H3: brongebruik en zelf verlichte denker

H2S1 voltaire
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

H2S1 voltaire

Slide 1 - Tekstslide

Bespreek in tweetallen:
Leg aan elkaar uit welke verlichte gedachtegang je voor jezelf het belangrijkste vindt en waarom. (i)

Voltaire: godsdienstvrijheid
John Locke: natuurrecht vrijheid, recht op bezit en leven.
Rousseau: 
Montesquie: scheiding der machten

Slide 2 - Tekstslide

Horen de uitspraken bij absolute vorsten of verlichte denkers?
Absolute vorsten
Verlichte denkers
Als bestuurders slecht besturen, moeten ze vervangen worden
Elke staat moet een grondwet hebben
De macht moet verdeeld zijn tussen de regering, het parlement en de rechters
Een koning hoeft zijn besluiten niet uit te leggen
Iedereen moet zich aan de wet houden
Mensen hebben mensenrechten
Koningen hebben hun macht van het volk gekregen
Koningen hebben hun macht van God gekregen

Slide 3 - Sleepvraag

Welke gedachtegang hoort bij welke verlichte denker?
Montesquieu

John Locke
Elk mens heeft recht op grondrechten!
Een absolute macht  brengt altijd problemen.
Een uitvoerende, wetgeven en rechterlijke macht zou helpen!
Elk mens hoort vrij en gelijk te zijn en recht hebben op bezit.

Slide 4 - Sleepvraag

Om welke verlichte gedachtegang stond Voltaire en Rousseau bekend?

Slide 5 - Open vraag

Driemachtenleer van Montesquieu. 
Wetgevende macht                                 Uitvoerende macht
NL: Staten-Generaal 
(1e+2e kamer)
NL: Regering 
(koning en ministers)
NL: Rechters en OM

Slide 6 - Tekstslide

H3: Je kan vanuit bronnen ontleden welke verlichte denkbeelden de auteur probeerde te verspreiden. (t)

3.1 Jij bent een verlichte denker in het heden, beargumenteer welk onderwerp jij aan het licht wil brengen. (i) 

Slide 7 - Tekstslide

Overleg in tweetallen: bij welke verlichte denker hoort de uitspraak?
Uitspraak 1: "Vrijheid van meningsuiting is het fundament van een vrije samenleving. We moeten ervoor zorgen dat iedereen de mogelijkheid heeft om zijn gedachten en ideeën te delen zonder angst voor repressie."

Uitspraak 2: "Wat ben ik blij dat Geert Wilders mijn gevangenisstraf niet bepaald, dan had ik 50 jaar vastgezeten!'

Uitspraak 3: "Iedereen heeft het recht op leven, vrijheid en eigendom. Het is essentieel dat onze regering deze rechten beschermt en dat we als burgers onze stem laten horen om onze vrijheid te waarborgen."

Uitspraak 4:
""De ware vrijheid komt voort uit de algemene wil van het volk. We moeten samenwerken en ons inzetten voor het gemeenschappelijk welzijn om een rechtvaardige en gelijkwaardige samenleving te creëren.'


Voltaire: godsdienstvrijheid | John Locke: grondrechten | Rousseau: gelijkheid | Montesquieu: 3machtenleer.

Slide 8 - Tekstslide

Bron 1: standenmaatschappij.

Slide 9 - Tekstslide

Bron 2: absolute goddelijke macht.

Slide 10 - Tekstslide

3.1 Jij bent een verlichte denker in het heden, beargumenteer welk onderwerp jij aan het licht wil brengen. (i)  (t)

1) Kies een onderwerp waarvan jij vindt dat er meer aandacht aan besteed moet worden, alsof je een Verlichte Denker bent.
2) Geef 2 argumenten waarom jij vindt dat daar meer aandacht aan besteed moet worden. 
3) Noteer dit in je aantekeningenschrift.

Klaar?
Opdrachten paragraaf 6.3

Slide 11 - Tekstslide

S2.1 Voltaire
Godsdiensttolerantie: 
God als horlogemaker: Voltaire stelde zich
God voor als een horlogemaker. Dit betekent dat hij dacht dat God
de wereld had gemaakt zoals een horlogemaker een klok maakt.
 Eenmaal gemaakt, loopt de klok vanzelf. Hij geloofde sterk in de vrijheid
van zelf denken en had kritiek op de georganiseerde religies.

S2.2 John Locke:
- Vond dat alle mensen vrij en gelijk geboren waren en hebben recht op grondrechten, zoals het recht op vrijheid, leven en bezit. 
- Hij vond dat de koning de taak had deze rechten te bewaken en afgezet door het volk mocht worden als de koning zijn taak niet goed uitvoerde.

S2.3: Rousseau
Hij had kritiek op de standenmaatschappij dat voor ongelijkheid zorgde. Gelijkheid was alleen mogelijk als de democratie zou worden ingevoerd.  

S2.4: Montesquieu
Montesquieu kwam tot de conclusie dat een alleenheerser zijn macht altijd zou misbruiken en hij bedacht de driemachtenleer: uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. 
                                                                   


S2.5: Kies een verlichte gedachtegang die je het belangrijkste vindt en geef 2 argumenten waarom. Noteer in je schrift.

Klaar? Paragraaf 6.2

Slide 12 - Tekstslide