Beknopte bijzin

Deze les:

Lesdoel: Ik kan/weet een (foutieve) beknopte bijzin herkennen en verbeteren.

  • Herhalen beknopte bijzin
  • Weektaak afmaken
  • Boekopdracht afmaken 





1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Deze les:

Lesdoel: Ik kan/weet een (foutieve) beknopte bijzin herkennen en verbeteren.

  • Herhalen beknopte bijzin
  • Weektaak afmaken
  • Boekopdracht afmaken 





Slide 1 - Tekstslide

Een beknopte bijzin heeft een persoonsvorm
A
juist
B
niet juist

Slide 2 - Quizvraag

Lees de zinnen en bepaal of de zin een gewone bijzin of een beknopte bijzin bevat. 
Beknopte bijzin
Gewone bijzin
Lopend naar de overkant werd hij bijna aangereden. 
Als hij mij belt, loop ik even de vergadering uit. 
Na kampioen te zijn geworden, werden de spelers door het bestuur gefeliciteerd.

Slide 3 - Sleepvraag

Welke van de volgende is een beknopte bijzin
A
Toen ik vanochtend wakker werd, was mijn wekker nog niet gegaan
B
Rennend over de gang, botste de jongen tegen de deur
C
Vandaag ga ik bowlen en morgen gaan we minigolfen
D
Ik hoop dat mijn familie staat te wachten als ik het vliegtuig uitkom

Slide 4 - Quizvraag

Terwijl ik mijn boterham opeet, leer ik nog even voor mijn toets.
Maak er een zin van met een beknopte bijzin en benoem de beknopte bijzin.

Slide 5 - Open vraag

Een beknopte bijzin heeft een onderwerp.
A
juist
B
niet juist

Slide 6 - Quizvraag

Welke beknopte bijzin is correct?
A
Lekker in onze stoelen liggend, dronken we de koude frisdrank.
B
In roomboter gebraden eet hij het vlees met smaak op.
C
Lopend naar de overkant reed de auto hem bijna aan.
D
Na koffie gedronken te hebben, reed de bus verder.

Slide 7 - Quizvraag

Vind de beknopte bijzin met ‘te + infinitief’
A
De stemming goed aanvoelend sloot Elsbeth de vergadering.
B
Na te zijn opgenomen in het hospitaal ontving zij kaartjes.
C
De portemonnee, gevonden op straat, bleek leeg te zijn.

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een beknopte bijzin?
A
Zin met persoonsvorm en zonder onderwerp
B
Zin met persoonsvorm en onderwerp
C
Zin zonder persoonsvorm en met onderwerp
D
Zin zonder persoonsvorm en onderwerp

Slide 9 - Quizvraag

Aan de slag!
Weektaak > deadline maandag 24 maart 

  • Grammatica H3: wederkerend vnw.
  • Grammatica H4: beknopte bijzin

  • Boekopdracht inleveren
     Denk ook aan je verantwoording. Welk cijfer verdien jij?

Slide 10 - Tekstslide