Neurologische uitval

Neurologische uitval
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Neurologische uitval

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het eerste wat bij je opkomt bij
neurologische uitval ?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is neurologische uitval?
We spreken over neurologische uitval als het zenuwstelsel van de patiënt niet meer naar behoren werkt. Een patiënt kan dan (gedeeltelijk) verlamd raken, niet meer goed denken en praten en/of tintelingen ervaren.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken neurologische uitval
  • CVA (oftewel een beroerte)
  • TIA
  • Drukneuropathie ( Beknelde zenuw in arm / been )
  • Hersentumor
  • Hernia Nuclei Pulposi (HNP)
  • Perifere facialisparese of ziekte van Bell
  • Soms ook bij migraine

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Perifere facialisparese
(Ziekte van Bell / aangezichtsverlamming)
  • Uitval van de hersenzenuw die de gezichtsspieren aansturen.
  •  1 helft van uw gezicht is opeens verlamd: uw oog gaat niet goed dicht en uw mondhoek hangt.
  • Dit komt waarschijnlijk door ontsteking van een zenuw.
  • U krijgt een medicijn dat ontstekingen remt.
  • Ook krijgt u een ooggel en oogzalf. Zo blijft het oog vochtig.
  • Het kan 3 tot 6 maanden duren voordat uw gezicht weer normaal is.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de FAST test?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ingangsklacht: Neurologisch uitval - Achtergrondinformatie
-> FAST-test – Face Arm Speech Test: Om CVA (stroke) beter te kunnen bepalen is de gezicht-spraak-armtest geschikt
-> De gezicht-spraak-armtest is afwijkend indien ten minste één van de drie items een niet normaal testresultaat laat zien én er sprake is van een recente uitval van functies









Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Korte casussen om te oefenen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus
Mevrouw Leenderts belt naar de praktijk. Haar man Hans kan ineens niet meer goed op zijn benen staan en hij heeft moeite met praten. Zijn linker mondhoek hangt iets naar beneden. Hij kan zijn armen wel gewoon gebruiken.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is de FAST-test afwijkend?
A
Ja
B
Nee
C
Dat weet ik nog niet, ik heb meer informatie nodig

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Casus
Meneer de Wit (28 jaar) belt naar de praktijk. Hij heeft uitvalverschijnselen. Je stelt de triagevragen bij de ingangsklacht Neurologische uitval.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vraag stel je als eerste?
A
Als u in de spiegel kijkt staat uw gezicht dan scheef? Alsof er een mondhoek naar beneden hangt?
B
Heeft u een coördinatie stoornis? Bijvoorbeeld Moeite met bewegingen controleren, ziet u dubbel of maken ogen schokkerige bewegingen?
C
Wanneer zijn de klachten begonnen?

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

U1 of U2
Neurologische uitval kan levensbedreigend zijn, maar dat hoeft niet.

Welke triagecriteria zijn levensbedreigend en hebben een U1-urgentie? En welke triagecriteria moeten met spoed (U2) behandeld worden?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neurologische uitval net voorbij
A
U1 (levensbedreigend)
B
U2 (Spoed)

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Neurologische uitval niet door hernia, korter dan 12 uur
A
U1 (levensbedreigend)
B
U2 (Spoed)

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke drie aandoeningen kunnen neurologische klachten veroorzaken?
A
Migraine, Reuma en Ziekte van Graves
B
Migraine Multiple sclerose, Ziekte van Graves
C
Hernia, ziekte van Graves en Multiple sclerose
D
Migraine, Multiple Sclerose en Hernia

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ambulance bij U1

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke informatie denk je dat belangrijk is als je naar de meldkamer belt?

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer moet een patiënt met neurologische uitval met (U1) worden gezien?
A
Als de uitval langer dan 12 uur aanwezig is
B
Als de uitval korter dan 12 uur aanwezig is
C
Alleen als de patiënt ook hoofdpijn heeft
D
Als er een voorgeschiedenis van migraine is

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke aandoening kan neurologische uitval geven en ontstaat vaak door een beknelde zenuw?
A
TIA
B
Hernia nuclei pulposi (HNP)
C
CVA
D
Epilepsie

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet een patiënt met een verlamming en diabetes als eerste doen voordat hij contact opneemt met de huisarts?
A
Zijn glucosewaarde meten
B
Een aspirine innemen
C
Direct 112 bellen
D
Rust nemen en afwachten

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Een 68-jarige man belt de huisartsenpost. Zijn vrouw merkt dat hij moeilijk uit zijn woorden komt en dat zijn mond aan één kant hangt. Dit is 30 minuten geleden begonnen. Hij heeft geen voorgeschiedenis van neurologische aandoeningen.

Welke urgentie geef je?

A
U1
B
U2
C
U3
D
U4

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een 45-jarige vrouw belt omdat ze sinds vanochtend moeite heeft met haar evenwicht. Ze struikelt vaak en heeft moeite om recht te lopen. Ze heeft verder geen krachtverlies of gevoelsstoornissen.
Urgentie?
A
U1
B
U2
C
U3
D
U4

Slide 25 - Quizvraag

Coordinatiestoornis korter dan 12 uur
Een 60-jarige vrouw belt omdat ze sinds eergisteravond niet goed haar linkerarm kan bewegen. Ze heeft geen pijn en voelt zich verder goed.
Urgentie?
A
U1
B
U2
C
U3
D
U4

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een 35-jarige man meldt dat hij sinds een paar dagen een doof gevoel heeft in zijn rechtervoet. Hij heeft een hernia in de onderrug.
Urgentie?
A
U1
B
U2
C
U3
D
U4

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen!

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies