Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 30 min
Éléments de cette leçon
Huiswerk bespreken
- Herhaling 9.2 Spelling > samenstellingen
- 9.2 Spelling Bezitsvorm + apostrof
Volgende week maandag > oefen SO Taalverzorging 3
Volgende week donderdag > SO Taalverzorging 3
Slide 1 - Diapositive
Waarom is het groentesoep en niet groentensoep? LEG UIT!
Slide 2 - Question ouverte
Waarom is het roggebrood en niet roggenbrood? LEG UIT!
Slide 3 - Question ouverte
Waarom is het Stationsstraat en niet Stationstraat? LEG UIT!
Slide 4 - Question ouverte
- We gaan kijken naar de bezitsvorm + de apostrof
- Wat zijn de regels en hoe moet je dit toepassen?
Wat gaan we doen?
Slide 5 - Diapositive
Bezitsvorm
De boormachine van mijn oom.
Mijn ooms boormachine.
De mountainbike van mijn broer.
Mijn broers mountainbike.
Regel 1: de bezitsvorm van een zelfstandig naamwoord maak je meestal door er een -s achter te zetten.
Slide 6 - Diapositive
Bezitsvorm
De boormachine van Mira.
Mira's boormachine.
De mountainbike van Amy.
Amy's mountainbike.
Regel 2: de bezitsvorm van een zelfstandig naamwoord dat eindigt op a, i, o, u, y maak je er een 's achter te zetten.
Ik hou van ys.
Slide 7 - Diapositive
Bezitsvorm
De boormachine van Morris.
Morris' boormachine.
De mountainbike van Patrice.
Patrice' mountainbike.
Regel 3: de bezitsvorm van een zelfstandig naamwoord dat eindigt op een sisklank maak je er een apostrof achter te zetten.
Slide 8 - Diapositive
Welke bezitsvorm is juist geschreven? De fiets van Jonas.
A
Jonas' fiets
B
Jonass fiets
C
Jonas's fiets
Slide 9 - Quiz
Welke bezitsvorm is juist geschreven? De schoolboeken van Jenny.
A
Jennys schoolboeken
B
Jennyss schoolboeken
C
Jenny's schoolboeken
Slide 10 - Quiz
Welke bezitsvorm is juist geschreven? De schoenen van Max.
A
Max's schoenen
B
Max' schoenen
C
Maxs schoenen
Slide 11 - Quiz
Welke bezitsvorm is juist geschreven? De fiets van Jelle.
A
Jelle's fiets
B
Jelles fiets
C
Jelles' fiets
Slide 12 - Quiz
Welke bezitsvorm is juist geschreven? De spreekbeurt van Hannah.
A
Hannahs spreekbeurt
B
Hannah's spreekbeurt
C
Hannah' spreekbeurt
Slide 13 - Quiz
Welke bezitsvorm is juist geschreven? Het leesboek van Nova.
A
Novas leesboek
B
Novas' leesboek
C
Nova's leesboek
Slide 14 - Quiz
IK WEET HOE IK DE BEZITSVORM MOET SPELLEN
😒🙁😐🙂😃
Slide 15 - Sondage
Apostrof
Deze heb je nodig om uitspraakproblemen te voorkomen.
Radio's, taxi's, baby's
Regel 1: bij het meervoud van zelfstandige naamwoorden op
-a -i, -o, -u, -y schrijf je 's.
Ik hou van ys.
Slide 16 - Diapositive
Apostrof
k's, cd's, b's, wc's
Regel 2: bij het meervoud van letters en afkortingen.
Slide 17 - Diapositive
Apostrof
party'tje, p'tje, 4'tje, dvd'tje
Regel 3: bij het verkleinwoord van letters, cijfers, afkortingen en woorden die eindigen op -y
Slide 18 - Diapositive
Apostrof
oma's breiwerk, Lars' idee
Regel 4: bij de bezitsvorm van zelfstandige naamwoorden om uitspraakproblemen te voorkomen. Als het woord eindigt op een sisklank schrijf je alleen een '. Lars' idee.