SO Kapitel 3 H/V 1

SO Kapitel 3 H/V 1
Wörter = de woorden die ik heb gedeeld in de Quizlet (zie verderop in de LessonUP) 
Grammatik 
Redemittel 
Landeskunde 
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

SO Kapitel 3 H/V 1
Wörter = de woorden die ik heb gedeeld in de Quizlet (zie verderop in de LessonUP) 
Grammatik 
Redemittel 
Landeskunde 

Slide 1 - Tekstslide

Servus 

Slide 2 - Tekstslide

Grammatik 
- Der - Ein Gruppe en leren verbuigen in een zin
- Begrijpen ontleden van een zin (Subjekt/meew voorwerp/lijdend vw)
- begrijpen + toepassen werkwoorden zwak 

Slide 3 - Tekstslide

verbuigen van der- ein Gruppe uitgelegd 
Mein......Schwester möchte Zahnarzt werden

zoals je weet is Schwester een vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
Ze is ''die Schwester''
Dat betekent dat ik iets mis bij mein....
Je moet correct verbuigen. En dat is enkel (of niet) toevoegen

Meine Schwester möchte Zahnarzt werden




Slide 4 - Tekstslide

Om het echt te gaan begrijpen
krijgen jullie het schema zoals ik dat verderop in de LessonUP deel, erbij in je toets! 


Slide 5 - Tekstslide

Redemittel 
Seite 141

Je krijgt een situatie en hierop geef jij jouw antwoord 
Beispiel (voorbeeld) in deze LessonUP 

Slide 6 - Tekstslide

der/ein-Gruppe
Mannelijk (m)
Vrouwelijk (w)
Onzijdig (s)
Meervoud (mz)
1. Fall
Nominativ
Onderwerp
der Mann


ein Mann
die Frau


eine Frau
das Kind


ein Kind
die Kinder


Keine Kinder
3. Fall
Dativ
Meewerkend voorwerp
dem Mann


einem Mann
der Frau


einer Frau
dem Kind


einem Kind
den Kindern


Keinen Kindern
4. Fall
Akkusativ
Lijdend voorwerp
den Mann


einen Mann
die Frau


eine Frau
das Kind


ein Kind
die Kinder


keine Kinder

Slide 7 - Tekstslide

De bezittelijke voornaamwoorden
Het bezittelijk voornaamwoord
Het bezittelijk voornaamwoord wordt gebruikt om een bezit aan te geven. 

Handig: Veel bezittelijke voornaamwoorden in het Duits lijken op die in het Nederlands. 

Slide 8 - Tekstslide

De bezittelijke voornaamwoorden vraag ik zo 
Das ist unser / unseren Auto (o) 

Waarom is het unser

eerst bepaal je de functie van auto. De Auto is Subjekt (ook wel 1. of Nominativ genoemd) 

aflezen in het schema --> Rij 1, Kolom 3 (uitgang/verbuiging is niets) 


Slide 9 - Tekstslide

Dies_____ Musik (v) ist zu laut.
A
dies
B
diese
C
dieser
D
dieses

Slide 10 - Quizvraag

die Gabel
A
de lepel
B
de vork
C
het mes
D
het ijs

Slide 11 - Quizvraag

Schwache Verben konjugieren
Stam op -d of -t
Stam op sisklank
Stam op de rest 
ich
-e
-e
-e
du
-est
-t
-st
er/sie/es
-et
-t
-t
wir
-en
-en
-en
ihr
-et
-t
-t
sie/Sie
-en
-en
-en

Slide 12 - Tekstslide

üben 
https://wordwall.net/de/resource/59811436/schwache-verben-konjugieren

Slide 13 - Tekstslide

Isa (antworten) nicht auf meine Frage
A
antwort
B
antwortet
C
antwortest
D
antwortt

Slide 14 - Quizvraag

Satzanalyse (oefen!!) 


https://wordwall.net/de/resource/15254626/satzglieder-bestimmen

Slide 15 - Tekstslide

Oefen met het schema (wat je bij de toets krijgt) 
https://wordwall.net/de/resource/31531608/akkusativ-und-dativ-artikel-deklination

Slide 16 - Tekstslide

Wörter 
https://quizlet.com/nl/878715443/kapitel-3-1-2-na-klar-flash-cards/

Lukt het je niet in een Quizlet te komen ?
https://dashboard.blooket.com/set/67c714ab50f3181b7e149521

Slide 17 - Tekstslide

wat is het voltooide deelwoord van 'wohnen'
A
gewohnet
B
gewohnt

Slide 18 - Quizvraag

(een) Ich habe ___ Katze (v).
A
ein
B
eine
C
kein
D
keine

Slide 19 - Quizvraag

(geen) ____ Teller (m) ist zu groß für das kleine Gericht.
A
ein
B
eine
C
kein
D
keine

Slide 20 - Quizvraag

du (schwimmen)
A
Schwimmt
B
schwimmst

Slide 21 - Quizvraag

Der Kühlschrank
A
het bed
B
het fornuis
C
het schilderij
D
de koelkast

Slide 22 - Quizvraag

de wens =
A
der Nebenjob
B
der Job
C
der Beruf
D
der Wunsch

Slide 23 - Quizvraag

In welk Land ligt Wenen?
A
Duisland
B
Oostenrijk
C
Zwitserland
D
Belgie

Slide 24 - Quizvraag

Hoe heet de rivier die door Wenen stroomt?
A
De Donau
B
De Rijn
C
De Elbe
D
De Maas

Slide 25 - Quizvraag

Was ist Ritter Sport?
A
Automarke
B
Sportmarke
C
Schokolade
D
Supermarkt

Slide 26 - Quizvraag

Welk gebergte ligt in Österreich?
A
pyreneeën
B
Alpen
C
Andes
D
Taunus

Slide 27 - Quizvraag

Waar komt de Schnitzel vandaan?
A
Oostenrijk
B
Duitsland
C
Zwitserland
D
Belgie

Slide 28 - Quizvraag

Was ist richtig?

Wie schmeckt (jouw)
...... Schnitzel?
A
du
B
dein
C
deine
D
due

Slide 29 - Quizvraag

Oefenen met verbuigen lidwoorden der- ein Gruppe 
https://wordwall.net/de/resource/9089907/deutsch-als-fremdsprache/kein-ein-im-nominativ-und-akkusativ

Slide 30 - Tekstslide

Redemittel voorbeeld (Beispiel) 
Geef in de Duitse taal antwoord op onderstaande zin


Möchtest du etwas trinken?
Ja, ich will gerne Mineralwasser. 
Ja, ich möchte Mineralwasser. 

Slide 31 - Tekstslide