Onderzoeksvaardigheden - voorbereiding taak K.M.M.A.

Onderzoeksvaardigheden: voorbereiding taak K.M.M.A.
1 / 36
suivant
Slide 1: Diapositive
GeschiedenisSecundair onderwijs

Cette leçon contient 36 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Onderzoeksvaardigheden: voorbereiding taak K.M.M.A.

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

1. De basis
De onderzoeksvraag

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Onderwerp
Belang van afbakenen onderwerp
  • Thema
  • Tijd
  • Ruimte



Onderwerp alleen is niet voldoende! => onderzoeksvraag

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Onderzoeksvraag
Bij historisch onderzoek steeds vertrekken van een centrale onderzoeksvraag of de hoofdonderzoeksvraag.
  • Wie, wat, waar, wanneer & waarom?
  • NIET “de bronnen voor zich laten spreken”
  • Geen vragen > geen antwoorden
  • Subjectiviteit van bronnen en onderzoeker
Je deelvragen zijn subvragen van je hoofdvraag die helpen om je hoofdvraag stapsgewijs te beantwoorden.
Meestal is een hoofdvraag te complex om in één keer te beantwoorden en daarom gebruik je deelvragen om stap voor stap tot het antwoord op de hoofdvraag te komen.
  • Bij 1 onderwerp verschillende deelonderzoeksvragen mogelijk!

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voorbeeld:
Thema
  • Belgische koloniale propaganda en realiteit in Congo
Tijd
  • ca. 1930-1960
Ruimte
  • Belgisch-Congo

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Geen 'kroniek' van Belgisch-Congo of kolonialisme,...
  • Verzandt vaak in subjectiviteit/normativiteit
    Hoofdonderzoeksvraag: Hoe werd het koloniale project in Belgisch-Congo voorgesteld aan het Belgische publiek tussen 1908 en 1960?

  • Dan kunnen de deelvragen zijn:
  • - Welke media werden ingezet voor koloniale propaganda (affiches, film, schoolboeken)?
  • - Hoe werd het beeld van de Congolees gecreëerd en gereproduceerd in deze media?
  • - Welke rol speelden Belgische instellingen zoals de kerk, het onderwijs of het KMMA hierin?
  • - Hoe reageerden Congolese stemmen hierop, tijdens of na de koloniale periode?
  • - In hoeverre beïnvloedde de koloniale propaganda het publieke debat in België?
  • Hoe werd het leven in Belgisch-Congo voorgesteld op officiële affiches zoals deze van de tentoonstelling in Elisabethville in 1930
  • - Waarom investeerde België in tentoonstellingen zoals die in Elisabethville in 1930? Wat hoopte men ermee te bereiken?

  • ! Elke deelvraag leidt naar een deelonderzoek, waarbij je telkens bronnen en literatuur moet analyseren !

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoofdonderzoeksvraag
"Hoe hebben economische belangen en infrastructuurprojecten bijgedragen aan het koloniale project in Congo van 1885 tot 1960?"
Deelonderzoeksvragen
"Welke economische belangen hadden Belgische bedrijven in Congo en hoe werd de lokale bevolking hierbij betrokken?"
"Welke rol speelden transportinfrastructuren, zoals spoorlijnen en andere verbindingen, in de koloniale ontwikkeling van Congo?"
"Wat waren de gevolgen van deze economische en infrastructurele ontwikkelingen voor de Congolese samenleving?"
"Hoe paste de economische exploitatie van Congo in de bredere internationale economische ontwikkelingen van die tijd?"







Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoofdonderzoeksvraag
"Hoe heeft de koloniale periode (1908–1960) het dagelijks leven en de culturele identiteit van de bevolking in de regio Katanga beïnvloed?"
Deelonderzoeksvragen
"Welke maatregelen en invloeden introduceerden de koloniale machthebbers in Katanga en hoe hebben deze de traditionele gebruiken beïnvloed?"
"Hoe veranderde de sociale structuur in Katanga door het koloniale beleid en welke gevolgen had dit voor de gemeenschapsvorming?"
"Welke directe en blijvende gevolgen heeft de koloniale periode gehad op de culturele identiteit en het dagelijks leven van de inwoners van Katanga?"

