Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
Voorbereiding toets unit 4- 2gt
Unit 4. Inventions->
oefenen voor toets
1 / 37
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Engels
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 2
In deze les zitten
37 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Lesduur is:
30 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Unit 4. Inventions->
oefenen voor toets
Slide 1 - Tekstslide
Wat geeft de 's of ' aan?
A
meervoud
B
van wie iets is
C
welke gender iets heeft
D
vraagwoorden
Slide 2 - Quizvraag
Kies de juiste vorm:
This is (Kees-mother).
A
Kees's
B
Kees
C
Kees'
D
mother of Kees
Slide 3 - Quizvraag
Kies de juiste vorm:
The (chair- wood) is so smooth.
A
chair's wood
B
chairs wood
C
chair' wood
D
wood of the chair
Slide 4 - Quizvraag
Kies de juiste vorm:
(my friends- birthdays) are all in June.
A
my friends's birthdays
B
my friends birthdays
C
my friends' birthdays
D
birthdays of my friends
Slide 5 - Quizvraag
maak het onregelmatige werkwoord af:
Freeze - _____ - frozen
A
freeze
B
froze
C
frozen
D
frooze
Slide 6 - Quizvraag
Maak het onregelmatige werkwoord af:
Say - said - _____
A
say
B
said
C
sad
D
seed
Slide 7 - Quizvraag
Je hebt kennisgemaakt met 3 woordrijen:
het hele werkwoord, de verleden tijdsvorm
en de voltooide vorm.
Wat is de verleden tijdsvorm van "to put"?
A
puted
B
putted
C
put
D
poot
Slide 8 - Quizvraag
Vul de juiste vorm van de gebiedende wijs in:
____ (worry) about Sarah. She will be fine.
A
Don't worry
B
worry
C
Dont you worry
Slide 9 - Quizvraag
Vul de juiste vorm van de gebiedende wijs in:
Just ____ (jump) in! The water is lovely!
A
Don't jump
B
jump
C
Don't you jump
Slide 10 - Quizvraag
Vul de juiste vorm van de gebiedende wijs in:
___ (buy) the chocolates. They are expensive.
A
You buy
B
Don't buy
C
Buy
Slide 11 - Quizvraag
Hoe maak je de gerund?
A
am/are/is + werkwoord+ ing
B
werkwoord+ed
C
werkwoord + ing
D
werkwoord + s
Slide 12 - Quizvraag
Maak de gerund:
I _____ (love, to travel)
A
I love to travel
B
I love travelling
C
I am loving to travel
Slide 13 - Quizvraag
Maak de gerund:
I_____ (enjoy, to swim) in the summer.
A
I enjoy to swim in the summer.
B
I enjoy swimming in the summer.
C
I enjoy a nice swim in the summer.
Slide 14 - Quizvraag
Welke verwijswoorden
gebruik je bij meervoud?
A
these /those
B
this/that
Slide 15 - Quizvraag
Welke verwijswoorden
gebruik je in het enkelvoud?
A
this/that
B
these/those
Slide 16 - Quizvraag
Welke verwijswoorden
gebruik je bij dichtbij?
A
that / those
B
this / these
Slide 17 - Quizvraag
Welke verwijswoorden
gebruik je bij ver weg?
A
this / these
B
that / those
Slide 18 - Quizvraag
Kies de juiste vorm:
Look at ___ newspaper here.
A
those
B
these
C
this
D
that
Slide 19 - Quizvraag
Wat betekent have to?
A
moeten
B
mogen
C
hoeven
D
hebben
Slide 20 - Quizvraag
Kies de juiste vorm:
Ian________ (have to, comb) his hair.
A
Has to comb
B
Has to combing
C
Has to combed
Slide 21 - Quizvraag
Kies de juiste vertaling van:
zij hoeft vandaag niet laat te werken
A
she doesn't work late today
B
She doesn't have to work late today.
C
She doesn't have to working late today.
Slide 22 - Quizvraag
hoe gebruik je have to in de zin?
A
have to + werkwoord + ing
B
have to + werkwoord+ ed
C
have to + werkwoord
Slide 23 - Quizvraag
Sleep de juiste vertaling naar het juiste doel
recommend (to)
inventor
seem (to)
tin
blikje
uitvinder
aanbevelen
lijken
Slide 24 - Sleepvraag
Sleep de juiste vertaling naar het juiste doel
eindelijk
roeren
lostrekken
voorstelling
touw
performance
(to) stir
(to) pull off
rope
finally
Slide 25 - Sleepvraag
Sleep de juiste vertaling naar het juiste doel
all
cardboard
creepy
die
plug in(to)
stekker insteken
alles, al(le)
karton
doodgaan
eng
Slide 26 - Sleepvraag
Vertaal deze zin naar het Engels:
De drums zijn gemaakt van hout en een blikje.
Slide 27 - Open vraag
Vertaal deze zin naar het Engels:
Daarom heb ik een paar vragen.
Slide 28 - Open vraag
Vertaal deze zin naar het Engels:
Waarom houd je niet op met praten?
Slide 29 - Open vraag
Vertaal deze zin naar het Nederlands:
I'm a bit worried that I won't know how to start.
Slide 30 - Open vraag
Vertaal deze zin naar het Engels:
Natuurlijk kun je loombandjes gebruiken.
Slide 31 - Open vraag
Vertaal deze zin naar het Engels:
Dat is echt eng als je het mij vraagt.
Slide 32 - Open vraag
Vertaal deze zin naar het Engels:
Daarna kun je het open maken, kijk zo!
Slide 33 - Open vraag
Vertaal deze zin naar het Engels:
Dat kun je niet menen.
Slide 34 - Open vraag
Vertaal deze zin naar het Engels:
Dat vind ik goed.
Slide 35 - Open vraag
Hoe goed ben je nu voorbereid op de toets Unit 4?
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 36 - Poll
That's it!
Wat ging er heel goed?
Nice!!
Ga nu de onderdelen oefenen
die iets minder gingen.
Ga naar
Catch Up
van
Unit 4
.
Vergeet niet:
Begin deze week met lezen van verhaal 3 of 4 (
Short Stories.)
Slide 37 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
Voorbereiding toets unit 4- 2gt
8 dagen geleden
- Les met
37 slides
Engels
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 2
grammatica herhaling unit 4 2gt
Februari 2023
- Les met
36 slides
Engels
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 2
Hoe gebruik je de gerund in oefeningen?
Maart 2023
- Les met
13 slides
unit 5 lesson 2
Mei 2022
- Les met
32 slides
Engels
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 3
Must/Mustn't + imperative + gerund
Mei 2024
- Les met
31 slides
Engels
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 3
M3 grammatica Unit 5
Maart 2020
- Les met
12 slides
Engels
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 3
2F - 8-12-2023 - Unit 4 - les 37
December 2023
- Les met
39 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 3
Grammatica herhaling 2BK unit 4
Februari 2023
- Les met
32 slides
Engels
Middelbare school
vmbo b, k
Leerjaar 2