Ecologie klas 3

 Ecologie vwo 3
Hoe komt energie uit dode organismen terug in een ecosysteem?

Indelen met behulp van organisatieniveau's! 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 360 min

Onderdelen in deze les

 Ecologie vwo 3
Hoe komt energie uit dode organismen terug in een ecosysteem?

Indelen met behulp van organisatieniveau's! 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhalen vorige week
* Je kunt de invloeden op organismen indelen in biotische en abiotische factoren.
* Je kunt de niveaus van de ecologie beschrijven.
* Je kunt in een ecosysteem de voedselrelaties aangeven.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarin bevinden zich alleen organismen van dezelfde soort?
A
Populatie
B
Leefgemeenschap
C
Ecosysteem
D
Bioom

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk organisatieniveau is het grootst?
A
Biotoop
B
Bioom
C
Biosfeer
D
Biodiversiteit

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is ecologie?
A
studie over milieubewustheid
B
leer van alle levende organismen
C
de samenhang tussen organismen in een bepaald gebied
D
de manier waarop een soort in zijn omgeving past

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

 Wat is ecologie?

Biotoop: alle abiotische factoren in een ecosysteem.
Ecosysteem: begrensd gebied inclusief zijn abiotisch en biotische factoren.

Biotisch: invloeden van levende/dode factoren.
Abiotisch: invloeden van levenloze factoren.

Een organisme is van zowel biotische als abiotische 
factoren afhankelijk om te overleven in een ecosysteem.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is de biotoop belangrijk voor het overleven van een soort?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is GEEN onderdeel van een biotoop?
A
Water
B
Zuurstof
C
Temperatuur
D
Parasieten

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak het voedselweb kloppend

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

 Piramides en Energiestroom in een ecosysteem
Waarom heeft de piramide van biomassa een piramidevorm?
Biomassa: de massa van alle energierijke stoffen in een organisme (koolhydraten, eiwitten en vetten)

In de piramide van biomassa gaat elk trofisch niveau energie verloren door:
- Poepen (onverteerbare resten)
- Verbranden (van energierijke stoffen), zodat organisme genoeg energie heeft voor bewegen, groeien en weefselherstel.
- Sterfte (door ziekte/ouderdom)

De piramide van aantallen heeft niet altijd een piramide vorm:
- 1 boom kan genoeg biomassa hebben voor 1000 rupsen.
De biomassa van de producenten moet groter zijn dan de biomassa 
van de consumenten!
De toppredator staat bovenaan in de voedselketen, hij heeft geen
predatoren en sterft aan ouderdom of ziekte!


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6.2 voedselrelaties en kringlopen
* Je kunt de groepen organismen in de kringloop van stoffen beschrijven.
* Je kunt de kringlopen van water (en later koolstof en stikstof) beschrijven.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  Voedselrelaties
Waarom begint een voedselketen of voedselweb altijd met een producent?

Trofische niveaus: 
- producent: PLANT (1e schakel)
- consument van de 1e orde: HERBIVOOR (2e schakel)
- consument van de 2e orde: OMNIVOOR/CARNIVOOR (3e schakel)
- consument van de 3e orde: OMNIVOOR/CARNIVOOR (4e schakel)
- consument van de 4e/5e/6e orde etc. OMNIVOOR/CARNIVOOR (5e/6e/7e etc. schakel)
De pijl wijst altijd naar het dier wat eet!

Planten zijn autotroof: ze maken hun eigen voedsel door middel van fotosynthese.
Consumenten en reducenten zijn heterotroof: ze hebben andere organismen nodig om 
aan voedsel te komen.
Reducent: schimmels en bacteriën: breken dode organismen af tot mineralen voor planten.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de slang NIET in dit voedselweb?
A
Consument 1e orde
B
Consument 2e orde
C
Consument 3e orde
D
Consument 4e orde

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de juiste woorden naar de juiste plaatjes. Let op: sommige woorden worden niet gebruikt.
Autotroof
Heterotroof
Reducent
Consument
Producent
Producent
Reducent
Consument
Heterotroof
Autotroof
Heterotroof
Autotroof

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

               Waterkringloop
Waterkringloop

Slide 15 - Tekstslide

Leg uit hoe een waterkringloop werkt en check of de kinderen het goed begrijpen door vragen te stellen.
Kringlopen
Waarom zijn reducenten belangrijk om producenten in leven te houden?

Koolstof: C                        Glucose: C6H12O6
Fotosynthese in bladgroenkorrels (in aanwezigheid van zonlicht): CO2 (koolstofdioxide) + H2O -> C6H12O6 (glucose) + O2
Glucose kan worden gebruikt als brandstof.
Glucose kan worden omgebouwd tot glycogeen of vet om een reservestof te worden.
Glucose kan worden omgebouwd tot eiwit om een bouwstof te worden.

De 'C' atomen komen dus voor in zowel planten als dieren en reducenten.
Als organismen glucose verbranden, komt de 'C' weer als koolstofdioxide in de lucht.
Glucose is dus een energierijke stof!
Reducenten breken dode organismen af tot stikstofzouten -> planten maken van stikstofzouten en glucose  planteiwitten.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kunnen planten NIET van glucose maken?
A
Cellulose
B
Eiwitten
C
Vetten
D
Stikstof

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Waarom zijn reducenten belangrijk om producenten in leven te houden?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elk trofisch niveau gaat er energie verloren. Wat is NIET een voorbeeld waardoor energie verloren gaat?
A
Poepen
B
Verbranden
C
Sterfte
D
Weefselgroei

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als de toppredator sterft, gaat de biomassa dan verloren?
A
Nee, afvaleters en reducenten leven van deze biomassa
B
Ja, de toppredator heeft geen natuurlijke vijanden
C
Nee, planten eten dode organismen
D
Ja, dode organismen drogen uit en dan is er geen biomassa meer over

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Waarom heeft de piramide
van biomassa een
piramidevorm?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Populaties
Waarom zit er een maximale grootte aan de omvang van een populatie?
Draagkracht: maximale grootte van een populatie die een ecosysteem kan  handhaven -> anders ontstaat plaag die alles opeet

Waardoor neemt populatiegroei toe?
- Optimale temperatuur
- Groot voedselaanbod
- Veel nestelgelegenheid
- Weinig predatoren
Waardoor neemt populatiegroei af?
- Te koude of te warme temperatuur
- Weinig voedsel
- Veel predatoren
- Veel parasieten / ziekte
De belangrijkste activiteiten van een organisme zijn eten en voortplanten!

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke soort overleeft het beste temperatuurschommelingen?
A
a
B
b
C
c
D
d

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel omnivoren tel je?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies