Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 45 min
Éléments de cette leçon
Lees de theorie op blz. 41.
Begin aan opdracht 1.
§6Het stappenplan
Lezen
Startopdracht:
timer
8:00
Slide 1 - Diapositive
Je kunt de inleiding, het middenstuk en het slot van een tekst herkennen.
Je kunt deelonderwerpen in een middenstuk herkennen.
Je kunt zelf een stuk schrijven met duidelijke deelonderwerpen.
Lesdoelen
Slide 2 - Diapositive
In deze les:
Herhalingsvragen.
Huiswerk bespreken.
Oefenen met het herkennen van deelonderwerpen.
Aan het werk.
Leerdoelcheck.
Slide 3 - Diapositive
Dagopening:
''Voor wat moet jij uitkijken?''
Slide 4 - Diapositive
Zet de onderdelen op de juiste plek.
Inleiding
Kern
Slot
Introductie van het onderwerp
Deelonderwerp 1
Samenvatting
Conclusie
Anekdote
Deelonderwerp 2
Belangstelling
wekken
Deelonderwerp 3
Slide 5 - Question de remorquage
1.7 Het stappenplan Lezen
blz. 41-43.
Slide 6 - Diapositive
Het stappenplan lezen
Als je een tekst leest voor een proefwerk of SO, volg je een aantal stappen. Bedenk voordat je leest waarom de tekst leest. Bepaal dan welke stappen uit het stappenplan nodig zijn.
Slide 7 - Diapositive
Stap 1: Oriënterend lezen
Het doel van oriënterend lezen is het onderwerp van de tekst vinden.
1. Lees de titel, de tussenkopjes en bekijk de afbeeldingen (als die er zijn).
2. Lees de eerste alinea.
3. Geef in een paar woorden antwoord op de vraag: waarover gaat deze tekst?
Oftewel, wat is het onderwerp?
Slide 8 - Diapositive
Het doel van globaal lezen is om deelonderwerpen te vinden.
4. Bedenk welke alinea de inleiding is. Omcirkel deze alinea.
5. Bepaal welke alinea het slot is (vaak de laatste alinea). Omcirkel deze alinea.
6. Markeer welke alinea's van het middenstuk bij elkaar horen. Welke alinea's gaan over hetzelfde onderwerp? Bepaal de deelonderwerpen.
Stap 2: Globaal lezen
Slide 9 - Diapositive
De indeling van een tekst
Om een tekst te begrijpen, is het handig om te weten hoe een tekst in elkaar zit. Een goede tekst bestaat (meestal) uit
drie delen.
- Een inleiding;
- een middenstuk;
- een slot.
Slide 10 - Diapositive
Inleiding, middenstuk of slot?
Slide 11 - Diapositive
Welk stukje tekst past het best bij de inleiding?
inleiding
Iedereen voelt zich weleens onzeker. Omdat je denkt dat je er niet goed uiziet of dat je er niet bij hoort. Zorg dat je zekerder van jezelf wordt!
We zullen uitleggen hoe dat precies zit. Avondmensen beginnen pas laat op gang te komen. Ze snappen niet dat anderen aan het eind van de dag moe zijn.
Zorg dus dat je altijd de waarheid vertelt. Pas al je mentor weet wat er echt is gebeurd, kan hij je helpen het probleem op te lossen.
Slide 12 - Question de remorquage
Welk stukje tekst past het best bij het middenstuk?
middenstuk
Iedereen voelt zich weleens onzeker. Omdat je denkt dat je er niet goed uiziet of dat je er niet bij hoort. Zorg dat je zekerder van jezelf wordt!
We zullen uitleggen hoe dat precies zit. Avondmensen beginnen pas laat op gang te komen. Ze snappen niet dat anderen aan het eind van de dag moe zijn.
Zorg dus dat je altijd de waarheid vertelt. Pas al je mentor weet wat er echt is gebeurd, kan hij je helpen het probleem op te lossen.
Slide 13 - Question de remorquage
Welk stukje tekst past het best bij het slot?
slot
Iedereen voelt zich weleens onzeker. Omdat je denkt dat je er niet goed uiziet of dat je er niet bij hoort. Zorg dat je zekerder van jezelf wordt!
We zullen uitleggen hoe dat precies zit. Avondmensen beginnen pas laat op gang te komen. Ze snappen niet dat anderen aan het eind van de dag moe. zijn.
Zorg dus dat je altijd de waarheid vertelt. Pas al je mentor weet wat er echt is gebeurd, kan hij je helpen het probleem op te lossen.
Slide 14 - Question de remorquage
Stap 3: Precies lezen
Het doel van precies lezen is weten waar de tekst over gaat.
7. Onderstreep woorden die je niet kent en probeer de betekenis van de woorden met een woordraadstrategie (of met een woordenboek) te vinden.
8. Schrijf per alinea in een paar woorden op waar deze alinea over gaat.
9. Noteer het tekstdoel.
10. Noteer de tekstsoort.
Slide 15 - Diapositive
Welke tekstdoelen ken je nog?
Slide 16 - Question ouverte
Welke tekstsoorten ken je nog?
Slide 17 - Question ouverte
11. Onderstreep de hoofdgedachte van de tekst of schrijf die in je eigen woorden op. De hoofdgedachte is één zin waarin duidelijk wordt wat het belangrijkste is wat je over het onderwerp van de tekst te weten bent gekomen.