examineren

Workshop EXAMINEREN
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Training praktijkexaminatorenMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Workshop EXAMINEREN

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer examineren?
Werkbegeleider beoordeeld:
1. Onderwijs/werkprocessen- opdrachten beoordelen
Onderwijs afgerond? - groenlicht om dat werkproces te examineren.

Examinator beoordeeld: 
2. Examens- van alle werkprocessen

Slide 2 - Tekstslide

Kwaliteitseisen van examinator?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

Beoordelen
Op basis waarvan beoordeel je? 

Slide 5 - Tekstslide

Hoe kom jij tot een beoordeling? 

Slide 6 - Tekstslide

Wanneer geef je een O/V of G?

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Kandidaat ken je en je weet hoe goed hij met de cliënten omgaat.
A
O
B
V
C
G
D
onbekend

Slide 10 - Quizvraag

Kandidaat heeft alles goed uitgevoerd.
A
O
B
V
C
G
D
onbekend

Slide 11 - Quizvraag

Kandidaat heeft het prima gedaan. Alleen 1 puntje in het examen niet.
A
O
B
V
C
G
D
onbekend

Slide 12 - Quizvraag

Ik haal uit mijn aantekeningen dat de kandidaat meerdere malen verschillende criteriums, zeer uitvoerig heeft uitgevoerd.
A
O
B
V
C
G
D
onbekend

Slide 13 - Quizvraag

Onderbouwen
Wanneer moet je onderbouwen? 
Wat staat in je onderbouwing? 

Slide 14 - Tekstslide

Onderbouwing schrijven
  • Bij een onvoldoende geef je aan welke indicatoren ontbreken. ​
  • Bij een goed beoordeeld criteria geef je tenminste 1 voorbeeld waaruit de samenhang van bovengemiddelde kwaliteit blijkt. ​
  • De onderbouwing is een goede uitwerking van de gemaakte aantekeningen (wAcker)​

    TIP: Stel jezelf voortdurend de vragen: ​Waar blijkt dat uit?​ Hoe doet de examenkandidaat dat?​ Wat voor gedrag laat de kandidaat zien? 












Slide 15 - Tekstslide

Onderbouwing schrijven
  • Voorkom afkortingen en terminologie ​
  • Gebruik verbindingswoorden om de beoordeling te onderbouwen: waardoor, hetgeen blijkt uit, waarbij, met als gevolg dat, omdat….etc.​
  • Vermijd woorden als : ‘altijd, gewoonlijk, ‘doet het goed/leuk’.​
  • Geef geen tips/adviezen of complimenten. ​

Slide 16 - Tekstslide

Waar schrijf je de onderbouwing? 

De ruimte op het beoordelingsformulier is vaak te klein.​
  • Gebruik de open ruimte in het examenboekje (bijv. op volgende pagina) om een volledige onderbouwing te schrijven. Verwijs duidelijk hiernaar!
  • Getypte onderbouwing los toevoegen aan het examen. Dit moet ondertekend zijn. 


Slide 17 - Tekstslide

Oefening- onderbouwen
In groepjes​

Beoordelingen bekijken: Is het goed onderbouwd? ​
Plak een post-it bij de onderbouwing: ​
- Goed, mee eens (geen verbetering) ​
- Kan beter: schrijf de verbetering op. ​
- Niet goed, schrijf op wat er ontbreekt.  





Slide 18 - Tekstslide