Scheikunde 2 - Les 3

Scheikunde 2 - Les 3
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 55 min

Onderdelen in deze les

Scheikunde 2 - Les 3

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Doornemen leerdoelen
  • Atoombinding
  • Covalentie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weekplanning
Week 1: Opbouw van atoom en ion
Week 2: Opbouw van atoom en ion, isotopen
Week 3: Atoombindingen & covalentie
Week 4: Verschillende soorten bindingen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Jij:
  • Kunt uitleggen op welke wijze een atoombinding ontstaat tussen moleculen
  • Kunt de definitie geven van covalentie
  • Kunt de covalentie geven van H, O, N, C

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Doornemen leerdoelen
  • Atoombinding
  • Covalentie

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Deeltjesmodellen - herhaling
Atoommodel van Rutherford     en      Atoommodel van Bohr

Slide 6 - Tekstslide

Atoommodel van Rutherford:
1911:
Zegt dat er een kern is met daarin protonen en neutronen. Daaromheen is een elektronenwolk waarin de elektronen zich bevinden.

Atoommodel van Bohr:
1913:
Zegt dat de elektronen zich niet kriskras door elkaar bewegen in de wolk, maar in een paar gebieden voorkomen.
Hij noemt deze gebieden schillen. Hij gaf de schillen letters K, L, M enzovoort. De K-schil ligt het dichtst bij de kern.

 Deeltjesmodellen - herhaling
Atoommodel van Bohr
1e schil=K-schil : 2 elektronen
2e schil=L-schil : 8 elektronen
3e schil=M-schil : 18 elektronen
4e schil=N-schil : 32 elektronen

Slide 7 - Tekstslide

Atoommodel van Rutherford:
1911:
Zegt dat er een kern is met daarin protonen en neutronen. Daaromheen is een elektronenwolk waarin de elektronen zich bevinden.

Atoommodel van Bohr:
1913:
Zegt dat de elektronen zich niet kriskras door elkaar bewegen in de wolk, maar in een paar gebieden voorkomen.
Hij noemt deze gebieden schillen. Hij gaf de schillen letters K, L, M enzovoort. De K-schil ligt het dichtst bij de kern.

Welke soorten
bindingen ken je?

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Atoombinding/covalente bindingen
Covalente bindingen ontstaan tussen niet-metalen en worden gekenmerkt door het delen van elektronenparen.

Slide 9 - Tekstslide

Leg uit wat covalente bindingen zijn en waarom deze minder sterk zijn dan ionbindingen en metaalbindingen.
Atoombindingen
  • Tussen atomen binnen een molecuul zitten atoombindingen
  • Atoombindingen worden gevormd door het gedeelde elektronenpaar

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Atoombindingen
  • Als beide atomen even hard aan de elektronen trekken, is het een apolaire atoombinding
  • Als één van de twee atomen harder aan de elektronen trekt dan het andere atoom, is het een polaire atoombinding

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Polaire atoombinding
Tabel 40A (Elektronegativiteit)

Wanneer het verschil in elektronegativiteit groter is dan 0,4 en kleiner is dan 1,7 spreek je van een polaire atoombinding.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Doornemen leerdoelen
  • Atoombinding
  • Covalentie

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Covalentie
  • Valentie-elektronen zijn elektronen in de buitenste schil van de elektronenwolk
  • Belangrijke elektronen --> worden gebruikt voor het vormen van een chemische binding
  • Aantal valentie-elektronen bepaalt de bindingsmogelijkheden van een atoom 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Covalentie & periodiek systeem
Aan de groep in het periodiek systeem 
is het aantal valentie-elektronen 
af te lezen


Groep 1 = 1 valentie-elektron
Groep 2 = 2 valentie-elektronen
Groep 13 = 3 valentie-elektronen
Groep 14 = 4 valentie-elektronen
Groep 15 = 5 valentie-elektronen
Groep 16 = 6 valentie-elektronen
Groep 17 = 7 valentie-elektronen
Groep 18 = 8 valentie-elektronen
Groep 3 t/m 12 hebben een variërend aantal

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Maak de oefenopdrachten bij les 3

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies