Taalverzorging PowerPoints

1 / 43
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 43 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 80 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Wat zijn stijlfiguren?
Het zijn middelen om dat wat je wilt zeggen, treffender of sterker uit te drukken.

Tussen
twee 
banen 
zitten
Betekenis: werkloos zijn

Stijlfiguur:
Eufemisme

Slide 2 - Diapositive

Waarom zou je stijlfiguren gebruiken?
Stijlfiguren gebruik je om indruk te maken op een luisteraar of lezer.

Het maakt een tekst levendiger.

Slide 3 - Diapositive

HERHALINGEN EN OPSOMMINGEN

Slide 4 - Diapositive

Repetitio (herhaling)
  • Repetitio is een opsomming waarbij een woord of delen van woorden steeds herhaald worden

  • Voorbeelden van repetitio zijn: Drommels, drommels en nog eens drommels. Uur na uur na uur zaten we bij meneer Möring in het lokaal.

Slide 5 - Diapositive

Anafoor (herhaling)
Herhaling van hetzelfde woord of dezelfde woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinnen of zinsdelen.
Voorbeelden:
  • Alles om hem heen veranderde. Alles leek beter te worden. Alles behalve hij.
  • Niemand zag iets, niemand deed iets, niemand wist iets.

Slide 6 - Diapositive

Tricolon (opsomming)
tricolon (drieslag):
opsommingen in drieën, bestaande uit drie delen. 


Heerlijk, helder, Heineken

Ik wil weg, ik wil naar huis, ik wil naar bed

Ik haat jou echt met je walgelijke gedrag, je nare stem en je irritante kop.





Slide 7 - Diapositive

Climax (opsomming)
climax: 
steeds sterker wordende serie

Het was een domper, een teleurstelling, een ramp.






Slide 8 - Diapositive

Anticlimax (opsomming)
anticlimax:
In een serie (reeks) valt de laatste stap tegen

Hij heeft hij een groot huis, een dik horloge, een dure auto en… een lege bankrekening.





Slide 9 - Diapositive

OVERDRIJVINGEN EN NUANCERINGEN

Slide 10 - Diapositive

Hyperbool (overdrijving)
Een hyperbolische uitspraak is een extreme overdrijving. 
"Snap je het nu nog niet? Ik heb het je al duizend keer uitgelegd!"

Slide 11 - Diapositive

 Eufemisme (nuancering)
d

Slide 12 - Diapositive

Understatement (nuancering)
Understatement:   iets afzwakken

Voorbeeld:
  • Ronaldo kan een aardig balletje trappen.
  • Die grote villa kostte een paar centen.

Slide 13 - Diapositive

Eufemisme en understatement
Een eufemisme verzacht om iets minder pijnlijk te laten klinken.
Een understatement maakt iets opzettelijk kleiner/zwakker.

Eufemisme: Hij is heengegaan (ipv overleden) -> verzachtend
Understatement: Het was niet makkelijk (ipv extreem moeilijk) -> bewust afgezwakt

Eufemisme laat iets minder hard klinken, terwijl een understatement vaak lichte, soms humoristische nuancering is.

Slide 14 - Diapositive

TEGENSTELLINGEN EN ONTKENNINGEN

Slide 15 - Diapositive

Antithese (tegenstelling)
Bij een antithese zet je tegengestelde woorden tegenover elkaar zodat ze meer opvallen.

- In een politieserie heb je altijd de goedaardige agent en zijn strenge collega.

Slide 16 - Diapositive

Paradox (tegenstelling)
Soms lijkt iets een tegenstelling, maar is dat bij nader inzien toch niet zo.

Slide 17 - Diapositive

Paradox (tegenstelling)
Soms lijkt iets een tegenstelling, maar is dat bij nader inzien toch niet zo.

Slide 18 - Diapositive

Litotes (ontkenning)
Het ontkennen van het tegenovergestelde (van wat je bedoelt).

Voorbeeld:
Hij woont daar niet onaardig.

Dat is geen slecht idee!

Slide 19 - Diapositive

Retorische vraag
Een retorische vraag is een vraag waarop geen antwoord wordt verwacht. Je kan het antwoord zelf namelijk al invullen 

Zijn we niet allemaal mensen van vlees en bloed?

Denk je dat je het beter weet?

Slide 20 - Diapositive

Chiasme
Een chiasme is een kruisstelling: als je de woorden van een chiasme onder elkaar plaatst, zie je een kruis.

Zo herhaal je op een speciale manier een begrip (ABBA).

          Dames en heren.

     Jongens en meisjes.

Slide 21 - Diapositive

SPOT

Slide 22 - Diapositive

Ironie (milde spot)
Je zegt het tegenovergestelde van wat je bedoelt: 
'Ideaal strandweertje!'

Slide 23 - Diapositive

Sarcasme (bijtende spot)
Bij sarcasme is de spot sterker, bijtender dan bij ironie. Iemand wil de ander kwetsen.

‘Goh, je meent het’, als je de ander niet serieus neemt.

