les 3 april : Reflexivpronomen

Deutschstunde 3. April 2025
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Deutschstunde 3. April 2025

Slide 1 - Tekstslide

Das Programm
Hausaufgaben: Signalwörter
Sprechen
Grammatik
üben, üben, üben

Lernziele:
Du kennst die Steigerungsstufen und Vergleichswörter
Du kennst die Reflexivpronomen

Slide 2 - Tekstslide

Signalwörter

Slide 3 - Tekstslide

Maak een Duitse zin met het woord weil, waaruit de betekenis duidelijk wordt.

Slide 4 - Open vraag

Fünf Tage nach dem Erdbeben in Myanmar werden ..... noch Menschen gerettet.
.... , dass der Arbeitnehmer ein höheres Gehalt möchte.
Asyministerin Faber verweigert Ordensvergabe, ... sie damit nicht einverstanden war.
Dieses Shirt ist preisgünstig, .... kaufe ich es.
Du hast keinen .... zum Klagen.
Grund
kaum
weil
darum
es ist klar

Slide 5 - Sleepvraag

Slide 6 - Link

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Arzt    Pilot  Direktorin

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide


Reflexivpronomen 

(= wederkerend voornaamwoord)


Slide 16 - Tekstslide

                   sich freuen          
ich freue mich
du freust dich
er/sie/es freut sich

wir freuen uns
ihr freut euch
sie/Sie freuen sich

ik verheug me
jij verheugt je
hij/zij/het verheugt zich

wij verheugen ons
jullie verheugen je
zij verheugen zich/u verheugt zich

Slide 17 - Tekstslide

Probier es nun selbst aus ...

Slide 18 - Tekstslide

ich
du
er / sie / es
wir
ihr
Sie / sie
mich
dich
sich
uns
euch
sich

Slide 19 - Sleepvraag

Ihr freut ..... auf den Feierabend.

Slide 20 - Open vraag

Warum duschst du ..... nicht?

Slide 21 - Open vraag

Er erinnert ....., an die Wirtschaftskrise.

Slide 22 - Open vraag

Die Arbeitnehmer haben ..... sehr über ihr Gehalt gefreut.

Slide 23 - Open vraag

Wir freuen ..... auf den Austausch.

Slide 24 - Open vraag

Ich wasche ..... jeden Morgen.

Slide 25 - Open vraag

Was fällt dir auf?

Slide 26 - Woordweb

Wederkerend werkwoord + lijdend vw.
Ich ziehe mich an        (=    ik kleed mij aan)
Maar je kunt ook aangeven wat je aantrekt:                     
                                            Ich ziehe mir das Kleid an

mir = wederkerende deel van het werkwoord (3e naamval)
das Kleid = lijdend voorwerp > 4e naamval
In zo‘n geval veranderen alleen de vorm bij:    ich  >  mir                                                                                                                                               du   >  dir

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Probier es nun selbst aus ...

Slide 29 - Tekstslide

Ich wasche....
A
mich
B
mir

Slide 30 - Quizvraag

Ich wasche... die Hände.
A
mich
B
mir

Slide 31 - Quizvraag

Du kaufst .... (jou) ein preisgünstiges Fahrrad.

Slide 32 - Open vraag

Der Arbeitnehmer wünscht .... ein höheres Gehalt.

Slide 33 - Open vraag

Slide 34 - Tekstslide


Na deze les, 
wil ik mbt de grammatica...
de uitleg nog 1 keer horen
meer voorbeelden krijgen
meer oefeningen maken
de leerstof thuis nog even bekijken
overgaan naar nieuwe leerstof
nog meer te weten komen over de leerstof
niet meer te weten komen over de leerstof
nog iets anders (vul de vraag op de volgende slide in)

Slide 35 - Poll


Nog iets anders, namelijk...

Slide 36 - Open vraag

An die Arbeit
machen 25, 12 und 14

oder
Versterk jezelf
Test jezelf
lernen Signalwörter Seite 52


Slide 37 - Tekstslide

An die Arbeit
machen 25, 12 und 14

lernen
Signalwörter
Seite 51 und 52

Slide 38 - Tekstslide

Check-Out

Wähl ein Verb:
1. sich wünschen
2. sich konzentrieren auf
3. sich erinnern an

Bilde einen Satz damit!
 

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

1
2
3
4
Grenze
Beitrag
fertig
Etage
Gehalt
Verlag
begeistert
Garage
Kollege
Tag
weg
richtig
Ingenieur
Augen
Peugeot
Wagen
wenig

Slide 41 - Sleepvraag

Aussprache
Grenze
Beitrag
fertig
Etage

Slide 42 - Tekstslide