In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Welkom
allemaal!
Ga lekker zitten en open LessonUp op je Ipad.
Slide 1 - Tekstslide
Leerdoel: schrijven
Deze lessenserie gaat over schrijven en duurt vijf lessen.
Aan het einde van deze lessenserie weet je hoe je een zakelijke
brief moet schrijven.
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoel: schrijven
Aan het einde van deze les weet je het verschil tussen
Standaardnederlands, chattaal en straattaal.
Slide 3 - Tekstslide
Welke 'schrijfsituaties' heb je wel eens gebruikt?
Slide 4 - Woordweb
Welke schrijfsituaties zou je in de toekomst kunnen tegenkomen?
Slide 5 - Woordweb
A
Slide 6 - Quizvraag
Lees:
Als je een werkstuk voor school schrijft, gebruik je
schrijftaal.
Ook in een zakelijke e-mail of brief gebruik je schrijftaal.
Je maakt dan hele zinnen en je gebruikt de regels
van de grammatica en spelling van het
Standaardnederlands.
Dat is het officiële Nederlands dat gebruikt wordt op
school, door de overheid en in de media.
Slide 7 - Tekstslide
Waarom gebruiken we Standaardnederlands?
Slide 8 - Woordweb
Lees:
Als je sociale media zoals WhatsApp, Instagram en
Facebook gebruikt, houd je je meestal niet aan de regels
van het Standaardnederlands. Je wilt dan graag snel en
kort je bericht typen. De taal die je daarvoor gebruikt,
noemen we chattaal. Voor chattaal zijn geen officiële regels.
Vaak worden er afkortingen gebruikt, ook van
Engelse woorden. Je kunt chattaal niet gebruiken in
officiële teksten.
Slide 9 - Tekstslide
Huiswerkopdracht
Je gaat onderzoek doen naar chattaal en maakt een
quiz voor de klas. Je werkt samen met een klasgenoot.
• Zoek op internet naar chattaalwoorden die niet zo bekend zijn. Bedenk slimme zoekwoorden.
• Kies tien chattaalwoorden uit die jullie zelf nog niet kennen. Noteer ze op een los blaadje.
• Schrijf de betekenis van het woord op en bedenk er nog twee foute betekenissen bij. Doe dit bij alle tien de woorden. Je hebt nu bij elk woord drie betekenissen. Noem ze A, B en C.
Uitvoeren
Slide 10 - Tekstslide
Huiswerkopdracht
• Zoek op internet naar chattaalwoorden die niet zo bekend
zijn. Bedenk slimme zoekwoorden.
• Kies tien chattaalwoorden uit die jullie zelf nog niet
kennen. Noteer ze op een los blaadje.
• Schrijf de betekenis van het woord op en
bedenk er nog twee foute betekenissen bij.
Doe dit bij alle tien de woorden. Je hebt nu bij elk woord
drie betekenissen. Noem ze A, B en C.
Slide 11 - Tekstslide
Huiswerkopdracht
• Zoek op internet naar chattaalwoorden die niet zo bekend
zijn. Bedenk slimme zoekwoorden.
• Kies tien chattaalwoorden uit die jullie zelf nog niet
kennen. Noteer ze op een los blaadje.
• Schrijf de betekenis van het woord op en
bedenk er nog twee foute betekenissen bij.
Doe dit bij alle tien de woorden. Je hebt nu bij elk woord
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.