Vroeger
het leven opent haar hand
voor mijn ogen in de nacht: ik lach
zoals parels zijn wij gevonden en
als een parelsnoer vallen wij uiteen
ik schrijf een brief naar hem in
verre landen, een oud liedje,
gaat er door mijn hoofd, een lik
van de postzegel echter en wij zijn vast
van statige woorden als een douche
wat zeep om schoon te worden
en ik droom van oude gedichten
en ik droom van een oud boek.