In deze les zitten 10 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Werkwoordspelling tegenwoordige tijd
Slide 1 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Wat weet je nog?
Slide 2 - Open vraag
Deze slide heeft geen instructies
Persoonsvorm tegenwoordige tijd
In de t.t. zijn er 3 vormen om de persoonsvorm te spellen.
Let op of het enkelvoud of meervoud is.
1. Ik-vorm: ik verbeter
2. Ik-vorm + t: hij verbetert
3. Hele werkwoord: wij verbeteren
Slide 3 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Persoonsvorm t.t. enkelvoud
1. Ik-vorm
Als het onderwerp IK is, schrijf je geen 't' achter het werkwoord.
→ ik verbeter, ik snoei, ik word, beantwoord ik, ik ga
Als JE of JIJ achter het werkwoord staat, schrijf je geen 't' achter het werkwoord.
→ Wat vind jij? Denk je (= ‘jij’) ook niet? Ga je (= ‘jij’) al?
Bij de gebiedende wijs → Loop eens door. Ga weg!
Slide 4 - Tekstslide
betaal die rekeningen. Je schrijft niet ; ik betaalt die rekeningen.
Verhuis jij morgen of volgende week?
Je schrijft niet: verhuist jij morgen?
Persoonsvorm t.t. enkelvoud
2. Ik-vorm + t
Deze vorm gebruik je bij alle andere gevallen in het enkelvoud.
Je vindt niet vaak een euro op straat.
Jij wordt nog eens heel beroemd.
Hij vindt de film maar niks. Wat vindt Julia ervan?
Het gebeurt wel vaker.
Slide 5 - Tekstslide
betaal die rekeningen. Je schrijft niet ; ik betaalt die rekeningen.
Verhuis jij morgen of volgende week?
Je schrijft niet: verhuist jij morgen?
Persoonsvorm t.t. enkelvoud
Ik-vorm of ik-vorm + t?
Slide 6 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Persoonsvorm t.t. meervoud
3. Hele werkwoord
Wij werken hard.
Gebeuren zulke dingen wel vaker?
Jullie worden steeds beter.
De katten gaan naar binnen. Ze hebben honger.
Slide 7 - Tekstslide
betaal die rekeningen. Je schrijft niet ; ik betaalt die rekeningen.
Verhuis jij morgen of volgende week?
Je schrijft niet: verhuist jij morgen?
Korte herhaling
Bij det.t. enkelvoud plaats je een T achter het werkwoord.
Je plaatst geen t achter het werkwoord als het onderwerp IK is.
Je plaatst ook geen t achter het werkwoord als JE of JIJ achter het werkwoord staat.
Bij de t.t. meervoud schrijf je het hele werkwoord.
Slide 8 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Samengestelde zinnen
Een enkelvoudige zin heeft één persoonsvorm.
Jij werkt vandaag in het magazijn.
Jamie is ziek.
Van twee enkelvoudige zinnen kun je een samengestelde zin maken. Een samengestelde zin heeft dus twee of meer persoonsvormen:
Jij werkt vandaag in het magazijn, want Jamie is ziek.
Slide 9 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Zoek de fouten!
Voordat Timmerbedrijf De Jong deze advertentie op internet zette, is echt de spellingcontrole gebruikt. Maar die heeft niet alle fouten ontdekt. Kun jij de fouten vinden en verbeteren?