week 14 vast 5.2 De vroegmiddeleeuwse landbouwsamenleving

Welkom bij geschiedenis
Binnen= beginnen:
  • Ga rustig zitten op je plek volgens de klassenplattegrond..

Begintaak-> fris je kennis op van de vorige les: 

  • Teken het leenstelsel van Karel de Grote in je schrift.
  • Noem 1 voordeel en noem 1 nadeel van dit leenstelsel.




timer
5:00
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij geschiedenis
Binnen= beginnen:
  • Ga rustig zitten op je plek volgens de klassenplattegrond..

Begintaak-> fris je kennis op van de vorige les: 

  • Teken het leenstelsel van Karel de Grote in je schrift.
  • Noem 1 voordeel en noem 1 nadeel van dit leenstelsel.




timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  1. Begintaak (5 min)
  2. Lesdoelen (5 min)
  3. Uitleg paragraaf 5.2 (10 min)
  4. Zelfstandig werken (10 min)
  5. Afsluiting (5 min)

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel
  1. Je kunt uitleggen waardoor er in de vroege Middeleeuwen een landbouwsamenleving ontstond.
  2. Je kunt beschrijven hoe het hofstelsel werkte.
  3. Je weet waarom mensen horigen werden en wat hun plichten waren.

Slide 3 - Tekstslide

antwoord begintaak

Slide 4 - Tekstslide

Het leenstelsel
Leenstelsel
Leenheer
leenman

trouw
belasting
vechten

Slide 5 - Tekstslide

Leenstelsel
Leenstelsel

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

nieuwe uitleg paragraaf 5.2

Slide 8 - Tekstslide

De situatie rond 500
  • Val West-Romeinse Rijk
  • Geen geldeconomie en geen centraal bestuur
  • Bruggen en wegen werden niet meer onderhouden
  • De handel neemt af, steden lopen leeg
  • Oorlog en roofovervallen

Gevolg: men trekt zich terug in kleine gemeenschappen (domeinen) die zelfvoorzienend  zijn.

Van argrarisch-urbane (urbaan=stedelijk) samenleving naar agrarische samenleving (=landbouwsamenleving). 
Zelfvoorzienend = je maakt alles zelf om te kunnen overleven. Ieder domein had een eigen molen, smederij, visvijver, kerk, bierbrouwerij en landbouwgraond

Slide 9 - Tekstslide

De oplossing:
  • Die boeren zochten veiligheid en bescherming bij rijkere boer, of een klooster
  • Rijke boeren werden zo rijker en machtiger
  • Zij werden heer van een domein
  • Domein = een stuk land van een heer, bisschop of klooster.

Tijd: 500-1000

Slide 10 - Tekstslide

Veilig huis
  • Een heer, later een edelman genoemd.
  • Liet een heuvel (aanleggen)  en daarop kwam een mottekasteel of Donjon, vaak eerst van hout , later van steen.
  • Dit kasteel moest zorgen voor veiligheid.

Slide 11 - Tekstslide

Een donjon, of mottekasteel, was een versterkte wachttoren. Hier woonde de heer als er gevaar was.
Het gebied buiten het domein bestond uit de grond van de vrije boeren en de woeste gronden, onontgonnen gebied en bossen.
De vrije boeren moesten tijdens een oorlog wél meevechten met de heer. De wapenuitrusting moesten ze zelf betalen.
De akkers van de heer werden bewerkt door horigen. Er waren akkers waarbij de volledige opbrengst naar de heer ging, en er waren akkers waarbij een deel van de opbrengst voor de horige boeren was. Overigens moesten ze hun pacht ook weer van deze opbrengst betalen.
Het vroonhof was de boerderij (hoeve) van de heer. Hier woonde de heer als er geen gevaar was. De opbrengsten van zijn akkers werd in schuren opgeslagen. In woningen naast een vroonhof woonden de horige boeren in geval van gevaar, zoals oorlog.
Bij het vroonhof waren stallen voor de dieren en boomgaarden.
Horigen woonden in vredestijd buiten het vroonhof
Met het hofstelsel bedoelen we het hele systeem (stelsel) van heren en horigen, inclusief de pacht en de herendiensten.

