les 3 april : Reflexivpronomen

Deutschstunde 3. April 2025
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Deutschstunde 3. April 2025

Slide 1 - Tekstslide

Das Programm
Hausaufgaben: Wörter Lektion 1 und 2
Sprechen
Grammatik
üben, üben, üben

Lernziele:
Du kennst die Steigerungsstufen und Vergleichswörter
Du kennst die Reflexivpronomen

Slide 2 - Tekstslide

Maak een Duitse zin met het woord Verbrecher, gebruik erbij het woord Gefängnis en het woord eingesperrt.

Slide 3 - Open vraag

Tekst
Die......des Lastwagenfahrers ist es, einen LKW zu fahren.
.......muss man Deutsch kennen, um Deutsch zu sprechen.
Bei Jumbo muss ich ......... .........
Wenn man am schnellsten laufen will, ist man .....!
Das .... ist größer als ich dachte.
Loch
Aufgabe
Regale auffüllen
ehrgeizig
grundsätzlich

Slide 4 - Sleepvraag

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

schnell
langsam
laut

Slide 7 - Tekstslide

klein
groß
stark

Slide 8 - Tekstslide

Arzt    Pilot  Direktorin

Slide 9 - Tekstslide

billig
teuer

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide


Reflexivpronomen 

(= wederkerend voornaamwoord)


Slide 14 - Tekstslide

                   sich freuen          
ich freue mich
du freust dich
er/sie/es freut sich

wir freuen uns
ihr freut euch
sie/Sie freuen sich

ik verheug me
jij verheugt je
hij/zij/het verheugt zich

wij verheugen ons
jullie verheugen je
zij verheugen zich/u verheugt zich

Slide 15 - Tekstslide

Probier es nun selbst aus ...

Slide 16 - Tekstslide

ich
du
er / sie / es
wir
ihr
Sie / sie
mich
dich
sich
uns
euch
sich

Slide 17 - Sleepvraag

Ihr freut ..... auf den Feierabend.

Slide 18 - Open vraag

Warum duschst du ..... nicht?

Slide 19 - Open vraag

Er erinnert ....., an die Wirtschaftskrise.

Slide 20 - Open vraag

Die Arbeitnehmer haben ..... sehr über ihr Gehalt gefreut.

Slide 21 - Open vraag

Wir freuen ..... auf den Austausch.

Slide 22 - Open vraag

Ich wasche ..... jeden Morgen.

Slide 23 - Open vraag

Was fällt dir auf?

Slide 24 - Woordweb

Wederkerend werkwoord + lijdend vw.
Ich ziehe mich an        (=    ik kleed mij aan)
Maar je kunt ook aangeven wat je aantrekt:                     
                                            Ich ziehe mir das Kleid an

mir = wederkerende deel van het werkwoord (3e naamval)
das Kleid = lijdend voorwerp > 4e naamval
In zo‘n geval veranderen alleen de vorm bij:    ich  >  mir                                                                                                                                               du   >  dir

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Probier es nun selbst aus ...

Slide 27 - Tekstslide

Ich wasche....
A
mich
B
mir

Slide 28 - Quizvraag

Ich wasche... die Hände.
A
mich
B
mir

Slide 29 - Quizvraag

Du kaufst .... (jou) ein preisgünstiges Fahrrad.

Slide 30 - Open vraag

Der Arbeitnehmer wünscht .... ein höheres Gehalt.

Slide 31 - Open vraag

Slide 32 - Tekstslide


Na deze les, 
wil ik mbt de grammatica...
de uitleg nog 1 keer horen
meer voorbeelden krijgen
meer oefeningen maken
de leerstof thuis nog even bekijken
overgaan naar nieuwe leerstof
nog meer te weten komen over de leerstof
niet meer te weten komen over de leerstof
nog iets anders (vul de vraag op de volgende slide in)

Slide 33 - Poll


Nog iets anders, namelijk...

Slide 34 - Open vraag

An die Arbeit
machen 22, 23 und 24

oder
Versterk jezelf
Test jezelf
lernen Wörter Lektion 3


Slide 35 - Tekstslide

An die Arbeit
machen 22,23 und 24

lernen
Wörter Lektion 3

Slide 36 - Tekstslide

Check-Out

Wähl ein Verb:
1. sich wünschen
2. sich konzentrieren auf
3. sich erinnern an

Bilde einen Satz damit!
 

Slide 37 - Tekstslide