraroodstraling
C
ultraviolet
D
zichtbaar licht
Slide 3 - Quiz
De meest energierijke straling is ...
A
gammastraling
B
rontgenstraling
C
ultraviolet
D
infrarood
Slide 4 - Quiz
Wat is 0,000051 m in de machten van 10?
A
5,1⋅10−4m
B
5,1⋅10−5m
C
5,1⋅104m
D
5,1⋅105m
Slide 5 - Quiz
Fotonen zijn
A
elektromagnetische golven
B
stralingspakketjes
C
deeltjes met lading
D
deeltjes met een snelheid kleiner dan de lichtsnelheid
Slide 6 - Quiz
Welke stof heeft de grootste halveringstijd?
A
A
B
B
C
C
D
D
Slide 7 - Quiz
De halveringstijd van instabiel Jodium is 8 dagen. Hoeveel procent is er na 16 dagen nog over?
A
50%
B
30%
C
25%
D
0%
Slide 8 - Quiz
2,0 gram thorium vervalt gedurende 72 dagen, waarna er nog maar 0,25 gram thorium over is. Hoe groot is de halveringstijd van thorium?
A
9 dagen
B
12 dagen
C
24 dagen
D
36 dagen
Slide 9 - Quiz
In de kern van een atoom vind je de kerndeeltjes. Dit zijn ...
A
neutronen en protonen
B
elektronen en protonen
C
muonen en elektronen
D
elektronen en neutronen
Slide 10 - Quiz
Een elektron is een....
A
negatief geladen deeltje
B
positief geladen deeltje
C
neutraal deeltje
D
bestaat niet
Slide 11 - Quiz
Protonen zijn...
A
negatief geladen kerndeeltjes
B
neutraal geladen kerndeeltjes
C
positief geladen deeltjes buiten de kern
D
positief geladen kerndeeltjes
Slide 12 - Quiz
Met welk apparaat kun je de stralingsdosis meten?
A
Teslameter
B
dosismeter
C
energiemeter
D
spanningsmeter
Slide 13 - Quiz
Wat is de eenheid van stralingsdosis
A
Gy
B
J
C
Sv
D
J/kg
Slide 14 - Quiz
Albert heeft bij de tandarts een röntgenfoto van een kies laten maken en daarbij een stralingsdosis van 0,005mSv opgelopen. Dit is een vorm van
A
Bestraling
B
Besmetting (en bestraling)
Slide 15 - Quiz
De stralingsdosis (in milliSievert) is een maat voor
A
hoeveel straling je ontvangt
B
hoeveel atoomkernen er vervallen
Slide 16 - Quiz
Halveringsdikte geldt voor:
A
Alfa straling
B
Beta-straling
C
Gamma-straling
D
Alle straling
Slide 17 - Quiz
14. Na twee halveringsdikten heb je een kwart van de atomen over. 1/2 * 1/2 = 25%
A
Juist
B
Onjuist
Slide 18 - Quiz
Lood heeft bij 2,0 MeV een halveringsdikte van 1,34 cm. Hoe dik moet de plaat zijn om 93,75% te absorberen?
A
2,0 cm
B
0,9 cm
C
3,7 cm
D
5,4 cm
Slide 19 - Quiz
Wat is de halveringsdikte van het plaatje?
A
6 mm
B
3 mm
C
1,8 mm
D
3,6 mm
Slide 20 - Quiz
Welk materiaal heeft een grotere halveringsdikte?
A
Bot
B
Spieren
C
beton
D
lood
Slide 21 - Quiz
bewering I: alfa deeltjes kun je met een stuk papier tegenhouden bewering II: beta deeltjes kun je met een aluminium folie tegenhouden.
A
beide beweringen fout
B
bewering I correct bewering II niet correct
C
bewering I fout bewering II wel correct
D
beide beweringen correct
Slide 22 - Quiz
beta deeltjes zijn
A
elektronen die zwaarder zijn dan de protonen
B
elektronen die flink minder zwaar zijn dan de protonen
C
protonen die positief zijn
D
elektronen met een positieve lading
Slide 23 - Quiz
Hoe maakt een CT-scanner beelden van dwarsdoorsneden van je lichaam?
A
met röntgestraling
B
met een 3d scanner
C
met een fotocamera
D
met een 2d scanner
Slide 24 - Quiz
Bij medisch onderzoek wordt soms een tracer gebruikt.
Een goede tracer:
A
zendt alfastraling uit en heeft een kleine halfwaardetijd.
B
zendt gammastraling uit en heeft een kleine halfwaardetijd.
C
zendt alfastraling uit en heeft een grote halfwaardetijd.
D
zendt gammastraling uit en heeft een grote halfwaardetijd.
Slide 25 - Quiz
Om organen in het menselijk lichaam te onderzoeken, wordt een tracer gebruikt.
Welk soort straling zendt zo’n tracer uit?
A
alfastraling
B
bètastraling
C
gammastraling
D
röntgenstraling
Slide 26 - Quiz
Bij een patiënt wordt een orgaan onderzocht. Dit onderzoek gebeurt met een radioactieve stof. De stof wordt ingespoten in de bloedbaan die door het orgaan stroomt. De radioactieve stof doet in dit onderzoek dienst als
A
bron voor inwendige bestraling.
B
tracer.
C
bron voor uitwendige bestraling
D
bloedverdunner.
Slide 27 - Quiz
Na uitwendige bestraling van een tumor ben je
A
bestraald
B
besmet
C
beide
D
geen van beide
Slide 28 - Quiz
Welke straling wordt meestal gebruikt voor inwendige bestraling