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Formuleer zelf een onderzoeksvraag bij jouw onderwerp
1. Literatuur = Lezen, lezen, (lezen)
  • Wat is reeds geschreven over het Belgische kolonialisme? (Idesbald Godeeris)
  • Welke visies leven er over koloniale propaganda en economische uitbuiting?
  • Hoe verschillen Belgische en Congolese stemmen in de geschiedschrijving?

2. Bronnen: Mogelijkheden en beperkingen
  • Veel visuele bronnen (affiches, foto’s, films) tonen het Europees perspectief: receptie en propaganda.
  • Reële leef- en werkomstandigheden van Congolezen vaak onderbelicht of vertekend weergegeven.
  • Tekort aan Congolese zelfrepresentatie in koloniale bronnen → hoe gaan historici hiermee om?
  • Bezoek aan het KMMA: welke beelden, objecten en teksten worden er getoond? Wat ontbreekt? Wie vertelt het verhaal?
  • Mondelinge geschiedenis en postkoloniale literatuur als alternatieve bron?

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Onderzoeksvraag en de wetenschappelijke tekst
De onderzoeksvraag structureert de tekst/tentoonstelling
  • Titel omschrijft onderwerp en verwijst idealiter naar de onderzoeksvraag
  • Voorzie een inleiding en besluit => bevatten vragen en antwoorden en formuleren centrale stelling
  • Kritisch apparaat geeft bron- en literatuurverwijzingen
  • Vb: Idesbald Goddeeris, Koloniaal Congo. Een geschiedenis in vragen (Tielt: Lannoo, 2020).
  • Elke paper heeft een doelpubliek
  • Belangrijke begrippen definiëren
  • Bv. ‘generatie’, ‘generatieconflict’ 
  • Geen overbodige info/ niet alles willen vertellen
  • Bv. bezoeker tentoonstelling weet dat Congo in Afrika ligt.
  • Belang correcte spelling en grammatica
  • Fouten lijden*/ leiden af van wat je te vertellen hebt!

Slide 10 - Diapositive

Onderzoeksvraag en deelvragen: van breed naar scherp
De onderzoeksvraag is je kompas
Ze bepaalt wat je wel en niet onderzoekt.

Ze helpt je om gericht bronnen en literatuur te selecteren.

Een goede onderzoeksvraag is:

Niet te breed (vb. “Wat was het kolonialisme?”)

Niet te eng (vb. “Wat gebeurde er op 1 januari 1920 in Leopoldstad?”)

Wel afgebakend in tijd, ruimte en thema.

Van onderzoeksvraag naar deelvragen
==> Deelvragen helpen om je onderzoek stap voor stap te organiseren.

Bijvoorbeeld, stel:
Onderzoeksvraag: Hoe werd het koloniale project in Belgisch-Congo voorgesteld aan het Belgische publiek tussen 1908 en 1960?

Dan kunnen de deelvragen zijn:

Welke media werden ingezet voor koloniale propaganda (affiches, film, schoolboeken)?

Hoe werd het beeld van de Congolees gecreëerd en gereproduceerd in deze media?

Welke rol speelden Belgische instellingen zoals de kerk, het onderwijs of het KMMA hierin?

Hoe reageerden Congolese stemmen hierop, tijdens of na de koloniale periode?

In hoeverre beïnvloedde de koloniale propaganda het publieke debat in België?

! Elke deelvraag leidt naar een deelonderzoek, waarbij je telkens bronnen en literatuur moet analyseren !
2. Oriënteren en verzamelen van bronnen


Historisch onderzoek is gebaseerd op:
  1. primaire bronnen
  2. secundaire bronnen

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

2.1 primaire bronnen

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Types bronnen en bewaring

Ongeschreven bronnen
Materiële bronnen
  • Kunstvoorwerpen
  • Foto/film
  • Gebruiksvoorwerpen
  • Archeologische relicten
  • Gebouwen
  • Landschappen ...
Mondelinge bronnen
  • Overleveringen, verhalen, liederen…
  • Interviews

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Types bronnen en bewaring

Geschreven bronnen
Niet-verhalende bronnen (doel: documenteren)
  • Diplomatieke teksten
  • Bronnen van de administratieve praktijk
Verhalende bronnen (doel: verhalen, informeren,...)
  • Fictie
  • Traktaten
  • Kranten
  • Kronieken
  • Pamfletten
  • Egodocumenten


Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voorbeeld van bewaarinstelling
  • Musea
Bv. Koninklijk Museum voor Midden-Afrika
  • Cinematheken
  • Discotheken


Het Stanley-archief ----------------->

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Betrouwbaar of niet?

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Vier stappen om betrouwbaarheid te beoordelen

Wie is de maker?
  • Heeft de maker voorkennis of een bepaalde politieke/religieuze kleur?
  • Is hij/zij goed geïnformeerd over het onderwerp?
Wanneer is de bron gemaakt?
  • Hoe dichter bij de gebeurtenis, hoe betrouwbaarder.
  • Later geschreven bronnen kunnen vervormde herinneringen bevatten.
Waarom en voor wie gemaakt?
  • Wat is het doel van de bron?  Informeren, overtuigen, propaganda…?
  • Voor welk publiek is het bedoeld?
Onder welke omstandigheden gemaakt?
  • Was er censuur, onderdrukking of angst?
  • Kon de maker vrijuit spreken of schrijven?

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Vier stappen om betrouwbaarheid te beoordelen

Wie is de maker?
  • Heeft de maker voorkennis of een bepaalde politieke/religieuze kleur?
  • Is hij/zij goed geïnformeerd over het onderwerp?
Wanneer is de bron gemaakt?
  • Hoe dichter bij de gebeurtenis, hoe betrouwbaarder.
  • Later geschreven bronnen kunnen vervormde herinneringen bevatten.
Waarom en voor wie gemaakt?
  • Wat is het doel van de bron?  Informeren, overtuigen, propaganda…?
  • Voor welk publiek is het bedoeld?
Onder welke omstandigheden gemaakt?
  • Was er censuur, onderdrukking of angst?
  • Kon de maker vrijuit spreken of schrijven?
Belangrijk: betrouwbaarheid ≠ bruikbaarheid
Een onbetrouwbare bron (bv. propaganda) kan toch bruikbaar zijn als je onderzoekt hoe mensen werden beïnvloed.


Enkele denkfouten
"De bron komt uit die tijd, dus ze is betrouwbaar" → Niet per se!

"De maker is onbekend, dus onbetrouwbaar" → Niet automatisch.

"Je moet altijd meerdere bronnen hebben om te weten of iets klopt" → Elke bron wordt eerst op zichzelf beoordeeld.

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bruikbaar of niet?

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe beoordeel je de bruikbaarheid van een bron?

1. Relevantie
Past de bron bij je onderzoeksvraag?
  • Niet relevant = niet bruikbaar, ook al is de bron interessant op zich.
2. Betrouwbaarheid
Wie is de maker van de bron? Wat is zijn/haar standpunt of bedoeling?
  • Onbetrouwbare bronnen kunnen toch bruikbaar zijn, bv. voor onderzoek naar propaganda of indoctrinatie.
3. Representativiteit
Is dit een algemeen of eerder uitzonderlijk beeld?
  • Komt de inhoud overeen met wat andere bronnen vertellen?

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bronnen analyseren: soorten en aandachtspunten

Ooggetuigenis/dagboek
  • Subjectief → rekening houden met standplaatsgebondenheid
Schilderij
  • Gemaakt met een doel (esthetisch, propagandistisch)
  • Vaak beïnvloed door opdrachtgever
  • Bruikbaar voor onderzoek naar beeldvorming, minder voor feiten
Grafiek
  • Geeft cijfers, maar geen verklaringen
  • Combineer met andere bronnen voor een volledig beeld

Conclusie
De vraagstelling bepaalt welke bronnen bruikbaar zijn en hoe je ze moet interpreteren.

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat met feiten en meningen?

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Feiten, meningen en vooroordelen: wat moet ik ermee?
Bij geschiedenis werk je met bronnen
  • → Gemaakt door mensen = altijd gekleurd door interpretatie

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Feiten, meningen en vooroordelen: wat moet ik ermee?
Pas op voor “achteraf-kennis”
Oordelen met de kennis van nu over mensen uit het verleden = risico op anachronisme
Bijv.: “Hoe konden mensen in België trots zijn op het koloniale project in Congo?”
  • → Vandaag weten we meer over de uitbuiting, het geweld en het racisme dat ermee gepaard ging. Toen kregen veel mensen een gefilterd beeld via propaganda, onderwijs en media.
Conclusie:
  • Feiten geven structuur aan het verleden.
  • Meningen en vooroordelen tonen hoe mensen dachten en voelden.
  • Alle drie zijn belangrijk voor historisch inzicht!

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

2.2 secundaire bronnen
=wetenschappelijke literatuur (historisch werk)

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Doel van wetenschappelijke literatuur
Houden onderzoeker up-to-date
  • Boeken
  • Artikels
  • Reviewartikels
  • Recensies
  • Forums en discussiedossiers
  • Bibliografieën
Van zeer ‘groot’ tot zeer ‘klein’
Past and Present vs. Appeltjes van het Meetjesland
Verschillen in kwaliteit / Reikwijdte & peerreview

Slide 26 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wetenschappelijke literatuur: waar?
Gespecialiseerde bibliotheken
  • Beperkt te vinden in de gemeentelijke bib
  • Vooral: universiteit, andere wetenschappelijke instelling (archief, museum…), nationale bibliotheek 
  • Online: Google Scholar of via website Universiteiten (nvt)

Voor deze opdracht:
  • Beperken tot werk van Idesbald Godeeris
  • Eventueel aanvullen met info uit krantenartikels

Slide 27 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

http://scholar.google.com
Indexeert volledige tekst van online wetenschappelijke bijdragen
  • Geen automatisch wetenschappelijk keurmerk
  • Niet noodzakelijk in full-text beschikbaar
  • Niet geordend, heel wat dubbele informatie
Enkele voordelen voor het onderzoek
  • Inloggen via Google-account: bewaren citaties
  • Terugvinden recente literatuur
  • “Cited by”, “Related articles”

Slide 28 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wetenschappelijke literatuur: HOE lezen?
Verstandig lezen
Eerst…
  • Inhoudstafel
  • Abstract (indien voorhanden - nvt)
  • Conclusie van hoofdstuk
  • Daarna eventueel volledige hoofdstuk lezen

Slide 29 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stappenplan

Slide 30 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

3. Kritisch apparaat
Verantwoording bronnen (pri) en literatuur (sec)
  • voetnoten
  • bibliografie
Citation generator

Slide 31 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

voetnoten
bibliografie

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ook belangrijk: bijschriften bij afbeeldingen!
Afbeelding nr: Maker, omschrijving onderwerp, datering. vorm. Archief of collectie, Plaats.
Afbeelding 1: W. Vigneron, Affiche voor de Exposition Internationale, Elisabethville (Belgisch-Congo), mei–juni 1930. Kleurenlithografie op papier. Privécollectie. Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) digitale collectie, Tervuren.

Slide 33 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ook belangrijk: bijschriften bij afbeeldingen!
Afbeelding nr: Maker, onderwerp, datering (indien onbekend: s.d.). Soort afbeelding. Archief of collectie, Plaats van bewaring.
Afbeelding 2: H. Nicolaï, Arbeiders op een oliepalmenplantage van de Huileries du Congo Belge (HCB), ca. 1955. Zwart-witfoto. KMMA, Tervuren.

Slide 34 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wikipedia?
www.wikipedia.org
  • Non-profit crowdsourcing platform
  • Iedereen kan lemma maken, bewerken, corrigeren…
  • (Niet-academische) peerreview en (beperkt) kritisch apparaat
  • Reputatie publicatiekanaal en auteur niet van tel
  • Geen wetenschappelijke literatuur of bron!
  • Nuttig voor het controleren van feiten, data etc.
  • Niet altijd meest recente inzichten, weinig debat
  • Opletten met controversiële lemmata
  • Niet citeren in papers!
  • Kan eventueel wel helpen in zoektocht naar literatuur (Externe links, Literatuur)
  • Wikimedia Commons: beeldmateriaal in hoge resolutie 

Slide 35 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 36 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions