GT2 Les 2: Koopkracht

Inloop
-Ga op je eigen plek zitten (plattegrond)
-Pak en zet je spullen op tafel
-Inloggen in LessonUp
Spullen nodig voor vandaag:
-Laptop 
-Pen
-Rekenmachine



1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Inloop
-Ga op je eigen plek zitten (plattegrond)
-Pak en zet je spullen op tafel
-Inloggen in LessonUp
Spullen nodig voor vandaag:
-Laptop 
-Pen
-Rekenmachine



Slide 1 - Tekstslide

Les 2
Koopkracht

Slide 2 - Tekstslide

Lesplanning
Leerdoel: 
Terugblik: NVT                                                            (5min)
Voorkennis:                                                                  (5min)
Instructie: Koopkracht                                           (10min)
Begeleid inoefenen: Bordvragen                       (5min)
Zelfstandig oefenen: Werkblad                          (15min)
Huiswerk: Werkblad
Evaluatie:                                                                        (5min)

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
Ik kan uitleggen wanneer er sprake is van inflatie


Ik kan het verschil tussen nominale inkomen en reële inkomen


Ik kan uitleggen wanneer mijn koopkracht vooruit of acheruit gaat

Slide 4 - Tekstslide

Doe je laptop open

Slide 5 - Tekstslide

Terugblik
Kies uit de volgende stellingen als de stelling
 waar of niet waar is

Slide 6 - Tekstslide

Welvaart betekent dat je veel goederen en diensten kan kopen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Welzijn is als je gelukkig voelt
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Luxe goederen zijn goederen die noodzakelijk zijn om te leven
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Voorkennis
We gaan een video kijken. Luister goed wat de
mevrouw zegt en let op de volgende punten.

1. Over wat klaagt deze mevrouw?
2. Welke trucjes gebruiken de supermarkten om 

https://www.youtube.com/shorts/vcUnBUQrdI4

Slide 10 - Tekstslide

Over wat klaagt deze mevrouw?
A
De weer in Nederland
B
Haar familieleden
C
Haar leeftijd
D
De hoge prijzen

Slide 11 - Quizvraag

Welke trucje gebruikt de supermarkt om meer geld te verdienen?

Slide 12 - Open vraag

Instructie (1/2)
Woorden die je moet kennen voor vandaag
Inflatie = Als de prijzen stijgen (omhoog gaan)

Nominale inkomen = Hoeveel geld je verdient

Reële inkomen (koopkracht) = Hoeveel goederen die je kan kopen


Slide 13 - Tekstslide

Instructie (2/2)
We gaan nu twee videos kijken. De eerste gaat over inflatie
en de tweede video gaat over koopkracht. 

Na elke video komt een vraag dus let goed op wat deze meneer uitlegt.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Leg in je eigen woorden uit waarom dit een vorm van inflatie is

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Video

Inflatie is 3% en je inkomens stijgen met 5%.
Wat gebeurt met je koopkracht?
A
Koopkracht gaat achteruit
B
Koopkracht gaat vooruit

Slide 18 - Quizvraag

Inflatie is 4% en je inkomens stijgen met 3%.
Wat gebeurt met je koopkracht?
A
Koopkracht gaat achteruit
B
Koopkracht gaat vooruit

Slide 19 - Quizvraag

Inflatie is -4% en je inkomens dalen met 3%.
Wat gebeurt met je koopkracht?
A
Koopkracht gaat achteruit
B
Koopkracht gaat vooruit

Slide 20 - Quizvraag

Doe je laptop dicht

Slide 21 - Tekstslide

Zelfstandig oefenen
Maak nu de werkblad af. Je hebt 15 min om dit af te hebben. Je mag 
samen met je buurman of buurvrouw werken.


Klaar? Dan mag je een boek lezen of aan school werken


timer
15:00

Slide 22 - Tekstslide

Huiswerk
Maak je werkblad af

Slide 23 - Tekstslide

Evaluatie
Wat vonden jullie van de les?


Wat vond ik van de les?


Wat kunnen we anders doen?

Slide 24 - Tekstslide

Lesafsluiting
Wanneer is er sprake van inflatie?

Wat is het verschil tussen nominale inkomen en reële inkomen?

Wanneer verbetert je koopkracht?


Volgende les: Procentuele veranderingen

Slide 25 - Tekstslide