2E 26-03

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

In deze les zitten 30 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


Slide 1 - Tekstslide

Als je je niet aan de regels houdt
  1.  Mondelinge waarschuwing.
  2. Naam op het bord met het 1e streepje achter je naam.
  3. 2e streepje = nablijven of uitgestuurd.

Slide 2 - Tekstslide

Programma 2E maandag 26-03
  • Lezen
  • Terugblik
  • Video van een debat (andere dan vorige keer)
  • Een tekst schrijven met het tekstdoel overtuigen

Slide 3 - Tekstslide

Lezen


Heb je dyslexie? Dan mag je een verhaal voor laten lezen op je Chromebook.




Slide 4 - Tekstslide

Terugblik. 
  • Ik ga je een aantal vragen stellen over debatteren
  • Het antwoord schrijf je op je blad/in je schrift.
  • Het blad lever je na afloop bij mij in > naam erop.
  • Schrijf de vraag over en zet het antwoord eronder.

Slide 5 - Tekstslide

Vraag 1.
Wat is een debat?
Schrijf de vraag over en zet het antwoord eronder.

Slide 6 - Tekstslide

Vraag 2
Welke vaardigheden gebruik je in een debat?

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 3
Wanneer gebruik je die vaardigheden in je dagelijks leven? Noem 2 voorbeelden.

Slide 8 - Tekstslide

Vraag 4
Noem 2 verschillen tussen een debat en een discussie.

Slide 9 - Tekstslide

Vraag 5
Noem 1 overeenkomst tussen een debat en een discussie.

Slide 10 - Tekstslide

Leg je blad op de hoek van je tafel. We gaan verder met een terugblik. Kijk maar mee op het scherm.

Slide 11 - Tekstslide

Weet je nog?
Je moet in een debat goed je mening kunnen geven en deze uitleggen met argumenten. Je wilt de ander overtuigen van jouw standpunt.

Slide 12 - Tekstslide

Mening vormen
Om je mening te kunnen geven, moet je eerst zelf je mening vormen. Dat doe je met de informatie die je hebt. 


Slide 13 - Tekstslide

Denk hier eens over na
Hoe kun je eigenlijk aan informatie komen?

Slide 14 - Tekstslide

Hoe meer informatie je hebt, des te beter kun je een mening vormen.

Slide 15 - Tekstslide

Vraag
Waarom is het eigenlijk belangrijk om een eigen mening te hebben/vormen?

Slide 16 - Tekstslide

Waarom het belangrijk is om een eigen mening te vormen
Het is belangrijk om je eigen mening te vormen, omdat je dan niet zomaar alles gelooft wat anderen zeggen

Stel je voor dat iemand zegt: "Deze schoenen zijn de beste!" – als je er niet zelf over nadenkt, koop je misschien iets wat je eigenlijk niet fijn vindt

Slide 17 - Tekstslide

Waarom het belangrijk is om een eigen mening te vormen
Door kritisch te zijn, leer je goed nadenken: Klopt dit echt? Is het logisch? Wat vind ík ervan? Dit helpt je niet alleen bij school, maar ook in het dagelijks leven. Zo kun je zelf beslissingen nemen en word je niet zomaar beïnvloed door anderen.

Slide 18 - Tekstslide

Conclusie
Kortom: als je een eigen mening hebt en kritisch denkt, sta je sterker in het leven! Je wordt dan minder makkelijk beïnvloed door anderen.

Slide 19 - Tekstslide

Tijd om te bewegen!
Sta lekker op.
We gaan een spel doen.
Daarna gaan we weer verder.

Spel:
Als je de bal krijgt, noem je een dier. Elk dier mag maar 1 keer genoemd worden!

Slide 20 - Tekstslide

Video van een debat
We hadden vorige keer een stukje van een debat over het volkslied gekeken. We kijken nu naar het volgende stukje met 2 andere sprekers.

Maar eerst wil ik weten of je nog weet welke rollen er in een debat zijn.

Slide 21 - Tekstslide

Welke rollen zijn er in een debat?

Slide 22 - Tekstslide

De rollen in een debat
  • Voorzitter > begeleid het debat. Doet zelf niet mee.
  • De partijen > proberen elkaar te overtuigen van elkaars standpunt. Dat doen ze door zelf argumenten in te brengen en door de argumenten van de andere partij te weerleggen.
  • Publiek > luistert goed naar beide partijen en bepaalt dan met wie ze het eens zijn.

Slide 23 - Tekstslide

Stukje kijken
Probeer tijdens het kijken goed te luisteren of je de argumenten kunt herkennen.


Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Wat vond je van deze spreekster?
  1. Vond je haar overtuigend?
  2. Wat vond je dat ze goed deed?
  3. Wat was volgens jou minder goed?

Slide 26 - Tekstslide

Volgende spreekster...

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Wat vond je van deze spreekster?
  1. Vond je haar overtuigend?
  2. Wat vond je dat ze goed deed?
  3. Wat was volgens jou minder goed?

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht
Ik deel je de opdracht uit. 
Daarna nemen we deze samen door.

Slide 30 - Tekstslide