2hva 28-3-2025 - GR zinsdelen NG

Welkom bij Nederlands!
Todo:
  • Liggen de spullen die je nodig hebt op tafel?

Op tafel heb je liggen
  • lesboek
  • schrift
  • pen
  • laptop (dicht)
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands!
Todo:
  • Liggen de spullen die je nodig hebt op tafel?

Op tafel heb je liggen
  • lesboek
  • schrift
  • pen
  • laptop (dicht)

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we deze les doen
  • Herhaling uitleg naamwoordelijk gezegde.
  • Oefenen voor de toets.

Slide 2 - Tekstslide

Bespreken huiswerk
H4 GR WS v.a. blz 120:

opdrachten 1 t/m 4

Slide 3 - Tekstslide

Is in deze strip sprake van een naamwoordelijk gezegde?

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling: H3 GR zinsdelen (blz. 88)
werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde
Werkwoordelijk gezegde (wg) => iemand/iets doet iets.

Naamwoordelijk gezegde (ng) => zegt wat iemand/iets is (wordt/blijkt/lijkt/blijft/schijnt).

Ng => altijd kww (koppelwerkwoord) aanwezig.
Werkwoordelijk deel: => alle ww in de zin, waaronder het kww en de pv.
Naamwoordelijk deel: => zelfstandig en/of bijvoeglijk naamwoord.

NG => kenmerk of eigenschap van iets of iemand.
1 zinsdeel, maar kan verspreid in de zin staan. 

Slide 5 - Tekstslide

aantekeningen: H3 GR zinsdelen (blz. 88)
werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde
Stappenplan wg of ng:
Het internet / bleek / na enige jaren / een geweldig uitvinding.


stap 1.: noteer pv en ow
stap 2.:  vraag: staat er een vorm van zijn, worden, blijven, blijken, lijken of schijnen in de zin?

Slide 6 - Tekstslide

aantekeningen: H3 GR zinsdelen (blz. 88)
werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde
nee

wg
stap 2.:  vraag: staat er een vorm van zijn, worden, blijven, blijken, lijken of schijnen in de zin?

Nee

wg
(pv + overige ww)
Ja

Stap 3: zegt dit ww wat iemand of iets is (of wordt, blijkt enz.)?

ja

Stap 4: vraag wie/wat + pv + ow + ww
antwoord: nw. deel

ng = pv + [nw.deel] + overige ww
ng

Slide 7 - Tekstslide

Wg of ng?
Stappenplan wg of ng:
Het internet / bleek / na enige jaren / een geweldig uitvinding.



Slide 8 - Tekstslide

Ontleed de volgende zinnen.

  1. Hij wilde vroeger heel graag computerprogrammeur worden.


2. Zij schijnt een geweldige zangdocent te zijn.


3. Hij schijnt gisteren zijn huiswerk niet te hebben gemaakt.


4. Hij blijkt nooit arts te zijn geworden. 


timer
10:00

Slide 9 - Tekstslide





Na deze les kun je
  • bepaalde en onbepaalde hoofd- en rangtelwoorden herkennen.
Doel

Slide 10 - Tekstslide

Veel succes maandag bij de toets.

Slide 11 - Tekstslide

Wat:
Ga aan de slag met de extra oefeningen online en de trainingsopdrachten.


Hoe:
De eerste 2 minuten werk je in stilte, alleen.
Daarna mag je samenwerken met je buurman/buurvrouw of je werkt alleen verder.

Klaar:
Pak je leesboek uit de kast en ga lezen.





Hulp nodig?
Kijk naar het stoplicht

rood: stil! 
Vraag het de docent als
je het echt niet meer weet.
geel: fluisterniveau 
Overleg met diegene naast je
groen:  fluisterniveau 
Overleg met diegene naast je of vraag het
de docent  


Aan het werk!
timer
2:00

Slide 12 - Tekstslide






Je kunt 
bepaalde en onbepaalde hoofd- en rangtelwoorden herkennen.
Doel

Slide 13 - Tekstslide

Huiswerk
27 maart
Maken: 
H4 GR WS v.a. blz 120: 
Iedereen: opdrachten 1 t/m 4
(in je schrift)

Leren:
theorie SP H3 (blz. 94, 96) en SP H4 (blz. 124, 126). 
theorie GR H3 (blz. 88) en GR H4 (blz. 118)
theorie GR WS H3 (blz. 90) en GR WS (blz. 120)
Toets!
28 maart

Slide 14 - Tekstslide