4.4 Samen leven

Welke twee vormen van lichaamstaal zijn er?
1 / 18
volgende
Slide 1: Open vraag
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welke twee vormen van lichaamstaal zijn er?

Slide 1 - Open vraag

Waardoor verzorgen ouders hun jongen?

Slide 2 - Open vraag

4.4 Samen leven

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen hoe dieren met elkaar samenwerken in een groep.
  • Je kunt uitleggen hoe dieren in een groep de baas kunnen zijn over andere dieren.
  • Je kunt uitleggen wat een rangorde is en waarvoor een rangorde belangrijk is.
  • Je kunt beschrijven hoe dieren een partner krijgen.
  • Je kunt beschrijven wanneer dieren dreigen en wat overspronggedrag is.

Slide 4 - Tekstslide

Samenwerken in een groep



Gaat het beste als er een taakverdeling is, dus als het duidelijk is wie wat doet

Slide 5 - Tekstslide

Welk voordeel heeft de samenwerking van de spreeuwen?

Slide 6 - Open vraag

Welk voordeel heeft de samenwerking van de naakte molratten?

Slide 7 - Open vraag

Welk voordeel heeft de samenwerking van de wolven?

Slide 8 - Open vraag

Wie is de baas?
Bij het leven in groepen (insecten, vissen, vogels en zoogdieren) -> rangorde/pikorde

  1. Dominant (grootst, meeste testosteron) 
  2. ..
  3. ..
  4. Minst dominant (onderdanig)

De rangorde zie je terug in speciale regels en gedrag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Voortplantingsgedrag
Baltsgedrag: partner lokken en versieren
  • Overdreven signalen/rituelen
  • Vergroot bereidheid tot paring
  • Vermindert agressie
  • Soortspecifiek

-> voorbereiding op daadwerkelijke paring


Slide 11 - Tekstslide

Samenleven
  • Solitair: onafhankelijk (jaguar, panda, zeeschildpad)
  • Leven in groepen (insecten, vissen, vogels en zoogdieren) 

  • Monogaam: paar gedurende één seizoen of het hele leven (vissen, vogels, zoogdieren)
  • Polygaam: één persoon heeft meerdere partners tegelijk (polygynisch en polyandrisch)
Elke manier heeft zijn eigen voor- en nadelen!

Slide 12 - Tekstslide

Territorium
Een eigen plek met (ruimte voor):
  • Voedsel
  • Paren
  • Nest
  • Jongen grootbrengen
  • Duidelijkheid (= minder gevechten)
Samenwerken!!

De plaats van het nestteritorium en het voedselterritorium is van invloed op voortplantingssucces...

Slide 13 - Tekstslide

Territoriumgedrag
Afbakenen: al het gedrag dat te maken heeft met het uitzetten en verdedigen van een territorium
  • Zang en geluiden
  • Sproeien
  • Merktekens
  • "Vuile" blikken
  • Vechten

Wordt veroorzaakt door inwendige en uitwendige prikkels

Slide 14 - Tekstslide

Op de grens van een territorium = conflict!

  • Aanvalsgedrag: dominant, agressief
  • Vluchtgedrag: onderdanig
  • Dreiggedrag: bepalen wie de sterkste is, zonder te vechten (signalen; tanden laten zien, staart omhoog)


Slide 15 - Tekstslide

Op de grens van een territorium = conflict!
Overspronggedrag: het dier toont gedrag dat niet bij de situatie past 

(twee even sterke gedragssystemen, bijv. aanvallen en vluchten, waardoor het dier gedrag vertoont dat niet nuttig is. Zoals: veren poetsen, krabben op hoofd)


Slide 16 - Tekstslide

Op de grens van een territorium = conflict!

Omgericht gedrag: twijfelende dier richt zijn agressie op iets anders dan de soortgenoot


Slide 17 - Tekstslide

Huiswerk ma 14 april 2e lesuur
Bestudeer blz. 36 t/m 43.

Maken + nakijken opdr. 3 t/m 16.

Slide 18 - Tekstslide