Opdrachten Leerdoelen 3, 4, en 5

Opdrachten Leerdoelen 3, 4, en 5
1 / 30
suivant
Slide 1: Diapositive
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

Cette leçon contient 30 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Opdrachten Leerdoelen 3, 4, en 5

Slide 1 - Diapositive

4 zakken drop kosten €6,-. Je wilt weten hoeveel 3 zakken kosten.

Wat moet er bij de pijl staan?
A
:4
B
x4
C
-3
D
x3

Slide 2 - Quiz

4 zakken drop kosten €6,-. Je wilt weten hoeveel 3 zakken kosten.

Wat moet er bij de pijl staan?
A
:4
B
x4
C
-3
D
x3

Slide 3 - Quiz

4 zakken drop kosten €6,-. Je wilt weten hoeveel 3 zakken kosten.

Wat moet er bij de pijl staan?
A
:4
B
x4
C
-3
D
x3

Slide 4 - Quiz

4 zakken drop kosten €6,-.

Hoe kun je uitrekenen hoeveel 3 zakken kosten?
A
4 : 6 x 3 = 2
B
4 : 4 x 3 = 3
C
6 : 4 x 3 = 4,5
D
6 : 2 = 3

Slide 5 - Quiz

4 zakken drop kosten €6,-. Je wilt weten hoeveel 7 zakken drop kosten.

Waar moet je de 7 in de tabel zetten?
A
B
C
D
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 6 - Quiz

4 zakken drop kosten €6,-. Je wilt weten hoeveel 7 zakken drop kosten.

Waar zet je de 1 voor de tussenstap?
A
7
C
D
A
A
B
C
C
D
D

Slide 7 - Quiz

4 zakken drop kosten €6,-.

Bereken de prijs voor 7 zakken drop.
1
7
A
6 : 4 x 7 = 10,5
B
4 : 6 x 7 = 4,67
C
6 - 3 + 6 = 9
D
6 + 3 = 9

Slide 8 - Quiz

Sanne koopt 750 gram zalmfilet. Zalmfilet kost €3,80 per 200 gram.

Welk getal moet boven 380 staan in de tabel?
A
100
B
750
C
200
D
1

Slide 9 - Quiz

Sanne koopt 750 gram zalmfilet. Zalmfilet kost €3,80 per 200 gram.

Welk getal moet op de plek van het vraagteken staan?
200
?
A
100
B
750
C
200
D
1

Slide 10 - Quiz

Sanne koopt 750 gram zalmfilet. Zalmfilet kost €3,80 per 200 gram.
Bereken hoeveel Sanne moet betalen.

(Tip: maak een tabel in je schrift.)

Slide 11 - Question ouverte

Bij Kruidvat kost 200 gram snoep €1,70. Hoeveel kost 700 gram snoep?
Tip: maak de tabel in je schrift.

Slide 12 - Question ouverte

In een pot pindakaas van 650 gram zit 520 gram pinda's. Bereken hoeveel gram pinda's in een pot pindakaas van 350 gram zit.
Tip: maak de tabel in je schrift.

Slide 13 - Question ouverte

Marit koopt 320 gram noten. Per 1000 gram kost dit €3,25.
Hoeveel moet ze betalen?

Tip: Maak de tabel in je schrift.

Slide 14 - Question ouverte

Een groothandel krijgt een levering van 100 iPhones binnen. Hiervan zijn er 70 wit. De rest is zwart.
Welk deel is wit?
A
70100
B
10030
C
7035
D
10070

Slide 15 - Quiz

Een groothandel krijgt een levering van 100 iPhones binnen. Hiervan zijn er 70 wit. De rest is zwart.
Welk deel is zwart?
A
70100
B
10030
C
7035
D
10070

Slide 16 - Quiz

Een groothandel krijgt een levering van 100 iPhones binnen. Van de levering zijn 3 iPhones nodig om in de winkel te gebruiken. Welk deel van de levering is dat?
A
70100
B
1003
C
7035
D
10030

Slide 17 - Quiz

Welk deel van de 100 hokjes zijn rood?
A
30
B
1003
C
10030
D
10070

Slide 18 - Quiz

Hoeveel procent is rood?
A
30%
B
3
C
10030
D
10070

Slide 19 - Quiz

Hoeveel procent is blauw?
A
30%
B
15%
C
10030
D
10070

Slide 20 - Quiz

Hoeveel procent is geel?
A
30%
B
3
C
4%
D
10070

Slide 21 - Quiz

Hoeveel procent is wit?
A
30%
B
75%
C
4%
D
51%

Slide 22 - Quiz

Je kunt 20% van 60 berekenen door 60 te delen door... ?
A
3
B
4
C
5
D
20

Slide 23 - Quiz

Bereken 50% van 300.
A
9
B
15
C
300
D
150

Slide 24 - Quiz

Bereken 12,5% van 400.
A
9
B
15
C
50
D
150

Slide 25 - Quiz

Bereken 10% van 900.
A
9
B
90
C
300
D
9000

Slide 26 - Quiz

Bereken 30% van 900.

Tip: Gebruik je antwoord van de vorige opdracht.
A
9
B
90
C
300
D
270

Slide 27 - Quiz

Bereken 75% van 600.

Tip: Bereken eerst 25%.
A
450
B
150
C
300
D
270

Slide 28 - Quiz

Een bioscoopzaal heeft plaats voor 138 mensen. Voor vrijdag zijn 66 van de stoelen al gereserveerd.

Hoeveel stoelen zijn dit?
32
A
46
B
92
C
72
D
85

Slide 29 - Quiz

Sluit deze les en open 'Test leerdoelen 3, 4 en 5' om te kijken of je deze leerdoelen beheerst. 

Succes! 

Slide 30 - Diapositive