Les 1

¡Muchas gracias y adiós!
1 / 19
suivant
Slide 1: Diapositive
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

Cette leçon contient 19 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 2 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

¡Muchas gracias y adiós!

Slide 1 - Diapositive

Welke woorden heb je geleerd?

Slide 2 - Carte mentale

Slide 3 - Diapositive



La clase de hoy



  • Spaanse woorden: welke woorden ken je al? 
  • Videofragment: jezelf voorstellen in het Spaans
  • Spaanse woorden: welke woorden heb je geleerd?
  •  Daarna: uiterlijk beschrijven

Slide 4 - Diapositive

Welke Spaanse woorden ken je al?

Slide 5 - Carte mentale



Fragmento de video

 'el casting'
Bekijk het fragment en beantwoord de vragen

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Vidéo

Hoe zeg je in het Spaans"?
"ik heet..."
A
Vivo en...
B
Me llamo...
C
Estoy bien
D
Soy de...

Slide 8 - Quiz

Wat betekent de vraag:
¿De dónde eres?
A
Hoe heet je?
B
Hoe oud ben je?
C
Waar kom je vandaag?
D
Hoe gaat het?

Slide 9 - Quiz

Waar of niet waar?
Sonia geeft haar 'número de teléfono' aan Marcos
A
Waar
B
niet waar

Slide 10 - Quiz

Hoe zeg je in het Spaans':
Dank je wel!
A
iAdiós!
B
iPor favor!
C
iHola!
D
iGracias!

Slide 11 - Quiz

De jongeren geven antwoord op de vraag '¿Cuántos años tienes?'.
Wat betekent deze vraag?
A
Hoe oud ben je?
B
Hoe gaat het met je?
C
Waar woon je?
D
Hoe heet je?

Slide 12 - Quiz

Welke woorden heb je geleerd?

Slide 13 - Carte mentale

Repaso: presentarse
Me gusta
¿Cómo te llamas?
¿De dónde eres?
¿Cuántos años tienes?
Hoe heet je?
Waar kom je vandaan?
Hoeveel jaar ben je?
Hoe gaat het?

Slide 14 - Question de remorquage

Slide 15 - Vidéo

Haarkleur beschrijven in het Spaans doe je met het werkwoord
Extra uitleg werkwoorden bij personen beschrijven

Ser gebruik je bij het beschrijven van uiterlijk en/of karakter wanneer er een bijvoeglijk naamwoord volgt. 
Bijvoorbeeld: Ella es guapa.

Estar gebruik je bij gemoedstoestanden
Bijvoorbeeld: Estoy contenta. 

Tener gebruik je als je beschrijft hoe oud iemand is of wanneer er een zelfstandig naamwoord volgt. 
Bijvoorbeeld: Tengo los ojos azules.

Lever gebruik je als je beschrijft of iemand iets draagt/aanheeft. 
Bijvoorbeeld: Lleva los pantalones azules. 

A
Ser
B
Llevar
C
Estar
D
Tener

Slide 16 - Quiz

Para describir el aspecto físico de personas utilizamos los verbos
A
ser, tener, hablar
B
ser, tener, llevar
C
ser, estar, tener
D
estar, tener, llevar

Slide 17 - Quiz

Karakter beschrijven in het Spaans doe je met het werkwoord
Extra uitleg werkwoorden bij personen beschrijven

Ser gebruik je bij het beschrijven van uiterlijk en/of karakter wanneer er een bijvoeglijk naamwoord volgt. 
Bijvoorbeeld: Ella es guapa.

Estar gebruik je bij gemoedstoestanden
Bijvoorbeeld: Estoy contenta. 

Tener gebruik je als je beschrijft hoe oud iemand is of wanneer er een zelfstandig naamwoord volgt. 
Bijvoorbeeld: Tengo los ojos azules.

Lever gebruik je als je beschrijft of iemand iets draagt/aanheeft. 
Bijvoorbeeld: Lleva los pantalones azules. 

A
Ser
B
Llevar
C
Estar
D
Tener

Slide 18 - Quiz

ASPECTO FÍSICO
CARÁCTER
moreno
gordo
rubio
bajo
alto
delgado
sincero
tímido
simpático
tranquilo
serio
alegre

Slide 19 - Question de remorquage