Slide 12 - Tekstslide

Hofstelsel 
  • Het domein werd bewerkt volgens het hofstelsel. Het domein was in twee stukken verdeeld:
  • Het ene deel van de grond was verpacht (verhuurd) aan horigen voor eigen opbrengst. Zij moesten een deel van opbrengst van het land als pacht (belasting) betalen.
  • De opbrengst van het andere deel was volledig van de heer.

Boeren die gebonden zijn aan het domein waar hij een akker heeft

Slide 13 - Tekstslide

Horigen
  • Boeren die gebonden waren aan de grond. Als  een vrije boer kiest voor veiligheid wordt deze horige.


3 plichten van horigen:
  1. Ze moesten aan hun heer een deel van hun oogst geven als pacht: de huur voor hun akker en voor hun huisje.
  2. Ze moesten jaarlijks een aantal dagen op de akkers van hun heer werken.
  3. Ze moesten herendiensten doen: klussen zoals het kasteel repareren of de gracht schoonhouden.

Slide 14 - Tekstslide

de heer
de horige
Herendiensten = klusje voor de heer doen op zijn land. Bijvoorbeeld de gracht schoonhouden, een hek repareren of goederen vervoeren

Slide 15 - Tekstslide

Op deze afbeelding zie je een voorbeeld van een domein. 
Op het domein werd z'n beetje alles verbouwd en geproduceerd wat nodig waas om te leven. De domeinen waren zelfvoorzienend. 
Ieder domein had zijn eigen kerk(je), molen, bierbrouwerij, smid, visvijver omliggende bossen en akkers. 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Wat is een hofstelsel?
A
Een economische systeem in de middeleeuwen: waarin boeren werkten op grond van een heer.
B
Een politiek systeem: waarin de leenmannen trouw zwoeren aan de leenheer.
C
Een economische systeem in de middeleeuwen: waarin boeren producten vervaardigden voor een markt.
D
Een politiek systeem: waarin leenmannen voedsel produceerden op hun domein voor de leenheer.

Slide 18 - Quizvraag

Wat is een horige?
A
Vrije boer
B
Boer gebonden aan een domein
C
Een slaaf
D
Een rijke heer

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de oorzaak voor het ontstaan van het hofstelsel?
A
Invallen van Romeinen in Europa zorgde voor veel chaos en onveiligheid.
B
Invallen van Germaanse stammen in het Romeinse Rijk zorgde voor veel chaos en onveiligheid.
C
De Romeinen lieten langzaam aan steeds meer grensgebieden achter en trokken zich terug richting Rome, daardoor was er veel chaos en onveiligheid.
D
De grote boeren wilden graag een nog groter gebied in handen krijgen en ontboden horigen om hun land in te leveren voor steun en veiligheid.

Slide 20 - Quizvraag

Handel in Dorestad
  • Naast landbouw bestond de handel nog.
  • In kleine handelssteden, zoals Dorestad.
  • Handelswaren uit Azië, West- en Oost Europa.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

De Noormannen / vikingen
- Afkomstig uit het Oostzeegebied.
- Goede zeevaarders, ontdekken Amerika
- Komen om te handelen, soms ook plunderen, Dorestad was vaak slachtoffer.

Slide 23 - Tekstslide

Werktijd
STAP 1
STAP 2
KLAAR ?

Maken opdrachten paragraaf 5.2

Hoe?
  • Alleen
  • Muziek in mag
  • Vraag? Steek je vinger op!
 Nakijken!
.
Klaar? Maken - Keuzeopdracht C: Uit die tijd in het Rijksmuseum




 
timer
10:00

Slide 24 - Tekstslide

Voor mij zijn de leerdoelen behaald
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll