2

H4, V4 & V5 muziek
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
MuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

H4, V4 & V5 muziek

Slide 1 - Tekstslide

Vorige les: A capella - Syllabisch - Melismatisch - Syncope - Portato - Staccato - Legato - Polyfonie - Homofonie 

Slide 2 - Tekstslide

Schrijf in eigen woorden op wat het verschil is tussen polyfonie & homofonie. *Je mag internet raadplegen

Slide 3 - Woordweb

1

Slide 4 - Video

01:28
Er is hier sprake van
A
Polyfonie
B
Homofonie

Slide 5 - Quizvraag

welke vorm van motiefverwerking hoor je in de zang? va. 0.55 - 1.04
A
variatie
B
imitiatie
C
sequens
D
herhaling

Slide 6 - Quizvraag

Antwoord was sequens:

Motief = een klein stukje muziek (bouwsteen van
een melodie), dat vaker terugkomt en kan worden
herhaald, gevarieerd of gecontrasteerd. Het motief
wordt verwerkt op de volgende manieren:
- Herhalen: motief komt exact hetzelfde terug
- Variëren: verandering van een motief (blijft wel herkenbaar)
- Contrasteren: tegenstelling van het motief, ineens tegenovergesteld, iets heel anders
- Imitatie = de ene partij herhaalt de andere
- Sequens = onmiddellijke herhaling van eenmelodie, maar dan startend op een andere toon (de toonsafstanden, intervallen, blijven hetzelfde)
- Versieringen = omspelen van een toon (triller)

Slide 7 - Tekstslide

Een driekank waarbij de tonen niet tegelijk maar na elkaar worden gespeeld

Slide 8 - Open vraag

Albertijnse bas
Speelwijze waarbij de tonen van een akkoord in een vast patroon gespeeld worden. 

Slide 9 - Tekstslide

Arpeggio
Speelwijze waarbij de tonen van een akkoord na elkaar van hoog naar laag, of laag naar hoog
gespeeld worden

Slide 10 - Tekstslide

' Benaming van
dit ritmisch
figuur

Slide 11 - Open vraag

Wat is de naam
van dit teken?

Slide 12 - Open vraag

Noem voorbeelden van contrast binnen de muziek.
Bijvoorbeeld: ff - pp

Slide 13 - Woordweb

Contrast
Blazers / strijkers
tutti / solo
forte / piano
homofoon / polyfoon
majeur / mineur
snel / langzaam
tonica / dominant
unisono / meerstemmigheid

Slide 14 - Tekstslide

1

Slide 15 - Video

01:00
Hoe noem je deze muzikale vorm waarbij het tooncentrum mist?

Slide 16 - Open vraag

In atonale muziek heb je vaak intervallen die met elkaar wringen. Wat is de juiste benaming hiervoor?
A
Consonant
B
Dissonant

Slide 17 - Quizvraag

Hoe noem je
deze speelwijze
van de snare?
de snare

Slide 18 - Open vraag

Dynamiek
Tempo
Forte
Presto
Allegro
Adagio
Pianissimo
Crescendo

Slide 19 - Sleepvraag

De pianist speelt met het tempo.
Hij vertraagt en versnelt om het spel
expressiever te maken. Dit heet:
A
rubato
B
versieringen
C
ritenuto
D
accelerando

Slide 20 - Quizvraag

Articulatie
Tempo
Legato
Portato
Presto
Allegro
Adagio
Staccato

Slide 21 - Sleepvraag