Het begeleiden van medewerkers

Werkt met lerende medewerkers en stagiairs
Les - Het begeleiden van medewerkers
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Facilitair LeidinggevendeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Werkt met lerende medewerkers en stagiairs
Les - Het begeleiden van medewerkers

Slide 1 - Tekstslide

Boeken
Niveau 3 - Kerntaak 1: Organiseert de werkzaamheden 
H1 Aan het werk als allround medewerker FD
H2 Gesprektechnieken 
H3 Het begeleiden van medewerkers 
H4 Introduceren en inwerken van een nieuwe college

Niveau 4 - Kerntaak 2: Geeft leiding
H2 Gesprektechnieken 
H7 Het begeleiden van medewerkers 
H12 Introduceren en inwerken van een nieuwe college

Slide 2 - Tekstslide

Inhoud
  • instructies en opdrachten
  • instructies geven 
  • opdrachten geven  
  • medewerkers motiveren
  • feedback geven 

Slide 3 - Tekstslide

Instructies en opdrachten
Geef volledige en duidelijke instructies en opdrachten. 

Instructie
Voordoen van een bepaalde handeling met een mondelinge of schriftelijke uitleg. 
Opdracht
Je vraagt aan de medewerker of hij een bepaalde handling verricht waardoor een zeker resultaat behaald wordt. 
Aanwijzing
Opdrachten en instructies toelichten, uitleggen, ondersteunen of voordoen. 

Slide 4 - Tekstslide

Instructies geven 
Je geeft uitleg in woorden en door het te laten zien.
> een duidelijke instructie geeft een medewerker vertrouwen. 

Een goede instructie moet je voorbereiden!

Slide 5 - Tekstslide

Instructies geven 
Aandachtspunten voor een goede instructie
1. Voorkennis en aanwezige vaardigheden 
  • vraag wat iemand al weet (beginsituatie)

2. Wanneer en waar geef je de instructie
  • beschikbare ruimte
  • tijd
  • relevantie van de instructie 

3. Didactiek 
  • Hoe pak je het aan? En hoe leg je het uit? 

Slide 6 - Tekstslide

Opdrachten geven 
Enkelvoudige opdrachten
> medewerker kent de werkwijze al 
  • Vertel alleen welk resultaat bereikt moet worden. Eventueel met randvoorwaarden zoals kosten en tijd. 
  • Medewerker krijgt vrijheid voor eigen invulling en hoe hij het resultaat wil bereiken.

Samengestelde opdrachten
> medewerker heeft de opdracht nog nooit eerder uitgevoerd
  • Gedetailleerd vertellen wat er moet gebeuren en welk doel er bereikt moet worden.
  • Medewerker volgt vaste de route. De route is bepaald.

Slide 7 - Tekstslide

Medewerkers motiveren
Voordelen gemotiveerde medewerkers:
  • Zorgen voor betere kwaliteit, omdat ze hun werk graag goed doen.
  • Werken harder en zorgen dus voor hogere productie.
  • Betrokken bij het team en bedrijf.
  • Gaan minder snel op zoek naar een andere baan.
  • Dragen bij aan een lager personeelsverloop.
  • Positieve uitstraling naar buiten toe.
  • Dragen bij aan een betere dienstverlening. 

Slide 8 - Tekstslide

Medewerkers motiveren
Motivatietheorie van Maslov

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Welk woord gebruik je in een instructie
A
Waarom
B
Pak . . .
C
Leg ...... neer
D
Wat

Slide 11 - Quizvraag

Als je een instructie geeft gebruik je lange zinnen met veel woorden.
A
Onjuist
B
Juist

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het belangrijkste doel van instructie geven?
A
Begrijpen en onthouden van informatie
B
Geven van productinformatie
C
Iets vertellen
D
Uitleg geven

Slide 13 - Quizvraag

Feedback geven 

Doel geven en ontvangen van feedback:
  • effectief samenwerken
  • betere resultaten halen
  • iets over jezelf leren
  • blinde vlekken kleiner maken

Vormen van feedback:
  1. Positieve en negatieve feedback
  2. Feedback op inhouds- en betrekkingsniveau


Slide 14 - Tekstslide

Wat is feedback geven?

Slide 15 - Woordweb

Evalueren, feedback en reflecteren

Tips feedback geven
  • Praat vanuit jezelf (ik-boodschap)
  • Geen oordeel of interpretatie
  • Geef alleen feedback op gedrag (gedrag kun je veranderen, karakter niet)
  • Geef suggesties voor verandering
  • Geef tijdig feedback
  • Doseer feedback
  • Kies juiste omstandigheden/stemming
  • Vraag toestemming feedback te geven
  • Vraag of feedback klopt

Slide 16 - Tekstslide

Onze definitie... 
  1. Wie feedback geeft zegt iets over het gedrag en/of de prestatie van de ander.
  2.  Feedback is iets om van te leren! 

    Feedback gaat dus over GEDRAG en PRESTATIES 

    Commentaar op uiterlijk hoort daar dus niet bij.

Slide 17 - Tekstslide

Manieren van feedback geven
  • via een verborgen boodschap

    Non- verbaal

Slide 18 - Tekstslide

Manieren van feedback geven
  • via een verborgen boodschap

    Verbaal

Slide 19 - Tekstslide

Positieve feedback
Gerichte complimenten op iets wat goed is gedaan. 
Dit gedrag wil je graag terug zien. 
Positieve feedback werkt motiverend.

Slide 20 - Tekstslide

Andere feedback
Tip: Ook wel opbouwende feedback genoemd.
Je wil iemand iets meegeven om van te leren zodat iemand zich verder  kan ontwikkelen.

Slide 21 - Tekstslide

Feedback geven
Feedback is commentaar dat je geeft op iemands gedrag of houding. Het verschil met kritiek is dat het alleen gaat over gedrag dat iemand kan veranderen

Hoe doe je dat precies, feedback geven?

Slide 22 - Tekstslide

Wat betekent feedback letterlijk?
A
vragen stellen
B
open houding
C
communicatie
D
terugkoppeling

Slide 23 - Quizvraag

Wat is het effect van feedback?
  • Je kunt ervan leren, om je werk nog beter te maken.
  • Bedoeld om gedrag bij te stellen.
  • Bedoeld om gedrag te behouden.

Slide 24 - Tekstslide

6

Slide 25 - Video

Slide 26 - Tekstslide

Wat vind je makkelijker: feedback geven of feedback ontvangen?

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Slide 29 - Video

Je werkbegeleider is erg aardig, maar heeft niet veel tijd om jou te begeleiden. Je vindt dit niet fijn, want je hebt het gevoel daardoor vast te lopen.
Wat zeg je tegen je werkbegeleider?

Slide 30 - Open vraag

Feedback geven doe je zo
  • Geef feedback direct (geen oude koeien)
  • Begin met de ik- boodschap
  • Beschrijf wat je ziet, waarneemt
  • Zeg wat dit met je doet

Slide 31 - Tekstslide