gelijkklinkende werkwoorden

gelijkklinkende werkwoorden
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

gelijkklinkende werkwoorden

Slide 1 - Tekstslide

persoonsvorm
voltooid deelwoord
De jongen versiert de klas.  versiert
De jongen heeft de klas versierd.    versierd
De man is herkend.   herkend 
De spijker was erg verroest.     verroest

Slide 2 - Sleepvraag

Doel en nut
- Je leert gelijkklinkende werkwoorden op de juiste manier schrijven.

- Dit is belangrijk voor het schrijven van verslagen, brieven, verhalen, gedichten enzovoorts.

Slide 3 - Tekstslide

Stappenplan
Algemeen: gebruik het werkwoordenschema!

Bedenk in welke vorm het werkwoord staat:
- persoonsvorm > regels van het schema
- bijvoeglijk naamwoord > gewone regels (zo kort mogelijk)
- voltooid deelwoord > gewone regels (langermaakwoord)

Slide 4 - Tekstslide

Lenny .......... de juf. (verbazen)
A
verbaast
B
verbaasd

Slide 5 - Quizvraag

Hij heeft de ....... foto ingelijst.
(vergroten)
A
vergrote
B
vergrootte

Slide 6 - Quizvraag

Het glas ........ vanochtend in scherven.
(barsten)
A
barste
B
barsten
C
barstte
D
barstten

Slide 7 - Quizvraag

Ik heb hem nooit ....... (vertrouwen)

Slide 8 - Open vraag

"De fiets ....... nog in de sloot," zei tante Jans. (belanden)

Slide 9 - Open vraag

De tandarts heeft de zenuw ...... (verdoven)

Slide 10 - Open vraag

Op dinsdag .... de leerkracht van groep 8. (vergaderen)

Slide 11 - Open vraag

De ....... spijker heb ik uit te muur getrokken. (verroesten)

Slide 12 - Open vraag

Aan de slag.....
- Snappet spelling groep 8
- ontvangen lessen: les 113 homofonen 
- huiswerk voor woensdag 14 juni: werkwoordboekje blz 21+22

Slide 13 - Tekstslide