Theorie schrijfvaardigheid

Theorie schrijfvaardigheid CE
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Theorie schrijfvaardigheid CE

Slide 1 - Tekstslide

Nederlands p2
                                                          SE Schrijfvaardigheid
  • een zakelijke brief of e-mail --> een brief waarin je op een zakelijke manier schrijft aan mensen, instanties en bedrijven
  • een persoonlijke brief of e-mail --> een brief aan iemand met wie je een persoonlijke band hebt
  • een artikel --> tekst voor een tijdschrift, krant of website
  • een ingezonden stuk --> een artikel waarin je commentaar geeft
  • een formulier --> lege plekken waar je iets in kunt vullen
 

Slide 2 - Tekstslide

Zakelijke e-mail of brief
Voor berichten aan bedrijven, organisaties of mensen die je niet (goed) kent, schrijf je een zakelijke brief of een zakelijke e-mail. Een zakelijke brief heeft een andere vorm dan een zakelijke e-mail. In beide teksten gebruik je beleefde taal.

Slide 3 - Tekstslide

Zakelijke e-mail of brief
Zo schrijf je de tekst van een zakelijke brief of zakelijke e-mail
  • Zet achter Betreft: (zakelijke brief) 
  • of achter Onderwerp: (e-mail) kort en duidelijk waarover je bericht gaat.
  • indeling – Gebruik een witregel na de aanhef en voor je groet. Verdeel je tekst verder duidelijk in alinea’s. Gebruik hiervoor ook witregels.
  • aanhef – Gebruik altijd een beleefde aanhef, zoals Geachte heer of mevrouw.
  • inleiding – Noem de aanleiding voor je bericht. Vertel waarom je schrijft en vertel als dat nodig is, ook wie je bent.


Slide 4 - Tekstslide

Zakelijke e-mail of brief
  • middenstuk – Stel hier je vragen of geef meer informatie. Stuur je een bijlage mee, noem die dan ook in je tekst.
  • slot – Spreek een wens of verwachting uit, bijvoorbeeld: Alvast bedankt voor uw reactie.
  • groet – Sluit af met een beleefde groet. Schrijf je namens een groep, dan zet je dat eronder. Zet daaronder je voor- en achternaam. Bijvoorbeeld:
               Met vriendelijke groet,
               namens klas 4C
              Dennis de Groot

  • Controleer je brief of e-mail op spel- en taalfouten.

Slide 5 - Tekstslide

Uitleg artikel
In een informatief artikel geef je de lezer informatie over een bepaald onderwerp.


Slide 6 - Tekstslide

Uitleg artikel - inleiding
Zo schrijf je een artikel:

In de inleiding noem je het onderwerp van het artikel. Daarnaast kun je: 
  • de aanleiding vertellen (waarom je over het onderwerp schrijft).
  • een voorbeeld geven van het onderwerp.
  • een kort, grappig verhaaltje (anekdote) vertellen over het onderwerp.
  • een vraag of vragen stellen die je in de tekst gaat beantwoorden.

Slide 7 - Tekstslide

Uitleg artikel - middenstuk
In het middenstuk schrijf je over elk deelonderwerp één alinea. 
  • Schrijf de belangrijkste informatie over het deelonderwerp in de eerste zin
  • Ga op dezelfde regel verder en geef in de rest van de alinea voorbeelden of uitleg bij het deelonderwerp.
  • Je tekst wordt duidelijker als je in de eerste zin van een alinea een signaalwoord gebruikt, zoals: ook, ten tweede, bovendien.



Slide 8 - Tekstslide

Uitleg artikel - slot
In het slot kun je:
  • de deelonderwerpen samenvatten.
  • vertellen wat er in de toekomst waarschijnlijk nog gaat gebeuren (toekomstverwachting).
  • een conclusie trekken.
  • een advies geven.
  • een antwoord geven op de vraag/vragen die je in de inleiding hebt gesteld.
Je kunt in het slot een signaalwoord gebruiken, zoals dus, kortom, dat betekent.



Slide 9 - Tekstslide

Uitleg artikel
Maak eerst een schrijfplan voordat je een artikel gaat schrijven. Een voorbeeld daarvan vind je in de Naslag.

Slide 10 - Tekstslide

Uitleg ingezonden stuk
Een ingezonden stuk:
  • is een artikel waarin je commentaar levert;
  • is vaak een reactie op iets wat je gezien hebt op tv, in een krant of online;
  • is een stuk met als schrijfdoel: je mening geven / mensen overtuigen / mensen tot handelen aanzetten;
  • heeft vaak een emotionele laag;
  • heeft als indeling: inleiding, middenstuk, slot.



Slide 11 - Tekstslide

SE schrijfvaardigheid

Slide 12 - Tekstslide

Schrijfdoel en tekstsoort

Slide 13 - Tekstslide

Lezers

Slide 14 - Tekstslide

Beoordeling schrijfopdracht

Slide 15 - Tekstslide

Hoe schrijf je een alinea?

Slide 16 - Tekstslide

Tips voor je schrijfstijl:

Slide 17 - Tekstslide

Formulier
Een formulier kun je gemakkelijk herkennen aan:
  • lege plekken waar je iets kunt invullen
  • de onderdelen die je kunt aankruisen, doorstrepen of omcirkelen

Slide 18 - Tekstslide

Verschillende soorten formulieren:
  • aanvraagformulier
  • sollicitatieformulier
  • bestelbon
  • advertentiebon
  • schadeformulier
  • enquêteformulier 

Slide 19 - Tekstslide

Valkuil bij formulieren
  • Invullen formulier lijkt gemakkelijk,
  • Soms zitten formulieren onlogisch in elkaar -->
  • Dan weet je niet wat je moet invullen
  • Of er is onvoldoende ruimte om iets in te vullen

Slide 20 - Tekstslide

Stappenplan formulier invullen:
  1. Lees de opdracht (en de invulinstructie als die er is) intensief.
  2. Lees daarna het formulier globaal door.
  3. Bekijk waar je wat moet invullen, aankruisen of doorstrepen. Moet je bijvoorbeeld alleen je voornaam opschrijven of juist je voorletter(s)? Bedenk dus van tevoren wat je wilt schrijven.
  4. Vul het formulier eerst met potlood in. Gebruik blokletters en werk binnen de kaders.
  5. Geldt een vraag niet voor jou? Vul dan in: n.v.t (niet van toepassing), of plaats een streepje. Soms moet je een deel van het formulier niet invullen. Dat staan dan aangegeven.
  6. Controleer goed of je alle gevraagde informatie hebt ingevuld.

--> Maak de oefenopdracht op het gekopieerde vel.

Slide 21 - Tekstslide