Gedragseconomie verdieping

Gedragseconomie
13:00 - 14:00 

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Gedragseconomie
13:00 - 14:00 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
> Kennismaking (5 min); 
> Werkvorm (10 min); 
> Filmpje (5 min);
> Uitleg (Ongeveer 30 minuten).

Alles klassikaal en samen. 


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
> Je krijgt 15 situaties, vul in waar jij voor zou kiezen. 
> Je mag eerder beantwoorde vragen niet veranderen.
> Doe het op volgorde van de situaties.
> 10 minuten de tijd. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Lokvogel (denk ook aan huizen, makelaar)
Gratis (de muffin is bijna gratis)
Gedragseconomie
--> Mensen maken steeds economische keuzes.
--> Mens is irrationeel en naïef. 
--> Het gedrag is systematisch en voorspelbaar. 

Maar economische modellen en de economische wetenschap gebaseerd op homo economicus.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Loss Aversion
  1. Bekijk situatie 13. Zou jij deelnemen? 
  2. De meeste mensen niet, waarom niet? 
  3. Vanwege onze afkeer (aversie) tegen verliezen: loss aversion.
  • Definitie: Onze neiging om (het voorkomen van) verliezen zwaarder te waarderen dan (het behalen van) even grote winsten.
  • Wat zouden we kiezen bij optie 1? 







Slide 7 - Tekstslide

Keuze A

Slide 8 - Tekstslide

Onderzoek: mensen nemen meer risico wanneer er iets verloren kan worden.

Bij de eerste keuze kon er alleen iets gewonnen worden (minder risico)

Bij de tweede keuze kon er ook iets verloren worden. 

Opvallend: want in essentie zelfde keuze
Reflection Effect
Vergelijk situatie 9 met 11. Wat valt op?
  • Bij 9 is men geneigd voor zekerheid te gaan.
  • Bij 11 is men geneigd de gok te wagen.
Waarom?
  • ‘Gevoelsmatig’ levert 100% kans op +3.000 meer op dan 75% kans op +4.000
  • ‘Gevoelsmatig’ levert 100% kans op -3.000 minder op dan 75% kans op -4.000 (bij eenzelfde verwachte waarde).

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reflection effect
Vergelijk situatie 9 met 11.
- Bij 2 is men geneigd voor zekerheid te gaan.
- Bij 11 is men geneigd de gok te wagen.
Ofwel:
> Men is geneigd risico’s te vermijden als het om winsten gaat
> Men is geneigd risico’s aan te gaan (op te zoeken) bij verliezen.
Dit noemen we het reflection effect.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Isolation effect
Vergelijk situatie 15 met 7. Wat valt op?
  1. De situaties zijn feitelijk hetzelfde, al is de weergave anders (framing).
  2. Bij 15 is men geneigd de kleinere kans (A) aan te gaan.
  3. Bij 8 is men geneigd voor meer zekerheid (B) te gaan.


    Waarom?
  • Men heeft de neiging de eerste fase te negeren bij de keuze. Fase 2 van situatie 15 is dan namelijk identiek aan situatie 8 (waar men ook B kiest).
  • Twee opties lijken verschillend, maar zijn in feite hetzelfde. Toch kiezen we anders, omdat we een fase van de keuze negeren.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Possibility effect
Vergelijk situatie 3 en 6. 

  • Mensen bij 3 geneigd B te kiezen en bij 6 voor A te kiezen.
  • Bij kleine kansen zijn mensen meer geneigd om te gokken, dan bij grotere kansen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Certainty effect
  •  Kijk naar situatie 2 

  • Mensen kiezen bij winst graag voor zekerheid, ook al heb je bij de andere kans op meer geld. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Magnitude + intertemporeel
Vergelijk situatie 8 en 10 

  • Kleinere bedragen geven we de voorkeur om direct te krijgen, terwijl we voor grotere bedragen bereid zijn te wachten.

Vergelijk situatie 12 en 14
  •  Mensen zijn geneigd om directe verliezen snel af te handelen om mentale belasting te vermijden, maar stellen toekomstige verliezen liever uit.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou de homo economicus kiezen?
Situatie 4
Situatie 5

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Zijn de lijnen in dit figuur evenwijdig(recht) of krom?
A
Evenwijdig
B
Krom
C
Geen van beide

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke lijn is het langst?
Onder of boven
A
Boven
B
Onder
C
Geen van beide

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Wat zie je in deze tekening?
A
Een man en een vrouw
B
Een man met een saxofoon
C
Een vrouwengezicht
D
Ik zie alleen vlekken

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vind zo snel mogelijk de hond tussen de panda's

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zaken hebben te maken met deze zaken?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zou je kopen?
A
Basic
B
Standaard
C
Premium

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Status-quo-bias

Slide 24 - Tekstslide

Bespreek het experiment na door de verzamelde data te analyseren en door te vragen op argumenten bij de leerlingen:
In de les
1. Hoeveel leerlingen waren in situatie 1 bereid om 1 dag extra te wachten op het geld? & Vraag een aantal leerlingen dat deze keuze maakte om hun argumenten.
2. Hoeveel leerlingen waren in situatie 1 niet bereid om 1 dag extra te wachten op het geld? & Vraag een aantal leerlingen dat deze keuze maakte om hun argumenten.
3. Hoeveel leerlingen waren in situatie 2 bereid om 1 dag extra te wachten op het geld? & Vraag een aantal leerlingen dat deze keuze maakte om hun argumenten.
4. Hoeveel leerlingen waren in situatie 2 niet bereid om 1 dag extra te wachten op het geld? & Vraag een aantal leerlingen dat deze keuze maakte om hun argumenten.
5. Wat is er hetzelfde in situatie 1 en situatie 2?
6. Wat is er anders in situatie 1 en situatie 2?
7. Waardoor zou je het verschil in jullie gedrag in situatie 1 ten opzichte van situatie 2 kunnen verklaren?

Bezitseffect
Geef mensen het gevoel dat ze het product al bezitten --> dan wordt het voor de consument (vooral voor kinderen) moeilijker om er afstand van te doen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ikea effect
> Veel hogere waarde hechten aan producten die ze zelf gecreëerd hebben. 
> Positieve ervaring over hun creatie, product nog positiever inschatten

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
30 GB
B
15 GB
C
25 GB

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lokvogel

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nog veel grotere wereld van gedragseconomie!

Volgende les 20 maart:
- MO=MK in één uur.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies