Wk 12 voorzetsels / hay-estar

STARTOPDRACHT
LA p. 102
opdracht 1
timer
3:00
respuestas
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

STARTOPDRACHT
LA p. 102
opdracht 1
timer
3:00
respuestas

Slide 1 - Tekstslide

Esta clase hablamos sobre:
- preposiciones de lugar
- el uso de hay, estar y ser

Leerdoel: 
Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 2 - Tekstslide

Para empezar
vamos a ver un video interactiva

responde a las preguntas con la información que te dan en el video. ¡suerte!
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 3 - Tekstslide

4

Slide 4 - Video

Seguimos
¿qué tal los ejercicios?

--> ¡a revisarlas!
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden
LA p.100 ej 1 & 2
LA p.101 ej 3 & 5

Slide 5 - Tekstslide

Haz los ejercicios de las preposiciones


LE 6.1 - 6.2
timer
10:00
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 6 - Tekstslide

00:36
La niña está _______ de la casa

Slide 7 - Open vraag

01:05
La niña está _______ de la casa
A
lejos
B
encima
C
cerca
D
dentro

Slide 8 - Quizvraag

01:23
La niña está _______ de la casa

Slide 9 - Open vraag

01:47
La niña está _________ de la casa

Slide 10 - Open vraag

HAY - ESTAR - SER
¿Os recordáis de ser? ¿Cómo es?

¿Os recordáis de estar? ¿Cómo es?

--> onbepaald en bepaald <--
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 11 - Tekstslide

Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 12 - Tekstslide

Moduleboekje
Op p.20 van je moduleboekje staat extra uitleg
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 13 - Tekstslide

Vamos a practicar con la diferencia entre hay y estar. Ejemplos
1. María _________ en el supermercado.

2. ¿__________ un supermercado en tu barrio?

3. Sí, _______ tres. El Lidl ________ aquí cerca.
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 14 - Tekstslide

Lo hacemos juntos
p.103
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 15 - Tekstslide

Haz los ejercicios
LE

6.3  -  6.4  -  6.8
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden
timer
6:00

Slide 16 - Tekstslide

A ver qué tal
1. Juan _________ en el colegio.

2. Las flores ___________ encima de la mesa.

3. _________ una biblioteca en tu ciudad.

4. ¿Te gusta el cine? _______ una en mi pueblo.
Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden

Slide 17 - Tekstslide

A trabajar

LE  6.6  -  6.7

LOS DEBERES: 

Leerdoel: Ik kan vertellen waar dingen zich bevinden
opdrachten afmaken
lista de vocabulario leren blok 1 en 2
uitleg grammatica hay-estar-ser lezen

Slide 18 - Tekstslide