H. 6.1 (2) Vergrotingsfactor

Lesprogramma 
  1. Vragen huiswerk
  2. Doel van de les
  3. Theorie
  4. Zelfstandig werken
  5. Samenvatting
1 / 12
suivant
Slide 1: Diapositive
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

Cette leçon contient 12 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Lesprogramma 
  1. Vragen huiswerk
  2. Doel van de les
  3. Theorie
  4. Zelfstandig werken
  5. Samenvatting

Slide 1 - Diapositive

Vragen huiswerk?

Voorkennis H.6
H. 6.1 t/m opgave 13

timer
5:00

Slide 2 - Diapositive

Aan het eind van de les weet ik....
*  wat een vergrotingsfactor is
* dat ik ook een vergrotingsfactor kan gebruiken bij een verkleind figuur
* hoe ik kan rekenen met een vergrotingsfactor

Slide 3 - Diapositive

Voorbeeld
AB = 2 cm (origineel)
A'B' = 3 cm (beeld)

vergrotingsfactor = 3 : 2 = 1,5 


Vergrotingsfactor     =     lengte beeld  :  lengte origineel

Slide 4 - Diapositive

Vergrotingsfactor
Bereken de vergrotingsfactor. 
Het 1e plaatje is het origineel. 

4,5 : 3 = 1,5     (Of  7,5 : 5 = 1,5)
De vergrotingsfactor is dus 1,5
Vergrotingsfactor = lengte beeld : lengte origineel

Slide 5 - Diapositive

Rekenen met vergrotingsfactor

Slide 6 - Diapositive

Samen som 14 blz. 64

Slide 7 - Diapositive

Zelf som 15 blz. 64
timer
1:00

Slide 8 - Diapositive

Verkleinen (= vergroten)
Bij het verkleinen van een figuur heb je ook te maken met een origineel en een beeld.
Om de 'vergrotings'factor te bepalen gebruik je dezelfde formule: 
             beeld : origineel

4 : 8 = 0,5----vergrotingsfactor = 0,5
             ? = ............?

Slide 9 - Diapositive

Verkleining = Vergroting
In de vorige opdracht was de uitkomst 0,5.
Dit is kleiner dan 1. Dat betekent dus dat de figuur kleiner wordt, dat zie je ook in het beeld.

Dus...... een verkleining noem je een vergroting, omdat de vergrotingsfactor < 1. 
(vergrotingsfactor is kleiner dan 1).

Slide 10 - Diapositive

Ik weet....
*  wat een vergrotingsfactor is
* dat ik een vergrotingsfactor kan gebruiken bij een verkleind figuur
* vergrotingsfactor < 1 ? ------ de figuur wordt verkleind
* vergrotingsfactor > 1 ? -----  de figuur wordt vergroot
* Ik kan rekenen met een vergrotingsfactor

Slide 11 - Diapositive

Zelf aan de slag 
 Opgave 14, 15, 17, 18, 19, 21

Af: 
- maken: nog niet gemaakte opgaven
- maken: paragraaf Herhaling (blz. 93) opgave 1 t/m 3
- lezen: Samenvatting (blz. 88) stukje van par. 6.1

Slide 12 - Diapositive