In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 40 min
Onderdelen in deze les
Formuleren
Slide 1 - Tekstslide
Planning
Aantal zinnen herformuleren
Variatie in woordgebruik
Aan de slag: Formuleren §2 opdracht 1 t/m 4
Slide 2 - Tekstslide
Aantal zinnen herformuleren
De pistool klinkt als de wereld draait hun adem houdt.
Vigo pakte de mes die hij op de grond zag liggen.
De kaart lijdt mij en Misty in het bos.
Slide 3 - Tekstslide
Aantal zinnen herformuleren
Toen hij dat kruis zag, ging die gelijk lopen naar het schat.
Hij zet vol gas en rijd met een niet normaal hard tempo weg.
De volgende morgen gaat Ben op reis om te kijken wat er bij de kruis is.
Slide 4 - Tekstslide
Variatie in woordgebruik
Gebruik synoniemen
Gebruik woorden die ongeveer hetzelfde beteken
Gebruik verwijswoorden
Slide 5 - Tekstslide
Wat is een synoniem?
A
bank - bank
B
oma - grootmoeder
C
voetbalschoen
Slide 6 - Quizvraag
Wat is geen synoniem:
A
Praten - spreken
B
Vriend - maat
C
Fiets - rijwiel
D
Boos - kwaad
Slide 7 - Quizvraag
Wat is een synoniem?
A
moeder - mama
B
oma - moeder
C
vader - moeder
D
papa - mama
Slide 8 - Quizvraag
Wat zijn geen synoniemen?
A
blij - teleurgesteld
B
beginnen - starten
C
dapper - moedig
D
zeggen - vertellen
Slide 9 - Quizvraag
Wat is een synoniem?
A
Bril-vergrootglas
B
Kaal-haarloos
C
Trui- t-shirt
D
Hal-garage
Slide 10 - Quizvraag
Variatie in woordgebruik
Gebruik synoniemen
Gebruik woorden die ongeveer hetzelfde beteken
Gebruik verwijswoorden
Slide 11 - Tekstslide
omschrijving van 'aanfluiting'
A
jaloezie
B
zin om aan iets deel te nemen
C
afgang; iets wat schandalig slecht is
D
heel boeiend. mooi of spannend
Slide 12 - Quizvraag
precieze omschrijving
A
het stramien
B
de definitie
C
de interpretatie
D
het traject
Slide 13 - Quizvraag
Wat is een omschrijving voor lekker?
A
goed smakend
B
perfect
C
excellent
D
verontreinigd
Slide 14 - Quizvraag
Wat is een omschrijving van ontvoering?
A
Wanneer je iemand meeneemt zonder dat die ander dat wil
B
Wanneer je liegt over waar je bent
C
Wanneer je verdrietig wordt van iets dat je ziet
D
Wanneer je zomaar wegloopt zonder het te zeggen
Slide 15 - Quizvraag
Zorgeloos (omschrijving)
A
met heel veel zorgen
B
met zorgen
C
zorgelijk
D
zonder zorgen
Slide 16 - Quizvraag
Wat is een omschrijving van doneren?
A
geld geven
B
geld krijgen
C
schenken
D
toegeven
Slide 17 - Quizvraag
Variatie in woordgebruik
Gebruik synoniemen
Gebruik woorden die ongeveer hetzelfde beteken
Gebruik verwijswoorden
Slide 18 - Tekstslide
Verwijswoorden
In welke zin staat een FOUT verwijswoord?
A
Uw collega's stoel staat hier, volgens hem.
B
U vroeg of uw badkamer nog betegeld kon worden.
C
Ik heb jouw broer ook uitgenodigd, nadat zij dat vroeg.
D
Ik heb daarna jouw oom en tante ook uitgenodigd.
Slide 19 - Quizvraag
Welke verwijswoorden?
A
Hij, hem, zijn
B
Zij/ze, haar
C
Zij/ze, hun
Slide 20 - Quizvraag
Ik heb zin in de pauze, dan ga ik een croissant kopen. Wat is hier het verwijswoord? Waarop slaat dat verwijswoord?
A
ik - slaat op kopen
B
dan - slaat op in de pauze
C
pauze, croissant
D
zin -slaat op croissant
Slide 21 - Quizvraag
Variatie in woordgebruik
Gebruik synoniemen
Gebruik woorden die ongeveer hetzelfde beteken
Gebruik verwijswoorden
Slide 22 - Tekstslide
Tekst 1 - Losgeslagen kalkoenen Tientallen wilde kalkoenen veroorzaken overlast in de Amerikaanse stad Foxborough. De politie denkt dat iemand de kalkoenen voert, waardoor de kalkoenen aan mensen gewend raken. De gemeente mag de kalkoenen afmaken, maar de politie zegt dat de kalkoenen daarvoor nog niet voldoende gevaar opleveren. Wat er uiteindelijk met de kalkoenen gaat gebeuren, is dus nog niet bekend. Dierenactivisten hopen dat de kalkoenen niet eindigen als Thanksgivingmaaltijd.