V3 H3 lezen (functiewoorden, beoordeling, betoog)

1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Even opwarmen
Een aantal teksten in deze paragraaf gaat over seksisme. 
Lees het volgende bericht:

Slide 2 - Diapositive

Wat vind je van de aanklacht van de werknemers? Geef een argument erbij.

Slide 3 - Question ouverte

informeren
amuseren
overtuigen
activeren
uiteenzetting
stripverhaal
flyer
betoog

Slide 4 - Question de remorquage

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

Subjectieve informatie is per definitie onbetrouwbaar
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quiz

subjectieve informatie is per definitie onbetrouwbaar

Niet waar, Ook subjectieve informatie kan betrouwbaar
zijn. Een mening of een interpretatie kan heel
overtuigend zijn, als hij aansluit op wat jezelf weet over
het onderwerp. Of als de informatie afkomstig is van
iemand van wie je weet dat hij heel deskundig is op een
bepaald gebied. 

Slide 8 - Diapositive

Verschillende politieke partijen willen kolencentrales zo spoedig mogelijk sluiten. Hun argument: De centrales hebben, vergeleken met andere engergieopwekkers, een hoge uitstoot aan CO2 en fijnstof. Objectief of subjectief?

Slide 9 - Question ouverte

Stel, je leest een artikel dat de schrijver niet gelooft dat de aarde verder opwarmt. Zijn argument: Ik heb het het hele voorjaar koud gehad. Objectief of subjectief?

Slide 10 - Question ouverte

Slide 11 - Diapositive

Slide 12 - Diapositive

Welk tekstdoel hoort bij beschrijving en welk tekstdoel bij beoordeling?
overtuigen
Informeren
Beoordeling
Beschrijving

Slide 13 - Question de remorquage

Slide 14 - Diapositive

Ik vind dat roken slecht is.

Slide 15 - Diapositive

Hoe noemen we de zin 'Ik vind dat roken slecht is.'?

(standpunt/argument/weerlegging)

Slide 16 - Question ouverte

aanbeveling
conclusie
argument
Ik vind dus dat roken verboden moet worden.
Ik raad winkels aan geen sigaretten meer te verkopen.
Roken is namelijk slecht voor je gezonheid.

Slide 17 - Question de remorquage

voorbeeld
definitie
tegenwerping
Meeroken betekent dat je tabaksrook van een ander inademt.
Maar een sigaretje is wel lekker.
Je kunt bijvoorbeeld een slecht gebit krijgen.

Slide 18 - Question de remorquage

oorzaak
gevolg
probleemstelling
Jongeren beginnen vaak met roken door groepsdruk.
Uiteindelijk kun je verslaafd raken.
Het is schokkend dat jongeren steeds vroeger beginnen met roken.

Slide 19 - Question de remorquage

samenvatting
uitwerking
verklaring
Groepsdruk kan ontstaan door de onzekerheid van pubers.
Al met al heeft roken gevolgen voor je gezonheid, voor je portemonnee en voor je relaties.
Een verslaving kun je omschrijven als het niet meer zonder iets kunnen, zowel fysiek als mentaal.

Slide 20 - Question de remorquage

Wat is een weerlegging?
A
een herhaling van je standpunt
B
een tegenargument
C
een ontkrachting van een (tegen)argument
D
een nieuw argument

Slide 21 - Quiz

Wat is een anekdote?
A
een grappig en herkenbaar verhaaltje
B
een reden om ergens over te schrijven
C
een bepaalde vraag
D
een constatering

Slide 22 - Quiz

Waar komt een afweging vaak voor?
A
aan het begin van een tekst
B
in de bron van een tekst
C
in het midden van een tekst
D
aan het eind van een tekst

Slide 23 - Quiz

In welke zin staat een nuancering?
A
Je ben niet meteen verslaafd als je één sigaret hebt gerookt.
B
Roken is nog veel schadelijker dan mensen denken.
C
Bovendien stinken mensen die roken uit hun mond.
D
Heb je er wel eens aan gedacht wat roken doet met je witte muren?

Slide 24 - Quiz