Disk introductie thema overtuigen

Thema 15 Overtuigen
Opstart
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Thema 15 Overtuigen
Opstart

Slide 1 - Tekstslide

Dit thema gaat over 
Overtuigen
Je gaat oefenen om iemand te overtuigen. Waarom moet jouw klasgenoot dat ene boek lezen of die ene film gaan zien? Ook ga je je klasgenoten vertellen wat je goed kunt.

Slide 2 - Tekstslide

Wat oefen je?
  • Je bedenkt een reclame en houdt een betoog.
  • Je vertelt over een voorwerp; je probeert dit te ruilen.
  • Je zoekt informatie op internet en schrijft een e-mail.
  • Je bedenkt wat je leuk vindt en goed kan; je presenteert dit en schrijft het op.
 

Betoog
Een betoog is een tekst waarin je duidelijk jouw mening geeft. Je schrijfdoel is om de lezer te overtuigen van die mening. Om dit te doen, geef je argumenten die jouw mening ondersteunen.

Slide 3 - Tekstslide

Het doel van de les.
Vandaag leer je:
  • Wat presenteren en overtuigen betekent.
  • Waarom stemgebruik, gezichtsuitdrukking en houding belangrijk zijn.
  • Hoe je enthousiasme laat zien met stem en lichaamstaal.

Slide 4 - Tekstslide

Kijk naar het filmpje.
Welke woorden ken je?
Welke niet?

Slide 5 - Woordweb

Spreker
Verkoper
Wat gebeurt hier?
Bespreek in tweetallen, daarna klassikaal.

Slide 6 - Tekstslide

Presenteren
Je wilt iets vertellen of informatie geven op een leuke en boeiende manier.
Uitdrukking
"Laat zien wat je in huis hebt."
De letterlijke betekenis, wat staat er allemaal in jouw huis  en de figuurlijke betekenis, de talenten die je hebt.

Slide 7 - Tekstslide

overtuigen
Je zorgt ervoor dat de ander iets van je overneemt: een mening, een idee of voorstel.

Hoe?
Met:
  • Argumenten: waarom?
  • Enthousiasme: woorden, lichaamshouding, stem en gezichtsuitdrukking
  • Positieve en informatieve bijvoeglijke naamwoorden: leuk, nuttig, fantastisch enz.

Slide 8 - Tekstslide

Belangrijke dingen bij presenteren en overtuigen:

✅Hoe gebruik je je stem? (hard/zacht, snel/langzaam).
✅Welke woorden gebruik je?
✅ Gezichtsuitdrukking (lachen, serieus).
✅ Hoe sta je? (rechtop, open houding).


Hoe kijk je?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Stemgebruik
Gezichts-
uitdrukking
Lichaams-
houding

Slide 11 - Sleepvraag

Bij presenteren is het belangrijk dat je
A
zacht praat en vrolijk kijkt.
B
hard praat en zo weinig mogelijk lacht.
C
je afwisselt in hard en zacht praten en vrolijk kijkt.

Slide 12 - Quizvraag

Leg uit waarom je stemgebruik en je houding belangrijk is tijdens een presentatie.

Slide 13 - Open vraag

  • Ik vind deze telefoon fantastisch.
  • Dit is een geweldige film.
  • Het is een prachtig boek.
  • Deze film is zo mooi!
  • Deze acteur is supergoed.
  • Deze muziek is prachtig.
  • Deze pizza is heerlijk.
De docent zegt op twee manieren een zin voor:
  1. Welke manier is beter? Waarom?
  2. Hoe voelde het toen ik de eerste zin zei? En bij de tweede?
Oefen in tweetallen
Kies samen drie zinnen.
Eén leerling zegt een zin zonder enthousiasme.
De ander zegt dezelfde zin enthousiast.
Bespreek samen het verschil.
A2
A2-leerlingen bedenken zelf een zin en spreken die op twee manieren uit.
A2-leerlingen mogen een extra argument toevoegen aan hun zin (Deze film is geweldig, want hij is spannend en grappig!).

Slide 14 - Tekstslide

Presenteer een product

  1. Kies een product uit (bijv. een telefoon, een pizza, een boek).
  2. Maak een korte overtuigende tekst om iemand het product te laten kopen.
A1
Kies uit de voorbeeldzinnen en schrijf zelf nog één zin erbij. Oefen met stemgebruik.
Keuzezinnen:
Deze schoenen zijn mooi en goedkoop!
Deze laptop is snel en handig.
Deze jas is warm en fijn.
A2
Schrijf 3 zinnen met argumenten (Deze pizza is heerlijk! Hij is warm, knapperig en goedkoop. Het is de allerbeste pizza van de wereld!).

Slide 15 - Tekstslide

Ik weet wat presenteren en overtuigen betekent.
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll

Ik weet waarom stemgebruik, gezichtsuitdrukking en houding belangrijk zijn.
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

ABC'tje
  • Maak in groepjes van drie of vier een ABC’tje. 
  • Bij elke letter van het alfabet bedenken jullie een woord dat je kunt gebruiken om iemand te overtuigen. 
  • Typ de woorden in de opdracht in de Classroom zodat ze later gebruikt kunnen worden bij de taken.
De taken
Taak 1: Houd een betoog (overtuigen)
Taak 2: Overtuig een ander (overtuigen)
Taak 3: Schrijf een mail (overtuigen)
Taak 4: Presenteer jezelf (presenteren)

Slide 18 - Tekstslide