Slide 24 - Diapositive

Cynisme (verbitterde spot)
Bij cynisme is er meer sprake van een houding van wantrouwen tegenover andermans bedoelingen. De geloof in goede bedoelingen is er niet meer.


Bijvoorbeeld:
‘Dacht je echt, dat hij wel iets kan?’

Slide 25 - Diapositive

f



Herken jij een stijlfiguur?

Slide 26 - Diapositive

f


Eufemisme: "herverdeling van middelen" = bezuinigingen

Slide 27 - Diapositive

Beeldspraak
Twee soorten:

Metaforen 
Maken van een vergelijking (+ homerische vergelijking)

Metonymia
Niet letterlijk benoemen, maar alternatieven gebruiken

Slide 28 - Diapositive

Uitleg Metafoor
Een type vergelijking

Belangrijk bij een metafoor:
Beeld (b)
Werkelijkheid (w), soms benoemd als object (o) 
Verbindingswoord (v)

Slide 29 - Diapositive

Uitleg Metafoor
Belangrijk bij een metafoor:
Beeld (b)
Werkelijkheid (w), soms benoemd als object (o) 
Verbindingswoord (v)

Jouw buurman is een beer van een vent!
Jouw buurman (w); is (v); beer van een vent (b)

Slide 30 - Diapositive

 4 Metaforen
Vergelijking met een verbindingswoord:
(van, alsof, koppelwerkwoord, als)

Hij is een boom van een kerel.

Slide 31 - Diapositive

Metafoor
Zuivere metafoor:
Met beeld (b), zonder werkelijkheid (w)

Niemand durft te vechten tegen zo'n kast.

Slide 32 - Diapositive

Metafoor
Personificatie:
Menselijke eigenschap geven aan een 'ding'

De aarde smacht naar regen.



Slide 33 - Diapositive

Metafoor
Synesthesie:
2 soorten zintuiglijke waarnemingen (horen, zien, voelen, etc.) worden vergeleken

Een zure geur

Zure (smaken)      -      geur (ruiken)

Slide 34 - Diapositive

Metafoor
Vergelijking met verbindingswoord
Ze is een schat (b) van een meid (w)
Zuivere metafoor
Zijn opmerking kwam uit de lucht vallen (b)
Personificatie
De muis aait de muismat
Synesthesie
Schreeuwende kleuren
        horen        -     zien

Slide 35 - Diapositive

Homerische vergelijking
Bijzonder ver uitgewerkte vergelijking 
“Zoals in de bergen een havik, vlugger vliegt dan al wat er vliegt, op een schichtige duif komt gestreken — deze wiekt zijdelings weg, maar de havik, telkens weer stotend, schiet en schiet op haar af met snerpende kreten: zijn vraatzucht spoort hem tot grijpen — zo snelde toen ook Achilles naar voren, vol van begeerte.”

Slide 36 - Diapositive

Metoniem (Metonymia)
De schrijver benoemt iets niet letterlijk, maar gebruikt een woord dat ermee te maken heeft.

"De Kuip schreeuwde na de val van de speler."
'De Kuip' = De supporters in De Kuip.

Slide 37 - Diapositive

Metafoor en metoniem
Metafoor: wel vergelijking of overeenkomst. Er wordt een beeld geschetst.

Metoniem: geen vergelijking maar detail, eigenschap of kenmerk 


Slide 38 - Diapositive

Metoniem

Veel mensen willen meer blauw op straat (blauw = politie)


Toen hij het veld opkwam, juichte het stadion (stadion = publiek)


Mijn opa heeft een anker op zijn onderarm (anker = een tatoeage van een anker)


Slide 39 - Diapositive

Spreekwoorden
Vaste uitdrukking

Bevat een algemene waarheid of wijsheid

Advies geven, situaties beschrijven of gedrag aanmoedigen

Voorbeeld: "De appel valt niet ver van de boom."

Slide 40 - Diapositive

Zegswijzen
Figuurlijk taalgebruik zonder wijsheid of raad. Gebruikt om een punt verduidelijken of een situatie beschrijven.

Vrije vorm. Kan worden veranderd in een zin.

Voorbeeld: "Met de deur in huis vallen."
Of: "Hij valt vaker met de deur in huis."

Slide 41 - Diapositive

Gezegden
Variant op de zegswijze

Vaste vorm (kan in een zin worden toegevoegd)
Bevat géén werkwoord

Gezegde = zo lelijk als de nacht
Voorbeeld: "De baby is zo lelijk als de nacht."

Slide 42 - Diapositive

Spreekwoord: Korte en vaste (onveranderbaar) uitspraak. Drukt een bepaalde wijsheid uit in een hele zin. Samenvatting van een situatie met een raad of advies. 
Voor de wind is het gunstig zeilen. 

Zegswijze: Vrije vorm die kan worden opgenomen in een zin. Situatie wordt beeldend beschreven, zonder wijsheid, raad of advies. 
Een koekje van eigen deeg geven

Gezegde: Vaste vorm, zonder werkwoord. Zinstoevoeging. 
Met hart en ziel

Slide 43 - Diapositive