AMV oefenen nieuwsselectie/mediafunctie/beinvloedingstheorie/ 2025

AMV nieuwsselectie  2025
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

AMV nieuwsselectie  2025

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

.








*actor: partij

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

10 quizvragen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Wat betekent 'hoor en wederhoor'?
A
Dat je luistert naar alle partijen
B
Dat je alles van 1 kant belicht
C
Dat je alle directeuren interviewt
D
Dat je luistert en je mening geeft

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2. Vertel in je nieuwsitem duidelijk wat feiten en wat meningen zijn.
A
controleren van feiten
B
bronbescherming
C
meerdere bronnen gebruiken
D
scheiden van feiten en meningen

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

3. Als je probeert een verhaal over een raketaanval zo objectief mogelijk te vertellen door de beelden te verifiëren via google lens dan doe je aan:
A
hoor en wederhoor
B
controleren van feiten via een andere bron
C
het scheiden van feit en mening

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4. Een journalist moet proberen zo veel mogelijk aan hoor- en wederhoor te doen. Wat houdt dit in?
A
Je bronnen controleren
B
Je informatie goed checken
C
Feiten van meningen scheiden
D
Beide partijen aan het woord laten

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

5. Welke factor is NIET relevant voor nieuwsselectie?
A
De kleur van de krantenkop
B
Commerciële belangen
C
De doelgroep
D
De nabijheid

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

6. Een journalist schrijft over een lokale brand.
A
De identiteit van het medium
B
Commerciële belangen
C
Eigen waarden en normen
D
De nabijheid

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

7. Een nieuwsartikel over een politieke schandaal.
A
De doelgroep
B
De actualiteit
C
Uitzonderlijkheid
D
De belangstelling van publiek

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

8. Een reportage over een zeldzame diersoort.
A
Eigen waarden en normen
B
Commerciële belangen
C
De uitzonderlijkheid
D
De identiteit van het medium

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

9. Wie verzamelt en verspreidt nieuwsberichten?
A
Verslaggevers
B
Redacties
C
Journalisten
D
Persbureaus

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

10. Wie bewerkt en controleert nieuwsinhoud?
A
Journalisten
B
Redacties
C
Persbureaus
D
Verslaggevers

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Functies media
Agenda functie: Maatschappelijke problemen onder de aandacht brengen.
Commentaar functie: Een mening geven over gebeurtenissen.
Controlerende functie: Controleren van de overheid en instanties
Opiniërende functie: Het helpen vormen van een mening.
Spreekbuisfunctie: Meningen onder de aandacht brengen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Individuele functies media
  • Informatieve functie
  • Educatieve functie
  • Opiniërende functie
  • Amuserende functie
  • Sociale functie 
Aantekening voor het examen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een van de functies van de media is het volgen en controleren van politici.

Hoe wordt dit ook wel genoemd?

A
Cultuuroverdracht
B
Waakhondfunctie
C
Informerende functie
D
Sociale functie

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


De media vervullen functies. Welke functie voor het individu staat hier centraal?
A
informatieve functie
B
educatieve functie
C
meningsvormende functie
D
amuserende functie

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Soms lopen de functies van media door elkaar. Noem twee functies van het Journaal
A
Meningsvorming & Informatie
B
Meningsvorming & Amusement
C
Reclame & Informatie
D
Informatie & Amusement

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Beïnvloedingstheorie
Gedachte over hoe media invloed hebben op mensen.

Beïnvloeding= invloed hebben op.
Theorie= regels over hoe iets in elkaar zit.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe groot is de invloed van de media?
Injectienaaldtheorie
De media kunnen mensen injecteren met informatie. Mensen nemen deze info over zonder erbij na te denken.

Slide 22 - Tekstslide

Klik op de vraagtekens voor definities. 




Multi-step flow theorie
Informatie en communicatie verloopt in stappen.

  1. Er is een kleine groep gezaghebbende opinieleiders.
  2. Zij worden beïnvloed en die dragen informatie over.
  3. Een iets grotere groep neemt het over.
  4. Grote publiek neemt het over.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De theorie van de selectieve perceptie:

De mediagebruikers maken zelf een keuze uit het aanbod van de media.
  • mediagebruikers bepalen dus zelf wat ze wel of niet kijken.
  • sommige informatie laten mediagebruikers wel toe, andere informatie niet.
  • dit kan leiden tot een filterbubbel in combinatie met de algoritmes van de mediabedrijven.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De agendatheorie:
De media bepalen niet wát mensen denken, maar hooguit waarover zij denken en met elkaar praten.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Media als betekenisverlener
Media hebben een belangrijke betekenis voor iedereen.

Mensen hebben behoefte aan informatie en amusement en kijken daarom veel series. 
Media heeft veel invloed


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framingtheorie 
Framingtheorie: de media belichten een onderwerp op
een bepaalde manier.

Daardoor ga jij ook op die bepaalde manier 
naar dat onderwerp kijken.
• Denk aan het voorbeeld ‘Het glas is halfvol’ tegenover ‘Het glas is halfleeg’.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke beïnvloedingstheorie van de media zou kunnen passen bij de rol van de NOS?
A
Multi-step-flow-theorie
B
Agendatheorie
C
De visie van de media als betekenisverlener

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Volgens deze theorie nemen de ontvangers de boodschap zonder nadenken over. De ontvangers worden als het ware gemanipuleerd. 
Over welke beïnvloedingstheorie gaat het hier?
A
injectienaaldtheorie
B
agendatheorie
C
framingtheorie
D
theorie van de selectieve perceptie

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"Ik kijk nooit programma's over anorexia, dan zapp ik weg"

Bij welke beïnvloedingstheorie past dit?
A
Agendatheorie
B
Theorie van de selectieve perceptie
C
Media als betekenisverlener
D
Injectienaaldtheorie

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"Je ziet alleen wat je wilt zien"
Deze uitspraak past bij de volgende beïnvloedingstheorie:
A
Injectienaaldtheorie
B
Framingtheorie
C
Theorie van de selectieve perceptie
D
De Agendatheorie

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies