Herhaling H3 HAVO

Herhaling H3 HAVO
1 / 23
suivant
Slide 1: Diapositive

Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositive de texte.

Éléments de cette leçon

Herhaling H3 HAVO

Slide 1 - Diapositive

Hoe werden de vertegenwoordigers van de steden in de Staten genoemd?

Slide 2 - Question ouverte

Wat wordt bedoeld met een oligarchie in het bestuur van de Republiek?

Slide 3 - Question ouverte

Wat was het hoogste bestuursorgaan in de Republiek?
A
De adel
B
De Eerste Kamer
C
De Staten-Generaal

Slide 4 - Quiz

Na de dood van stadhouder Willem II in 1650:
A
Werd een nieuwe koning benoemd.
B
Besloten de gewesten geen nieuwe stadhouder aan te stellen.
C
Namen regenten de rol van stadhouder over

Slide 5 - Quiz

Wat is absolutisme?

Slide 6 - Question ouverte

In welk land was er een absolute koning?

Slide 7 - Question ouverte

Was Lodewijk XIV katholiek of protestants?
A
Katholiek
B
Protestants

Slide 8 - Quiz

Wie waren de hugenoten?

Slide 9 - Question ouverte

Waarom kwamen protestanten in 1688 in opstand tegen Jacobus II?
A
Omdat Jacobus II een oorlog begon tegen Nederland.
B
Omdat Jacobus II katholiek was en protestanten onderdrukte.
C
Omdat Jacobus II Willem III wilde opvolgen als koning.

Slide 10 - Quiz

Wie werd de nieuwe koning van Engeland?

Slide 11 - Question ouverte

In 1648 werd de Vrede van Münster gesloten tussen Spanje en de Republiek. Wat waren de gevolgen van deze vrede?

Slide 12 - Question ouverte

Tegen welk land voerde de Republiek na de Tachtigjarige Oorlog meerdere korte oorlogen?

Slide 13 - Question ouverte

Wie waren de belangrijkste vijanden van de Republiek in 1672?
A
Spanje en Engeland
B
Engeland en Frankrijk
C
Duitsland en Engeland
D
Frankrijk en Spanje

Slide 14 - Quiz

Waarom werd 1672 het Rampjaar genoemd?
A
Door economische neergang
B
Door aanvallen van verschillende vijanden
C
Door het verlies van alle handelsroutes
D
Door de moord op Willem III

Slide 15 - Quiz

Noem twee beeldkenmerken van de kunst uit de Gouden Eeuw

Slide 16 - Question ouverte

Bij welk begrip hoort deze uitleg: hoofdkwartier van de VOC op Java.
A
compagnie
B
factorij
C
Batavia
D
VOC

Slide 17 - Quiz

Bij welk begrip hoort deze uitleg:
economisch systeem van wereldwijde- handelscontacten.
A
compagnie
B
wereldeconomie
C
werkgever
D
factorij

Slide 18 - Quiz

Wat is de betekenis van het begrip 'compagnie'?

Slide 19 - Question ouverte

Wie was de groot-gouverneur van de VOC die Batavia liet bouwen?

Slide 20 - Question ouverte

Hoe werd de internationale handel in de 17e eeuw genoemd?

Slide 21 - Question ouverte

Hoe droeg de groeiende vraag naar suiker in Europa bij aan de slavenhandel?

Slide 22 - Question ouverte

De driehoekshandel werd gevaren door...
A
De VOC
B
De WIC

Slide 23 - Quiz